Kikkerbillen

,,Denk nu niet dat ik hier een gewoonte van ga maken'', zegt mijn Nederlandse kennis door de telefoon, ,,echt niet, maar als je eens wist hoe ik uit de brand ben als ze vanmiddag bij jou mag zijn.''

En zo wordt Hannah om twaalf uur bij me afgeleverd. Bijna zeven, dun paardenstaartje, brilletje, Garfield-rugzak. Ze zegt vrijwel niets en gaat al snel in een hoekje stickers in een Garfield-stickerboek zitten inplakken, alsof ze geen last wil veroorzaken. Toch zit ik een beetje met haar. Ik moet die middag op de Bowery een lamp ophalen (wie in New York verlichting nodig heeft, komt onherroepelijk op de Bowery terecht, waar de lampenwinkels geconcentreerd zijn, zoals in mijn eigen buurt de hondentrimsalons). Wil ze misschien mee? Ze knikt inschikkelijk en even later lopen we op straat. Als er een groep kinderen aankomt, geeft ze me uit zichzelf een hand. Van haar moeder weet ik dat ze het moeilijk heeft op school, met haar klasgenoten.

We nemen de metro, stappen verkeerd uit, en komen in plaats van op de Bowery midden in Chinatown boven de grond. Geeft niet, het is hier gezellig en druk, we kijken onze ogen uit en drinken een Chinese tea-milkshake vol gekke geleibolletjes die, plop, door het dikke rietje je mond inschieten. Dan staan we stil voor een grote viswinkel waar tientallen soorten vissen levend in een laagje water liggen te klapperen. Degene die uit hun bak springen worden door een tandeloze grijsaard, die daar dagwerk aan moet hebben, opgeraapt en teruggegooid. Hannah wijst op een houten kuip waarin wel vijftig grote, groene kikkers traag over elkaar heen klauteren. ,,Wat doen ze daarmee'', vraagt ze verschrikt. ,,Opeten'', zeg ik, ,,kikkerbillen.'' Ze blijft in de kuip staren en zegt met een stem vol hartgrondige afschuw: ,,Wat gemeen! Wat een ontzettend gemene mensen!'' ,,Kom maar'', zeg ik en ik trek haar mee, want er verschijnen notabene nog tranen ook.

Op de Bowery halen we de lamp op. Terwijl hij ingepakt wordt, dwaalt Hannah wat door de winkel en blijft staan voor een nachtlampje met Garfield erop. Het kost maar zes dollar, zie ik. ,,Jij bent toch volgende week jarig'', vraag ik. ,,Dan krijg je dat alvast van mij voor je verjaardag.'' Ze lacht verrast. Maar als ik even later tegen de verkoper zeg dat er nog iets bijkomt, trekt ze me terzijde. ,,Is dat lampje net zo duur als een kikker'', vraagt ze verlegen. O, herejezus. ,,Ik denk dat een kikker minder kost'', zeg ik niettemin. ,,Mag ik dan alsjeblieft zo'n kikker hebben in plaats van dat lampje? Dan ga ik hem vrijlaten in het park. Dan wordt er eentje tenminste niet opgegeten.'' Nee, he?! Ik zucht. Maar de ernstige ogen van een zevenjarig meisje achter een brilletje... enfin, zonder nachtlampje verlaten we de winkel en lopen Chinatown weer in.

Hannah danst nu aan mijn hand. ,,Wat ik ook kan doen'', bedenkt ze opgetogen, ,,is een hele grote teil op het balkon zetten en daar dan een eilandje in maken, en...'' Als ik het niet dacht! Leer mij de eerste zevenjarige kennen die een gered dier probleemloos in de natuur uitzet. Ik zie het gezicht van haar moeder al voor me, die haar straks komt ophalen. ,,Jij laat die kikker in het park los en anders gaat het feest niet door'', zeg ik streng, en knoop er nog een zwartgallige voorspelling aan vast over de akelige dood die kikkers buiten hun eigen biotoop gaan sterven. Ze knikt. Ze ziet het in.

In de viswinkel blijken de kikkers twee dollar te kosten. Ik reken Hannah voor dat ze er, voor de prijs van het lampje, dan wel drie kan nemen, want nu wij toch een kikkerbevrijdingsfront hebben gevormd, lijkt eentje opeens zo miezerig. En of je nou voor een of voor drie beesten naar het park moet! Trefzeker wijst ze de visboer aan welke hij pakken moet. Die en die en die. De man vraagt iets wat ik niet versta, maar omdat hij naar een plastic zak grijpt, knik ik maar van ja. Hij loopt met de kikkers naar een hakblok en grijpt een mes. ,,No, no, alive!'' kan ik nog net op tijd roepen. Trillend van woede en verontwaardiging grist Hannah hem even later de plastic zak uit handen. Nooit hebben dodelijker blikken de Chinese visboer getroffen.

We maken de plastic zak open en leggen hem in een grotere draagtas. Hannah, de hele weg naar het metrostation met haar neus in de tas, brengt gedetailleerd verslag uit van de gedragingen der verlosten. Net als ik in de metro zit te hopen dat de kikkers toch alsjeblieft niet de geest zullen geven voordat we bij een vijver zijn, klinkt zo'n luide kwaak op dat een ingedommelde Pakistaan naast ons recht overeind schiet. ,,Ze vinden het leuk in de metro'', roept Hannah.

Een uur later zitten we in het Central Park bij de Turtlepond, een flinke vijver voor een `middeleeuws' nepkasteel. ,,Toe maar, jongens, toe maar'', zegt Hannah aanmoedigend. Ze heeft de zak helemaal opgerold, maar de kikkers snappen het niet en blijven een trage schoolslag door de zak maken. Dan maakt er een een sprongetje op het gras en vervolgens het water in, waar hij direct naar de diepte duikt. Nummer twee hupt hem achterna. Alleen de derde, waarin amper meer beweging zit, moet opgetild en in het water gezet worden. Loodrecht zinkt hij naar beneden. ,,Zou het nog wel goedkomen met hem'', vraagt Hannah zich bezorgd af. ,,Jawel, hoor'', zeg ik. Wij wachten of de kikkers misschien weer opduiken, mogelijk zelfs op de grote bladeren middenin de vijver, maar we zien niets meer en gaan ten slotte naar huis. Druk rebbelend loopt ze naast me. Ze gaat elke week kijken, kondigt ze aan, met pappa. Over een tijdje zullen er wel jonkies zijn, denk ik niet? En jammer van al die andere in de ton, maar ja, dat zou een beetje te duur geworden zijn!

Drie dagen later loop ik opnieuw langs de Turtlepond, alleen. Het is gemeen koud geworden. Het water is zwart en rimpelloos, de boorden ogen vuil en doods. Geen leven in de hele vijver te bespeuren. Maar ho, ho... dat is schijn. Diep in de vijvergrond verbeidt dat leven een nieuwe lente! Daar koesteren drie vrije kikvorsen zich gelukzalig in de modder. De komende zomernachten zullen vol zijn van hun gekwaak, en de mensen zullen luisteren en zich verwonderen over het gloedvolle lied dat zij zingen. Een hymne van redding en verlossing – die zal weerklinken tot diep in Chinatown.

    • Rascha Peper