Uitzendrecht voetbal slecht voor competitie

Voetbalclubs zijn vrij om hun televisierechten zelf uit te baten, maar verstandig is dat niet, menen onderzoekers van bureau KPMG.

Voetbalclubs uit de eredivisie van het betaald voetbal die zelf hun uitzendrechten willen exploiteren, bewijzen de competitie een slechte dienst. Dat is de strekking van een rapport dat bureau KPMG heeft opgesteld in opdracht van Eredivisie NV, een samenwerkingsverband van clubs in de eredivisie die de verkoop van uitzendrechten namens de clubs coördineert.

Individuele exploitatie van de uitzendrechten van thuiswedstrijden zal de drie topclubs Ajax, Feyenoord en PSV op korte termijn weliswaar extra inkomsten opleveren, maar het zal ten koste gaan van de inkomsten van de overige clubs in de eredivisie. Daardoor zal het verschil tussen de topclubs en de andere clubs nog groter worden. De spanning in de competitie zal verder dalen. De economische waarde van alle afzonderlijke wedstrijden in de eredivisie zal dalen en daarmee dus ook van die van de uitzendrechten van de thuiswedstrijden van de drie topclubs.

De topclubs spelen al langer met het idee om zelf de rechten te verhandelen. Zij hopen daarmee meer inkomsten binnen te krijgen. Nu worden de onderhandelingen over de televisierechten gecoördineerd door Eredivisie NV.

De NOS en de betaalzender Canal Plus sluiten afzonderlijke contracten met de clubs, maar de gezamenlijke inkomsten worden over alle clubs verdeeld. De topclubs vinden de verdeelsleutel onrechtvaardig. Slechts de helft van de zeventig miljoen gulden aan televisierechten per jaar is afhankelijk van de prestaties van een club over de laatste drie jaar. De andere helft wordt gelijkelijk verdeeld over de clubs in de hoogste divisie. Ook clubs uit de eerste divisie krijgen een aandeel. De topclubs vinden dat zij recht hebben op een groter aandeel. Ajax, Feyenoord en PSV voelen zich gesterkt in hun plannen door een uitspraak van de rechter, twee maanden geleden, dat de uitzendrechten van wedstrijden in het betaalde voetbal niet berusten bij de voetbalbond KNVB maar bij de thuisspelende club.

De onderzoekers van KPMG zien weinig in de plannen van de topclubs. Individuele exploitatie is niet alleen schadelijk voor de spanning in de competitie, aldus het rapport, maar zou ook tot enorme praktische problemen leiden. Zo zijn er door allerlei afspraken maar drie avonden beschikbaar voor het rechtstreeks uitzenden van wedstrijden: maandag, vrijdag en zondag. Of wedstrijden op deze avonden worden gespeeld, hangt niet alleen af van de wens van de thuisspelende club, ook de bezoekende club én de competitieplanner moeten daaraan meewerken.

Zonder gecoördineerde exploitatie van de uitzendrechten is het bovendien moeilijk om te voldoen aan de voorwaarden van geïnteresseerde omroepen: het moet gaan om aansprekende clubs; de wedstrijden moeten herkenbaar te programmeren zijn; de uitzendingen moeten bijdragen aan het imago van de omroep; en er moeten geen wedstrijden tegelijk worden uitgezonden. Ook kan coördinatie voorkomen dat de consument moet kiezen tussen een bezoek aan een stadion en het kijken naar een wedstrijd op televisie.

Afspraken tussen de clubs als aanbieders van uitzendrechten staan volgens de onderzoekers niet op gespannen voet met het verbod in de Mededingingswet op afspraken tussen concurrenten. Voetbalclubs zijn nu eenmaal, anders dan `gewone' bedrijven, niet in staat om rechten te verkopen zonder deel te nemen aan de competitie, dat wil zeggen zonder medewerking van hun sportieve concurrenten. Zonder afspraken met de concurrent zouden de clubs het product niet kunnen aanbieden aan de omroepen, aldus de onderzoekers.

    • Arjen Schreuder