Het Westen moet Rusland hard aanpakken

Hoewel de kritiek op het Russische optreden in Tsjetsjenië toeneemt, blijven scherpe veroordelingen uit. De angst voor verslechtering van de relatie met Moskou weerhoudt de meeste westerse leiders van harde uitspraken. De topconferentie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die morgen en overmorgen in Istanbul plaatsvindt, is echter een ultieme mogelijkheid om de dialoog met Rusland aan te gaan. Maar ook via andere kanalen moet de druk op Moskou worden verhoogd.

Een belangrijk principe binnen de OVSE is dat situaties die bedreigend zijn voor de veiligheid of waarin schendingen van de mensenrechten plaatsvinden een zaak zijn voor alle deelnemende staten. Wil de OVSE zichzelf serieus nemen, dan moet Tsjetsjenië in Istanbul hoog op de agenda staan. Of dat het geval zal zijn, is niet zeker. Het Westen weet zich namelijk geen raad met de oorlog in Tsjetsjenië. En ook in politiek en intellectueel Nederland heerst stilte over het slagveld in Grosny. Crisismoeheid, het meten met dubbele maten en onmacht vechten om een verklaring.

Tijdens de Kosovo-crisis werd wederom duidelijk dat Rusland nodig is voor de Europese Veiligheid. Tot nu toe vormt terughoudendheid dan ook te veel de rode draad in de houding van het Westen tegenover Moskou. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat tijdens de vorige oorlog in Tsjetsjenië 85.000 Tsjetsjenen en 12.000 Russische soldaten het leven hebben verloren. En ook nu is sprake van een humanitair drama. Weliswaar hebben de Russen van de vorige oorlog geleerd en hebben ze nu grote delen van de afvallige republiek onder controle, een einde van het conflict is nog lang niet in zicht.

Als soevereine staat is Rusland gerechtigd op te treden tegen terroristische groeperingen die zijn veiligheid bedreigen. Dat recht is door niemand in twijfel getrokken. Maar los van het feit dat tot op heden nooit bewezen is dat Tsjetsjeense rebellen achter de bomaanslagen in Rusland zaten, heeft het huidige optreden in de Kaukasus weinig te maken met terrorismebestrijding. Waarschijnlijk zitten er andere motieven achter de militaire acties.

Premier Poetin vaart voorlopig wel bij het optreden van het leger en is inmiddels favoriet om volgend jaar Jeltsin op te volgen als president. Daarnaast lijkt het er op dat Rusland bezig is de Kaukasus weer onder zijn invloed te brengen. Tegelijkertijd wint het leger aan invloed en eist het voortzetting van de oorlog. Kortgeleden verschenen berichten in de pers dat de legerleiding het Kremlin heeft laten weten dat zij niet akkoord gaat met onderhandelingen met de Tsjetsjeense president Maschadov. Alleen een volledige militaire overwinning voldoet.

Dit alles heeft inmiddels geleid tot een humanitaire noodsituatie in Tsjetsjenië en buurland Ingoesjetië die herinnert aan het Kosovo-drama eerder dit jaar. Missies van de OVSE en de Verenigde Naties hebben het gebied inmiddels bezocht om de humanitaire nood in kaart te brengen. Op basis van deze bevindingen dienen de vluchtelingen zo snel mogelijk adequate hulpverlening te krijgen. Het spreekt voor zich dat de Russische regering de verplichting heeft internationale hulporganisaties in de gelegenheid te stellen hun werk in de Kaukasus te doen.

Naast het verlenen van humanitaire hulp dient de inzet van het Westen een zo spoedig mogelijke stopzetting van de gevechten te zijn. De oproep van de verschillende internationale organisaties om tot een politieke oplossing van het conflict te komen, moet vergezeld gaan van een veroordeling van het Russische militaire optreden. De inzet van minister Van Aartsen om tot een veroordeling van Rusland te komen door de kwestie Tsjetsjenië in de EU en de Veiligheidsraad aan de orde te stellen, verdient in dat licht alle steun. De genoemde organisaties, de OVSE en de Raad van Europa zouden zich volstrekt ongeloofwaardig maken als men het stilzwijgen bewaart en niet opkomt voor de eigen principes.

De druk op Rusland kan bij onvoldoende resultaat ook nog worden opgevoerd via het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Op 28 juli van dit jaar keurde het IMF een kredietfaciliteit aan Rusland goed van 4,5 miljard dollar. Dit krediet is gekoppeld aan terugbetalingen van Rusland aan het IMF, zodat feitelijk geen geld naar Rusland gaat. Wel wordt ruimte gecreëerd op de Russische begroting. Geld dat gebruikt had moeten worden voor terugbetalingen aan het IMF kan nu voor andere doeleinden worden ingezet, zoals de oorlog in Tsjetsjenië.

Er is nog geen begin gemaakt met de uitvoering van de IMF-overeenkomst met Rusland, omdat nog niet aan alle voorwaarden is voldaan. Gezien het gevaar dat vrijgekomen bedragen voor het conflict in de Kaukasus worden ingezet, vormt het opschorten van de kredietfaciliteit een logische stap en een duidelijk signaal.

Tenslotte is het van belang dat Rusland zich houdt aan het CFE-verdrag over conventionele wapenbeheersing in Europa. Momenteel heeft Rusland meer troepen in Tsjetsjenië en Dagastan dan is toegestaan. Nederland dient daarom aan te dringen op een challenge-inspection in Rusland. Ook dient een internationale klacht tegen Rusland te worden overwogen op basis van het Europees Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens als er niet snel een einde komt aan de schendingen van de mensenrechten.

Als bezwaar tegen het uitoefenen van zware druk wordt vaak gesteld dat dit een averechts effect zou hebben en Rusland tot een anti-westerse politiek zou aanzetten. Een Rusland dat zich vernederd voelt is in de verkiezingstijd inderdaad slecht beïnvloedbaar. Maar de voorzichtige benadering van het Westen heeft evenmin effect.

Na het ingrijpen in Kosovo op morele en humanitaire gronden kunnen westerse landen niet passief blijven bij een groot conflict, waarbij opnieuw de burgerbevolking het slachtoffer is. Ook het gevaar dat de gevechten zich uitbreiden naar andere delen van de Kaukasus dwingt de Europeanen en Amerikanen tot een krachtige inspanning om verdere escalatie te voorkomen. Het Nederlandse kabinet dient daarom door te gaan met het streven naar een internationale veroordeling van Rusland en het opvoeren van de druk op Moskou om de acties in Tsjetsjenië te staken. Tegelijkertijd dienen de EU en de NAVO een ruimhartig aanbod te doen Rusland onder voorwaarden te steunen bij politietaken, humanitaire protectie, terrorismebestrijding en bij de sociale en economische ontwikkeling van de Kaukasus. De illusie dat verkiezingen in `Rusland' gekocht kunnen worden door kritiek in te slikken is voorbij.

Bert Koenders en Gerrit Valk zijn lid van de Tweede Kamer en maken deel uit van de PvdA-fractie.

    • Bert Koenders
    • Gerrit Valk