Russisch leger gijzelt het Kremlin

De Russische premier Poetin heeft een duivelspact met de legertop gesloten, waardoor het Kremlin in de tang van de militairen zit en er voorlopig geen eind komt aan de oorlog in Tsjetsjenië, meent Michael Thumann.

In Rusland krijgen de generaals het steeds meer voor het zeggen.

Iedere avond toont de Russische televisie de gecensureerde beelden uit Tsjetsjenië, zonder aanvullend commentaar: de raketten die door gevechtshelikopters worden afgevuurd om de `terroristen' uit te schakelen laten brede kruitsporen achter. Mortiereenheden bestoken de `islamitische terroristen' met granaten, en gevechtsvliegtuigen voeren met doodsverachting loopings uit boven `bandietenstellingen'. Generaals geven nadere uitleg over de `antiterroristische operatie'.

Kortom, in Rusland stellen soldaten weer iets voor. De misdeelde kinderen van de vergane post-Sovjetmaatschappij geven de toon aan en verkondigen een nieuwe slogan: `de hervormingen hebben afgedaan, lang leve de generaals!' Vergeten is de schande van de nederlaag in de `eerste Tsjetsjeense oorlog', vergeten zijn de deerniswekkende beelden van soldaten op afgetrapte sportschoenen die zich voedden met hondenvlees, vergeten zijn de officieren die kalasjnikovs en zelfs complete tanks aan de Tsjetsjeense rebellen verpatsten. Het publiek ziet nu alleen wat het wil zien. Achter het gordijn van de oorlogspropaganda opereren de strijdkrachten voorzichtiger dan tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog – maar werkelijk succes blijft uit. De posities die zij nu innemen, hadden de Russische strijdkrachten in de eerste Tsjetsjeense oorlog van 1994 tot 1996 ook bijna allemaal veroverd. Pas in Grozny en in de bergen kwam het tot de catastrofale ontknoping. Waarop baseren de generaals hun optimisme eigenlijk?

Het moreel van de troepen wordt versterkt door een nieuwe `Dolkstootlegende'. De bevelhebber van het 58ste leger, Sjamanov, nam onlangs de meelijwekkende Ludendorff-pose aan toen hij het einde van de eerste Tsjetsjeense oorlog als volgt samenvatte: ,,Het meest onverdraaglijk is de bittere nasmaak van de laatste oorlog toen de Russische soldaten en officieren alles gaven – en bedrogen werden. Wij vochten vooral om de geruïneerde eer van ons vaderland te herstellen.'' Hiermee wordt een draai gegeven aan de zin van deze oorlog: wraak voor de wapenstilstand van '96, voor de betutteling van het leger door de politici. Nu laat de militaire top in `zijn' veldtocht geen enkele inmenging toe. Sjamanov dreigt zelfs met een `burgeroorlog' en een massaal aftreden van de legerleiding als de politici op dit moment over een wapenstilstand gaan onderhandelen. Geen enkele politicus durfde het aan dergelijke gotspes publiekelijk tegen te spreken.

De toekomst van het Kremlin hangt af van de verkiezingsstrijd. Want er staat meer op het spel dan alleen een verkiezingsnederlaag. Het gaat niet alleen om het inleveren van dienstauto's en creditcards op naam van de Zwitserse bouwonderneming Mabetex, maar om mogelijke strafvervolging. En om politiek te overleven, schiep de Kremlin-familie het fenomeen Vladimir Poetin. De saaie apparatsjik van de geheime dienst is in een paar weken tijd veranderd in een post-Russische pseudo-Churchill, die het vaderland verdedigt tegen terroristische bommen en bandieten. Zijn flitsende carrière dankt Poetin aan het duivelspact met de legertop: de generaals mogen `hun' oorlog voeren en hij verschijnt ondertussen als held voor de televisiecamera's. Op dit moment is hij in Rusland verreweg de meest geliefde politicus.

