Albanese vluchtelingen stranden in Belgrado

Een Boeing 737 van de Macedonische luchtvaartmaatschappij MAT met aan boord Nederlandse KFOR-militairen en Albanese vluchtelingen heeft dinsdag een noodlanding moeten maken in Belgrado. ,,De Albanezen waren het Servische oorlogsgeweld ontvlucht en moesten nu noodgedwongen een noodstop maken in de Servische hoofdstad. Ze trokken wit weg toen ze hoorden dat we in Belgrado zouden landen'', zegt Jesse Bolsius, één van de passagiers.

Het toestel was onderweg van Schiphol naar Skopje, de hoofdstad van Macedonië, met aan boord acht Nederlandse KFOR-militairen en zo'n 50 Kosovaarse vluchtelingen die in Nederland waren opgevangen. Na ongeveer twee uur vliegen viel op tien kilometer hoogte de druk in de cabine weg, waarschijnlijk als gevolg van een lekkende achterdeur, en kwamen de zuurstofmaskers naar beneden. Volgens Bolsius brak paniek uit onder het personeel – voordat ze actie ondernamen, moesten ze eerst nog de handleiding lezen. ,,Nederlandse militairen grepen in en hielpen de Kosovaren om hun masker op te zetten'', vertelt Bolsius telefonisch vanuit Skopje.

Voordat het toestel in Belgrado aan de grond werd gezet, verwijderden de militairen hun namen en KFOR-insignes van de uniformen. Op de vraag van Bolsius waarom ze dit deden, luidde het antwoord ,,niet provoceren''.

Op het vliegveld werden de KFOR-militairen streng gecontroleerd op wapens en werden alle passagiers ondergebracht in een onverwarmd zaaltje. Bolsius: ,,Het was absoluut onduidelijk wat er zou gaan gebeuren. We kregen geen enkele informatie en de sfeer was grimmig. Zwaar bewapende Servische politiemannen liepen constant heen en weer.''

De KFOR-militairen zochten via hun mobiele telefoons contact met de Nederlandse ambassade in Belgrado. Die belde met de Macedonische luchtvaartmaatschappij. Met een vervangend toestel van MAT arriveerden de passagiers aan het begin van de avond in Skopje. ,,Ik had te doen met die vluchtelingen'', zegt Bolsius. ,,Gelaten lieten ze het over zich heen komen, maar je zag de angst in hun gezichten.''

    • Cees Banning