Sneeuwbal

In de trein naar Gdansk kwam ik de winter tegen. 's Ochtends waren er nog heldere noordelijke luchten, maar rond twaalven schoof een grijs gordijn over de hemel, en de herfst was voorbij. Het begon te waaien, opeens een hagelbui, daarna werden de akkers stil en wit. De boerderijen lagen te slapen, in de dorpen rookten de schoorstenen, sneeuw stoof langs de trein.

Gdansk is kleiner en intiemer dan je zou verwachten. In dit broeinest van kerken en kranen begon dus de sneeuwbal die uiteindelijk de lawine van 1989 in beweging zette: met een bloedig neergeslagen staking in 1970, het einde van het oude communisme van Gomulka; met een hulpcomité voor de families van gevangenen, het begin van Solidariteit; met een stakingsgolf in 1980, waaruit vrije vakbonden voortkwamen, en iedere zondag een mis op de radio.

Hier begon het, en niet toevallig, want alle zwakke plekken van het communisme kwamen hier samen: religie, nationalisme, rebelse klassieke arbeiders, en een zeewind die bleef vertellen van een ander bestaan.

Ik ga naar de avondmis in de St. Brigitte, ooit de kerk van Lech Walesa en zijn vriend, de priester Jankowski – dezelfde die later geschorst zou worden om zijn antisemitische preken. Aan de muren hangen vlaggen, schilderijen van generaals en paus Wojtyla, een mengelmoes van geloof en natie.

Een vrouw zingt, ze heeft een stem als roomboter. `Maria, Moeder van Polen.' Iedereen zingt mee, maar de drie skaileren jongens naast me zijn op hun knieën gevallen. Ze bidden met het hoofd achterover, de ogen stijf dicht. Ze bidden de kalk van het plafond.

    • Geert Mak