Wahid bezoekt buitenlandse vrienden

President Wahid van Indonesië heeft een deel van zijn wittebroodsweken doorgebracht in het buitenland. `Vrienden' zijn onontbeerlijk om Indonesië's problemen het hoofd te bieden, weet hij.

President Abdurrahman Wahid van Indonesië besloot gisteren de tweede etappe van zijn reeks kennismakingsbezoeken aan bevriende landen. De eerste etappe, van 6 tot 11 november, voerde hem naar de buren, de lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen (ASEAN). Na kort spoedoverleg in Jakarta over brandende kwesties als van corruptie verdachte kabinetsleden en de onstuitbare vrijheidsdrang in de provincie Atjeh, begon hij vrijdag aan de tweede ronde. De afgelopen vijf dagen bracht hij achtereenvolgens door in de Verenigde Staten en Japan.

Kritiek in eigen land als zou Wahid tijdens zijn politieke wittebroodsweken te veel elders hebben vertoefd, terwijl binnenlandse crises zoveel aandacht vragen, pareerde Wahid met een waarheid als een koe: Indonesië kan die baaierd aan problemen alleen het hoofd bieden als de vrienden elders daarbij helpen.

Een voorlopige balans leert dat er geen gebrek is aan goodwill voor Wahids prille leiderschap. De opbrengst van zijn jongste tournees moet evenwel eerder worden gezocht in het domein van de politieke psychologie, waar resultaten lastig meetbaar zijn, dan in klinkende munt voor de onrustbarend geslonken staatskas van Indonesie. Wahids trips waren niet alleen bedoeld om oude vriendschappen warm te houden, maar ook om het vertrouwen te wekken van investeerders, en die kijken nog even de kat uit de boom.

De politici, diplomaten, industriëlen en bankiers die Wahid de afgelopen weken sprak, brachten hem dezelfde boodschap. Ze zijn opgelucht dat Indonesië de democratische krachtproeven van juni en oktober goed heeft doorstaan en zich zonder noemenswaardige ontsporingen op democratische wijze een parlement en een president heeft gekozen. En, als we mogen afgaan op de warmte van de ontvangsten, zijn ze ook niet ontevreden over het resultaat. Het politieke klimaat in Jakarta is verbeterd, maar van economische vooruitgang is nog geen sprake. Dat vereist stabiliteit en rechtszekerheid en vooralsnog hebben Wahid en zijn ministers in dezen alleen goede voornemens geuit. En ook in politiek opzicht liggen er nog zoveel gevaren op de loer – desintegratie van de republiek, bijvoorbeeld – dat de kapitaalkrachtige overzeese Chinezen, Japanners en Amerikanen hun yens en dollars nog even vasthouden.

Drie sleutelspelers aan weerskanten van de Stille Oceaan staken Gus Dur een hart onder de riem: premier Goh Chok Tong van Singapore, de Amerikaanse president Bill Clinton en de Japanse premier Keizo Obuchi.

Het eilandstaatje Singapore, de bestemming van Wahids eerste reis buitengaats, is niet alleen een economische motor in Zuid-Oost Azië, maar ook een toevluchtsoord voor etnisch-Chinese entrepreneurs uit Indonesië, die sinds de monetaire crisis in 1997 toesloeg en vooral na de anti-Chinese rellen, vorig jaar mei, massaal zijn uitgeweken, met medeneming van hun liquide middelen. Wahid bespeelde in Singapore een gevoelige snaar. Voor een bijeenkomst van zakenlui sprak hij een kort openingswoord in het Mandarijns en hij onthulde dat er een enkele Javaanse Chinees onder zijn voorouders is. Hij zei ook dat Indonesië weliswaar de grootste moslim-natie ter wereld is, maar dat het niet wenst te discrimineren jegens andersdenkenden en dat zijn regering vastbesloten is zich aan de eigen wetten te houden. Premier Goh prees Wahids ,,welbekende strijd voor religieuze tolerantie en tegen rassenhaat'' en hij beloofde dat Singapore een team zou vormen om Indonesië bij te staan bij zijn economische herstel. Goh beklemtoonde wel dat dit herstel nog enige tijd kan vergen.

Op weg naar Salt Lake City – waar hij werd geholpen aan zijn zwakke ogen – werd Wahid warm ontvangen door president Clinton. Die zei na afloop dat hij ,,de leider van de op twee na grootste democratie ter wereld'' steun had beloofd bij diens inspanningen om de territoriale eenheid van het land te bewaren. Clinton noemde ,,een sterk, stabiel en democratisch Indonesië een Amerikaans belang'' en kondigde aan adviseurs naar Jakarta te sturen om het probleem-Atjeh te helpen oplossen. Zijn woordvoerder Joe Lockhart zei dat hervatting van de militaire samenwerking, die werd beëindigd na de gewelddadigheden van door het leger gesteunde Oost-Timorese milities, begin september, ,,afhankelijk is van vooruitgang bij de hervorming van de strijdkrachten en voortgaande samenwerking met de Verenigde Naties inzake Oost-Timor.''

Maandag en dinsdag was Wahid in Japan, de grootste donor van en belangrijkste buitenlandse investeerder in Indonesië. Zijn kwinkslagen deden het goed bij de Japanse journalisten, maar van meer belang was de toezegging van premier Keizo Obuchi om Indonesië nieuwe leningen te verstrekken en de aflossingsperiode voor uitstaande kredieten te verlengen. Industriële giganten als Mitsubishi, Itochu, Tomen en Marubeni prezen Wahids streven naar een corruptievrij en doorzichtig bestuur, maar tycoon Minoru Makihara (Mitsubishi) zei ook: ,,Zakenlui willen hun belangen in Indonesië alleen vergroten als er sprake is van stabiliteit en voorspelbaarheid.''

En dat betekent huiswerk voor Wahid.

    • Dirk Vlasblom