`Trage kogels' is perfecte symbiose jazz en toneel

Omvangrijke toestanden zijn dat altijd, de Amerikaanse big bands. Een toeterende, drummende, roffelende reeks mannen. Het belangrijkste is altijd dat het swingt. Op het toneelpodium tijdens een voorstelling is zo'n band ongebruikelijk. De tekst zou er maar door in het gedrang komen. Het optreden van enkele vooraanstaande Vlaamse acteurs en muzikanten onder de titel Trage Kogels in Concert zorgt echter voor een mixture van theater en jazzband die overrompelend is.

Een grote man met zijn lichaam vol blues is de acteur Wim Opbrouck. We kennen hem uit Ten Oorlog! als de verrassing in enkele wufte Shakespearaanse rollen. Nu slaat hij in de big band op een grote trommel en zingt hij met opmerkelijk zachte stem. Trage Kogels in Concert heeft, als we de makers moeten geloven, een uitermate diepzinnige inzet. Het zou over Voltaire gaan die van leer trok tegen de pessimistische filosoof Leibniz. De laatste hekelde onze wereld, Voltaire roemde onze wereld alsof het ons eigen frivole achtertuintje was. Ik kon iets maar niet veel terugvinden van deze filosofische ideeënstrijd in Trage Kogels, maar dat hinderde helemaal niet. De voorstelling is een wervende samenzang van jazz en toneel. Lester Young, Lee Konitz, Charlie Parker maakten in de ritmische fraseringen hun rentree.

De openingsscène was een zeldzaam mooie liefdesverklaring aan de jazz. Een acteur vertelde over vijf zwarte mannen die hem, overal waar hij kwam, achtervolgden met hun fantastische muziek. Die mannen blijken niet te bestaan, ze zitten in zijn hoofd. Dat neemt niet weg dat ze voor hem reëel zijn. Zo krijgt de voorstelling toch nog een Platoons tintje: wat we waarnemen is slechts een afspiegeling van een idee. En dat `idee' in Trage Kogels is de muziek.

Wat het publiek niet weet, moet door de muzikanten uitgelegd worden. Daarom krijgen we alles te horen over syncopen, consonanten en dissonanten, spanning en stilte, mineur en majeur. En omdat alle gepraat daarover natuurlijk weer goedkoop en oppervlakkig is, geven acteurs als Opbrouck, Tine Reymer, Koen De Sutter en Johan Dehollander in een enerverende persiflage daarvan acte. Het zou evengoed over voetballen, wielrennen of duivenmelken kunnen gaan, want de zogenaamde kenners verdrinken zichzelf en anderen in hun kennis. Zo is alles feest en swing, tot de laatste tien minuten. Een duidelijke nazist vertelt dat jazzmuziek maar oerwoud- en bamboelandmuziek is. Alle sensuele frivoliteit moet verdwijnen. De muzikanten passen zich aan, geleid door de steeds wanhopiger wordende Opbrouck. Ineens verandert swing in dreunende ritmiek. Het licht wordt koud, grijszwart bijna. Achteraf was het noodzakelijk om te weten wat syncopen en blue notes zijn; zij vormen het hart en de ziel van de jazz. Een perfecte voorstelling van geestige, charmante dwaasheid met een dramatische ondertoon.

Voorstelling: Trage Kogels in Concert. Spel en idee: Johan Dehollander, Koen De Sutter, Wim Opbrouck e.a. Muziek: Peter Vermeersch e.a. Gezien: 15/1 Stadsschouwburg, Rotterdam. Te zien 16,17/11 De Brakke Grond, A'dam. Tournee t/m 30/11.

    • Kester Freriks