Spanje heeft even de buik vol van Cuba

De internationale top in Havana stond gisteren in het teken van irritaties. Castro wilde goede sier maken met het hoge bezoek, en zijn gasten probeerden hem tot meer democratische gedachten te bewegen.

Zolang de Cubaanse dictator Fidel Castro leeft en in het zadel zit is het niet waarschijnlijk dat de Spaanse koning ooit weer een voet op Cubaanse bodem zet. Zo liet zich gisteren de houding van de Spaanse regering samenvatten bij de afsluiting van de top van Spaans- en Portugees-sprekende landen die dit jaar in Havana werd gehouden. De top, die vooral een symbolische waarde heeft, stond in het teken van irritaties over en weer. Terwijl de Spaanse premier Aznar zijn bezoek benutte om te spreken met Cubaanse dissidenten, lag van Zuid-Amerikaanse zijde het optreden onder vuur van de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón tegen de voormalige regimes in Chili en Argentinië.

Het was de eerste maal dat een Spaans vorst voet zette op Cubaanse bodem. Weliswaar als Spaans staatshoofd bij de top en niet op officieel bezoek, maar toch. In Spanje was met verwachting uitgekeken naar de wandeling van koning Juan Carlos afgelopen maandag door de straten van de oude binnenstad van Havana. Het had een triomftocht kunnen worden en een uitlaatklep voor het ongenoegen van de Cubanen met hun vermolmde regime. Wellicht zo iets als tien jaar geleden het bezoek van de Russische leider Gorbatsjov aan Berlijn aan de vooravond van de val van de Muur.

Dat laatste moet echter ook door het hoofd van de Cubaanse leider hebben gespookt. Castro grendelde de oude binnenstad zorgvuldig af voor publiek en liet de koning ronddwalen door verlaten straten, slechts bevolkt met lachende meisjes uit de sigarenfabriek en andere communistische folklore. De koningin aaide een zwerfkatje. Dat leverde leuke plaatjes op die el comandante – zelf nadrukkelijk afwezig tijdens de wandeling – uitstekend in zijn eigen propagandamachine kon gebruiken.

Kwade reacties bij de Spaanse delegatie. Als het zo moet, komt de koning niet terug voor een officieel bezoek, mokte een woordvoerder. Zelf had het Spaanse staatshoofd al teruggeslagen door – weliswaar glimlachend – tijdens het openingsdiner van de top een speech te houden waarin hij de ,,democratie met al zijn garanties van de vrijheden'' als een noodzakelijke voorwaarde noemde om succesvol de uitdagingen in de komende eeuw tegemoet te treden. Castro liet weten de democratische aanbevelingen aan te horen ,,met de glimlach van de Giaconda en het bijbelse geduld van Job''.

De Spaanse premier José María Aznar pakte de zaken nog wat steviger aan door nadrukkelijk tegen de diplomatieke conventies in een delegatie van Cubaanse dissidenten te ontvangen. De boodschap van de premier was daarbij tweeledig. De Amerikaanse economische boycot moet worden opgeheven. Maar zolang Castro nog leeft en in het zadel zit is de hoop op ook maar een stap richting democratie uitgesloten.

De top in Havana werd afgesloten met een gemeenschappelijke slotverklaring waarin de ,,unilaterale en buiten-territoriale'' toepassingen van nationale wetten krachtig werd veroordeeld. Dat laatste werd vooral door de Chileense delegatie gezien als ,,een grote triomf voor Chili'' in de strijd om de Spaanse onderzoeksrechter Garzón te dwarsbomen bij zijn poging de Chileense ex-dictator Pinochet in Spanje te berechten. In Spanje werd de slotverklaring evenwel geïnterpreteerd als een protest tegen de Amerikaanse Helms-Burton wet, die een bedreiging vormt voor veel Spaanse investeringen op Cuba. Aangezien Garzón handelt onder internationale rechtsverdragen is de verklaring niet van toepassing, liet de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken Abel Matutes weten.

    • Steven Adolf