Het westerse appèl aan Rusland om de oorlog te beëindigen, is een roep in de woestijn. Poetin kan niet beloven dat de gevechten worden gestaakt, want hij heeft zijn beslissingsvrijheid immers verkocht aan de generaals. Zijn carrière hangt af van het eventuele militaire succes in de Kaukasus. Bovendien is onduidelijk of Jeltsin de aanzwellende westerse kritiek negeert en of hij nog de kracht kan opbrengen voor een totale ommekeer in Tsjetsjenië. Doordat de Russische politiek gechanteerd kan worden, heeft de militaire top veel invloed naar zich toegetrokken. Generaals bezetten de posities waarvan zwakke politici vrijwillig afstand doen. Met de huidige veldtocht heeft de legertop geen nieuwe weg ingeslagen.

Al tijdens de NAVO-luchtaanvallen op Joegoslavië nam de Russische legerleiding een volledig onafhankelijke positie in. Zo maakte zij er geen geheim van dat zij weinig waardering kon opbrengen voor het door het Kremlin gevoerde Kosovo-beleid. Op 12 juni toonden Russische para's een staaltje van hun kunnen toen zij als eersten het vliegveld van Pristina bezetten, voordat de NAVO-troepen arriveerden. Jeltsin had een onduidelijke opdracht gegeven die de militaire staf offensief interpreteerde. De minister van Buitenlandse Zaken bleek hiervan niet op de hoogte.

Onder de collectieve goedkeuring van een groeiende antiwesterse elite in Moskou publiceerde de krant Krasnaja Zvesda vorige maand het ontwerp van de nieuwe militaire doctrine. Daarin worden twee wereldorden tegenover elkaar geplaatst: de Amerikaanse, waarin een dominante supermacht de wereldproblemen `militair oplost', en de `multi-polaire', waarin de verschillende naties aan elkaar gelijkwaardig zijn en een oplossing wordt gezocht `op basis van het internationale recht'. De Russische strijdkrachten trainden eind juni in de oefening `Westen 99' hoe een eventuele aanval van de supermacht op de volken die binnen Rusland in vrede en rechtszekerheid leven kan worden afgeweerd. Al eerder oefenden gevechtsvliegtuigen hoe Amerikaanse vliegdekschepen in de Middellandse Zee tot zinken kunnen worden gebracht.

Dit machtsvertoon moest een reële bedreiging ensceneren, waardoor de pijnlijke bezuinigingsprogramma's voor de strijdkrachten van tafel kunnen worden geveegd. De beoogde inkrimping van het officierskader, het terugbrengen van de strijdkrachten tot 1,2 miljoen man en de aankoopstop van nieuwe wapens bezorgen de generaals koude rillingen. Ze doen hun uiterste best om de militaire hervormingen te vertragen. In de begroting van het jaar 2000 zullen de defensie-uitgaven met amper eenvijfde worden verhoogd. De Tsjetsjeense oorlog zou het budget verder kunnen opschroeven. Poetin juichte al dat de stijgende olieprijs zal helpen bij de financiering van de veldtocht. Maar ook zei hij: ,,Als de economische problemen niet worden opgelost, kan de Russische strijdmacht in de Kaukasus niet beschikken over de noodzakelijke wapens en dan zullen wij de door ons gestelde doelen niet bereiken.'' Het pact met de duivel werkt.

De strijdkrachten hebben nog meer op hun verlanglijstje staan. Onlangs heeft de minister van Defensie een `militaire bank' opgericht voor alle rekeningen van het ministerie die nu nog voor het overgrote deel vallen onder het federale ministerie van Financiën. Voor de minister van Defensie blijven de kluisdeuren van de militaire bank dan ook gesloten; hij kan niet langer controleren of het geld wordt uitgegeven aan soldij of aan nieuw wapentuig. Tegelijk zal de militaire leiding maar al te graag in haar eigen bank rekeningen voor de wapenindustrie openen en haar diensten voor lucratieve in- en export-transacties aanbieden. Het zijn nog dromen. Maar misschien maken de 77 officieren die bij de komende parlementsverkiezingen een zetel willen veroveren, zich hiervoor wel sterk.

