Publiek geld inzet in slag om vrije stroommarkt

De provinciale en gemeentelijke energiebedrijven in Nederland stunten met prijzen om grote industriële klanten binnen te halen. Die concurrentieslag komt neer op vernietiging van publiek kapitaal.

Het waren scherpe onderhandelingen, zegt `energiemanager' Cees van Rijnsbergen van Hoogovens Buizen. Afgelopen zomer zat hij met zes verschillende aanbieders van stroom aan tafel om zo het voordeligste contract in de wacht te slepen. Waar de vier fabrieken van het bedrijf tot voor kort nog afhankelijk waren van de regionale stroommonopolist, mocht Van Rijnsbergen dankzij de liberalisering dit jaar zelf één enkele stroomleverancier kiezen voor de vestigingen in Oosterhout, Maastricht, Arnhem en Zwijndrecht.

,,Door Eneco waren we een jaar of twee geleden al persoonlijk benaderd, hoe we ons aan het voorbereiden waren op de liberale markt. Daar heb ik toen een goed gevoel over gekregen'', zegt Van Rijnsbergen. Dat gold in ieder geval ook voor de prijs per KWh ,,Ik geloof wel dat we een hele scherpe prijs hebben gekregen.'' De diverse aanbieders boden tussen de 6,2 en 6,7 cent per KWh voor de benodigde 45 miljoen KWh bij levering tot eind 2001, en Eneco was de goedkoopste. Toen Hoogovens besloot zelf het risico van de variabele olieprijs op de schouders te nemen, zakte Eneco zelfs tot 5,8 cent.

Overal in het land organiseren industriële bedrijven op dit moment zogenoemde tenders. En opvallend vaak trekt Eneco aan het langste eind: Zo gaat het Zuid-Hollandse energiebedrijf voor 6,0 cent stroom leveren aan de drie cementfabrieken van Enci met een verbruik van 200 miljoen KWh, na een concurrentieslag met onder andere Nuon (Gelderland en Noord-Holland) en Essent (Brabant en Noord-Nederland) die minstens 0,3 cent meer vroegen. Maar het voorlopig hoogtepunt voor Eneco was vorige week het contract met zestien bedrijven uit Amsterdam en omgeving (onder meer Schiphol, Bloemenveiling Aalsmeer, Shell, Mobil, Sigma Coatings) die zich met hun gezamenlijke verbruik van 550 miljoen KWh in 2000 hebben verenigd in een inkoopstichting. De prijs die Eneco vroeg was ,,behoorlijk lager'' dan de op een na beste aanbieding uit Nederland, aldus een ingewijde bij de stroomafnemers.

Er is sprake van een harde concurrentiestrijd, niet in de laatste plaats tussen de Nederlandse energiedistributeurs, allen bedrijven die eigendom zijn van gemeenten en provincies. Het zijn die overheden die uiteindelijk de risico's lopen. Dat gevecht zorgt voor ,,verrassend lage prijzen'', concludeert ir H. Akse van grootverbruikersorganisatie VEMW die zijn leden adviseert bij de onderhandelingen. Een strijd die nog heviger is dan in Duitsland waar de markt voor grootverbruikers eveneens is opengegooid, zegt P. Spruyt, commercieel directeur van Delta Nutsbedrijven in Zeeland.

Voor de industrie is het een welkome ontwikkeling: hoe minder kosten aan energie, hoe hoger de marges. Maar is de strijd ook zo gezond voor de energiesector in Nederland? Indien de afgesproken prijzen voor grootverbruikers in 2000 zo om en nabij de 6 cent liggen, lopen de energiedistributeurs grote financiële risico's, zo zeggen betrokkenen in de sector: Voor het overgrote deel van hun eigen inkoop zitten stroomdistributeurs als Eneco, Delta of Nuon volgend jaar vast aan een prijs van dik boven de 8 cent. Dat is namelijk afgesproken in het in 2000 nog geldende `Protocol' met de opwekkers van stroom in Nederland. Maar los van die afspraken is ook de technische capaciteit om goedkopere elektriciteit uit het buitenland te importeren beperkt. Voor de stroombehoefte van de 650 vrije gebruikers in Nederland van ruim 20 miljard KWh kan waarschijnlijk slechts een derde gedekt worden door goedkopere import.

