Schilder Roger Raveel krijgt museum zonder bombast

De Belgische kunstenaar Roger Raveel woont al sinds mensenheugenis in Machelen-aan-de-Leie. Hij is gehecht aan dat dorp. Niet om zijn ongerepte charme, want Machelen is het volmaakte cliché van de Vlaamse dorpscultuur met onder meer een school, een kerk en een los samenraapsel van smakeloos bebouwde percelen. Recent kreeg de 78-jarige kunstenaar een museum pal naast de kerk van Machelen. Architect Stéphane Beel creëerde een gebouw zonder museale bombast. Van de gerestaureerde pastorie, die deel uitmaakt van het museumcomplex, vertrekt een sliert van afwisselend hoge en lage ruimten. Met hun springerig profiel herinneren ze aan de neiging van Vlamingen om hun huis van allerlei aan-, uit- en achterbouwen te voorzien.

Het museumparcours is vol afwisseling. De ene kamer sluit zich rond de werken, de andere klapt weer open naar de hemel, of geeft uitzicht op een prozaïsche omgeving laag bij de grond. Drie witte klapdeurtjes in de wand gunnen ons een blik op de betonnen tuinmuur rond het museum, precies de muur die we uit Raveels werk kennen. Beels gebouw ademt mee met het dorp, en die openheid kenmerkt ook de kunst van Raveel. Zijn museum is daarmee de gedroomde behuizing voor deze kunstenaar.

Ook de Raveel-collectie laat niets te wensen over. Roger Raveel verzamelt al lang – merkwaardig zelfbewust – zijn eigen werk, en als je daar de bruiklenen uit privé-collecties bijtelt, dan heeft dit museum meer dan de perfecte Raveel-retrospectieve in huis. Om te beginnen zijn er al verschillende kleine schilderijtjes te zien uit 1948, het eerste jaar dat de kunstenaar zich manifesteert. In één ervan, Vier witte paaltjes in mijn tuin, zijn de paaltjes in kwestie al bijna die blinde band geworden, die in latere werken zo vaak de voorstelling doorbreekt.

Vooral het beeld van Raveels werk uit de jaren vijftig wint enorm aan complexiteit. De oplossingen die Raveel gaf aan zijn bekende motieven (man op de rug met kat, paaltjes en huizen...) blijken veel diverser dan gedacht. Een paar series voegen in hun geheel een aspect toe aan het geijkte Raveel-beeld. Dat geldt voor een ensemble schilderijen van rond 1950, waarin Raveel met behulp van enkele voorwerpen op een tafel spitsvondige kijkoefeningen neerzet. Nauwelijks bekender waren de `abstracte' werken die Raveel einde jaren vijftig schilderde. Op het eerste gezicht lijken ze verwant met het soort lyrische schilderkunst, dat destijds in zwang was in België. Die verwantschap is echter maar oppervlakkig. In plaats van expressief pathos kiest Raveel voor een prozaïsche, tastbare omgang met het medium. Een zwarte verfsliert schendt – haast baldadig concreet – de grijs-blauwe verflaag. Een bruin verfstrookje lijkt als een pleister twee kleurzones aan elkaar te lijmen.

De vrienden van Raveel – onder wie de huidige conservator, dichter en criticus Roland Jooris – hadden dus een goede reden om dit museum te bepleiten. In tegenstelling tot veel monografische musea bestaat de verzameling niet uit schamele restjes. Het materiaal was rijkelijk voorhanden, en het resultaat bewijst zonder meer dat Raveel tussen 1948 en midden jaren zestig de interessantste Belgische kunstenaar was.

Toch volstaan die argumenten niet. In principe blijft het de taak van de `gewone' musea om Raveels oeuvre te geven waar het recht op heeft. Die zijn weliswaar nooit erg alert geweest, maar dat is geen reden om elke interessante kunstenaar een eigen stulpje te geven. Daarbij komt dat de Vlaamse overheid nooit serieus geïnvesteerd heeft in de `gewone' musea. Het meesterstuk van Beel wordt zelfs een bittere les, als je weet met welke architecturale monsters de `gewone' collecties van moderne en hedendaagse kunst in Vlaanderen in de laatste vijftien jaar gehonoreerd werden.

Monografische musea zijn altijd problematisch. Ze beletten dat een oeuvre in zijn kunsthistorische context wordt opgenomen, en voeden zo de populaire mythe van de kunstenaar die zijn `eigen wereld' schept. Dat wordt ook in Machelen duidelijk, want Raveel speelt al jaren de Grote Zingever in die `eigen wereld'. In zijn recente werk hergebruikt hij niet zomaar zijn bekende motieven, hij omgeeft ze ook met een mystiek aureool. De meester van Machelen is al lang een prekerige beeldfilosoof geworden. Zo krijgen we toch nog het gevoel in een heiligdom rond te lopen; maar dat doet natuurlijk niets af van de vroege Raveel, en van het feit dat Stéphane Beel hier zowat het best mogelijke Raveelmuseum realiseerde.

Het Roger Raveelmuseum, Gildestraat 2-8, 9870 Machelen-Zulte (België. Open wo t/m zo 11-17u, gesloten tussen kerst en nieuwjaar. Publicatie 795 Bfr.

    • Dirk Pültau