Kortom, de invloed van de strijdkrachten in Moskou groeit. En toch staat er geen staatsgreep van Pakistaans formaat voor de deur. Traditiegetrouw is het Russische leger eerder a-politiek. In de Sovjet-Unie heeft het zich altijd ondergeschikt gemaakt aan het staatsbestuur en iedere zuivering bijna zonder klagen over zich heen laten komen. De generale staf zou niet in staat zijn het politieke vacuüm op te vullen, niet in de laatste plaats omdat de staf incidenteel wedijvert met het ministerie van Defensie. De generaals willen liever rang en roem uit de tijden van de Sovjet-Unie heroveren en zich gelijktijdig afschermen voor de invloed van de wispelturige politiek. De heersende klasse in Rusland laat dit gebeuren omdat zij niet weet waarvoor het leger eigenlijk verantwoordelijk is: voor de verdediging van het land tegen de NAVO, de handhaving van het imperium tegenover de islamitische separatisten of voor snelle acties in de Kosovo's van deze wereld? Uit radeloosheid gaf zij de militaire top in de Noord-Kaukasus carte blanche.

De minister van Defensie, maarschalk Sergejev, omschrijft de richtlijnen van het Tsjetsjenië-beleid als volgt: ,,Wij zijn gekomen om nooit meer weg te gaan!'' Dit is nieuw. Ging het niet om het `bestrijden van bandieten'? Bepaalt de militaire top de status van Tsjetsjenië nu naar eigen goeddunken? De Russische strategen zijn gewaarschuwd. Allemaal hebben zij op de militaire academie hun Clausewitz gelezen waarin wordt beweerd dat ,,het politieke voornemen het doel is, de oorlog het middel en het middel nooit los van het doel gezien kan worden.'' Ook heeft de militaire elite Lenin bestudeerd, die verkondigde dat het politieke doel de aard van de oorlogsvoering zal bepalen.

De generaals slaan goede raad nochtans in de wind. De oorlogsdoelen raken vrolijk door elkaar. In tegenstelling tot de koloniale oproep van maarschalk Sergejev verklaart Valeri Malinov, plaatsvervangend chef van de generale staf, dagelijks met fluwelen stem: ,,Wij willen Tsjetsjenië bevrijden van de bandieten en het recht weer in ere herstellen zodat de mensen in vrede kunnen leven.'' Probeert daar iemand de Tsjetsjeense bevolking voor zich te winnen? De realiteit weerlegt dit. Een raketaanval maakte op 21 oktober het marktplein in Grozny met de grond gelijk. Meer dan 100 mensen vonden daarbij de dood en twee keer zoveel burgers raakten zwaar gewond. Het militaire succes van de aanval was gering, de politieke boodschap luidde: terreur tegen de burgerbevolking – Sarajevo laat groeten. Misschien wilden de generaals premier Poetin, die diezelfde dag naar de EU-top in Helsinki vertrok, eigenlijk alleen maar herinneren aan het met bloed ondertekende duivelspact.

Zes dagen later bombardeerde het leger het dorp Samasjki ten westen van Grozny, waarbij bijna alle huizen in vlammen opgingen. Samasjki is een symbool voor de eerste Tsjetsjeense oorlog. Toendertijd bestookte de Russische artillerie het met vluchtelingen, vrouwen en kinderen overvolle dorp tot er geen enkele steen meer op de andere stond. Een journalist vroeg de voor de operatie verantwoordelijke commandant: ,,Waarom schiet u op burgers?'', waarop de militair antwoordde: ,,Hoe moet ik nu weten wie van hen een soldaat is en wie niet?'' De generaals weten het ook nu niet. En zij zullen het ook niet te weten komen zolang de laatste Tsjetsjeen nog leeft.

Michael Thumann is correspondent in Moskou voor Die Zeit.

©Michael Thumann en Die Zeit

De politiek mag zich niet bemoeien met de oorlog

    • Michael Thumann