WTO-akkoord breekt Chinese staatsinvloed af

China en de Verenigde Staten sloten gisteren een akkoord dat de weg vrijmaakt voor het Chinese lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie. China wordt toegankelijker voor buitenlandse producten en bedrijven.

China is nog geen lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), maar buitenlandse ondernemers doen alsof het al zover is. Ze gaan ervan uit dat jaren van geduld en lage opbrengsten nu alsnog zullen worden beloond.

De Europese Unie noemt het akkoord van gisteren ,,een belangrijke stap'', maar waarschuwt dat er nog vergelijkbare overeenkomsten met Europa en Canada over vrijhandel met China nodig zijn om het WTO-lidmaatschap te effectueren. En Amerikaanse Congresleden die sceptisch staan tegenover president Clintons Chinabeleid, kondigden aan het akkoord met argusogen te zullen beoordelen. Ze zijn vooral kritisch over de effecten van het akkoord voor godsdienstvrijheid en mensenrechten in China. Vakbonden in de VS opponeren bovendien tegen meer Chinese import.

Toch maakt de handelsovereenkomst tussen de Verenigde Staten en China, het resultaat van dertien jaar onderhandelen, China's onderwerping aan internationale regelgeving voor de handel, zoals vastgesteld door de WTO-lidstaten, waarschijnlijk.

Het enthousiasme is, gezien de voordelen die de Amerikaanse onderhandelaars er hebben uitgesleept, daarom begrijpelijk. Want nu de VS en China het eindelijk eens zijn, maken de Europese Unie, Canada, Noorwegen, Zwitserland en Brazilië, de landen waarmee China nog tot overeenstemming moet komen, een goede kans op de bezegeling van afspraken die qua vorm en inhoud lijken op de regels die moeten gaan gelden voor China's handelsbetrekkingen met de VS.

Amerikaanse ondernemers, zo leert de nieuwe overeenkomst, zullen beter dan ooit toegang krijgen tot China's omvangrijke markt. En Amerikaanse bedrijven in China die, evenals de meeste buitenlandse ondernemers, tot dusver vooral geld hebben verloren, kunnen in de toekomst rekenen op de geleidelijke groei van hun inkomsten.

Buitenlandse ondernemers opereren in China omdat zij ,,de boot niet willen missen'', zegt een Britse jurist van een groot adviesbureau in Peking. ,,Hun beleidsplannen zijn ten dele gebaseerd op goede hoop en verwachtingen.'' Nu China's WTO-lidmaatschap binnen handbereik is, geloven veel ondernemers dat reden bestaat voor optimisme.

In de toekomst krijgen Chinese consumenten meer keuze dan voorheen. Volgens de bilaterale afspraken mogen zij bankrekeningen openen bij Amerikaanse bankkantoren in China. Hun nieuwe auto's mogen zij financieren met Amerikaans krediet. En op telecommunicatie- en informaticagebied zullen Chinezen kunnen kiezen uit meer Amerikaanse producten en diensten. Het Chinese telecom-monopolie wordt doorbroken en Amerikaanse bedrijven krijgen het recht op een bedrijfsaandeel van maximaal vijftig procent. Kunstmatig hooggehouden prijzen van allerhande landbouwproducten zullen worden verlaagd, waardoor ook Amerikaanse agrarische producten kunnen worden afgezet op de Chinese markt.

Het zijn stuk voor stuk afspraken die de invloed van de staat doen afnemen en de resten van de communistische planeconomie verder zullen terugdringen. De Chinees-Amerikaanse handelsovereenkomst is in die zin ook een belangrijke overwinning voor het hervormingsgezinde kamp binnen de Chinese regering. Voorstanders van economische liberalisatie voeren al vele jaren strijd met behoudende politici en intellectuelen die de socialistische welvaartsstaat, die feitelijk alleen nog in naam bestaat, koste wat kost wensen te behouden.

En hoewel deze liberale politici er vanuitgaan dat China na toetreding tot de WTO te maken zal krijgen met een periode van economische teruggang, houden zij ook rekening met een scherpe stijging van het aantal buitenlandse investeringen in China.

,,Op de lange termijn zullen Chinese bedrijven er voordeel bij hebben'', zegt Zhang Qiwen, manager van een bedrijf in landbouwproducten. De groei van de concurrentie dwingt de Chinese ondernemingen tot een zuiver en doorzichtig beleid, aldus Zhang.

Het is ook om die reden dat de in de Verenigde Staten gevestigde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch de recente overeenkomst heeft verwelkomd als een stap in de richting van nieuwe garanties voor openheid, de bescherming van de rechten van Chinese werknemers en een onafhankelijke rechtelijke macht.

    • Floris-Jan van Luyn