Elektriciteitsbedrijven proberen hun grote klanten dus te behouden of nieuwe te werven door stroom aan te bieden onder de prijs waarvoor ze het zelf kunnen inkopen. Volgens directeur M. van Loon van Electrabel Nederland, de Belgische aanbieder op de Nederlandse markt, hoort dat nou eenmaal bij de vrije markt: ,,Vanuit marketingoptiek is het heel verstandig dat ze vechten voor een deel van de vrije markt, in de hoop hun klanten te behouden. In het algemeen zien we dat de bedrijven kiezen voor marktaandeel, waarbij rentabiliteit tijdelijk een minder prominente plaats inneemt.''

Volgens Spruyt van Delta in Zeeland worden er in de branche thans miljoenencontracten gesloten waarbij er soms tussen 10 en 25 procent op de kostprijs wordt toegegeven. ,,In sommige sectoren moet je je verlies pakken. Dat is helemaal niet erg. Vroeger werd er met industriepolitiek ook via energie subsidie gegeven aan bepaalde bedrijven of sectoren. Al vraag ik me af of er voldoende over na is gedacht. Als het idee is: de markt is open, ik ga klanten kopen, lijkt me dat zeer onverstandig.''

Inkoopdirecteur J. Smits van Nuon is uitgesprokener: ,,Het is volstrekt idioot. Als je voor dubbeltje inkoopt, verkoop je toch niet voor 8 cent? Dat is les 1 in het managementleerboek. Je wilt toch een positieve marge, of op zijn minst nul. Anders ben je gewoon aan het subsidiëren. Er heerst een absolute gekte in de markt. Ook hier intern zijn er mensen die mee willen doen aan die gekte. Ik ben het daar niet mee eens. Dan gaat die klant maar een jaartje profiteren bij Eneco, die komt heus wel terug.''

Directeur H. ten Berge van Eneco zegt te verwachten dat ondanks de beweringen van zijn concurrenten zijn bedrijf op de grote klanten een positieve marge zal behalen. Wel geeft hij toe dat op dit moment 20 procent van zijn verkoop nog niet gedekt is door voordelige inkoop.

De situatie mag dan wellicht horen bij een vrije markt, één aspect is voor Nederlandse begrippen uniek: het zijn geen private partijen die elkaar bevechten en daarmee financiële risico's lopen, het zijn bedrijven die zonder uitzondering in handen zijn van provincies en gemeenten die elkaar om het hardst bestrijden. In het geval van Hoogovens Buizen zijn het strict genomen de provincie Gelderland (Nuon) die slag levert met de steden Rotterdam en Den Haag (Eneco) om de energietoevoer voor een fabriek in Limburg. En door die onderlinge concurrentie daalt de waarde van de overheidsbedrijven ,,Het is inderdaad ook merkwaardig omdat het om publiek geld gaat'', zegt Smits. ,,Als de provincies of gemeenten over een paar jaar zouden willen verkopen, krijgen ze minder voor hun aandelen. Als publieke aandeelhouders goed zouden opletten, zou dit niet gebeuren.''

Ook energiespecialist F. Jonkman van adviesbureau Ernst& Young noemt het een ,,vrij unieke'' situatie, waarbij hij zich afvraagt of de overheids-aandeelhouders überhaupt wel op de hoogte zijn welke risisco's genomen worden: ,,ik verzeker je: die staan op grote afstand.'' Is het dan de door minister Jorritsma van EZ benoemde toezichthouder over de elektriciteitssector, de DTe, die waakt over dit publieke belang? ,,Nee'', zegt de woordvoerster: ,,Wij zien ook dat er flink wordt geconcurreerd. Maar dat is gewoon marktwerking. Daar hoort geen regulering bij.''

    • Jaco Alberts