Parlement EU boos op rekenkamer over lekken

Het Europees Parlement heeft slaande ruzie met de Europese Rekenkamer. Het Parlement heeft daarom het debat over het jaarverslag over 1998 van de Rekenkamer afgelast. De voorzitter van de Rekenkamer, Jan Karlsson, heeft te horen gekregen dat zijn presentatie van het jaarverslag vanmorgen in het Parlement niet gewenst is.

Een reeds lang aangekondigde persconferentie van Karlsson in het parlementsgebouw is afgelast. De voorzitter van de Rekenkamer heeft wel aangekondigd naar het Parlement te komen om in de wandelgangen zijn standpunt over het conflict te vertellen. De ruzie komt geheel onverwacht, omdat de betrekkingen tussen Parlement en Rekenkamer de afgelopen tijd juist zeer goed waren.

Beide hebben zich ingespannen voor verbetering van het financieel beheer bij de Europese Commissie. Dat leidde er eerder dit jaar toe dat de Commissie onder voorzitterschap van Jacques Santer plaats maakte voor een nieuwe Commissie onder leiding van Romano Prodi.

Aanleiding voor de onenigheid is het uitlekken van het jaarverslag van de Rekenkamer vorige week in de Duitse en Britse pers. Dat gebeurt vrijwel ieder jaar, maar deze keer beschouwt het Parlement het als een belediging. Het wenst dat de Rekenkamer het document aan niemand toont voordat het aan de Europarlementariërs is gepresenteerd.

De meerderheid van de fractievoorzitters in het Parlement besloot het debat vanmorgen af te gelasten. Alleen de socialisten en de groenen waren tegen. De socialistische fractievoorzitter Baron Crespo zei dat als er niet meer gepraat kan worden over gelekte documenten, het Europees Parlement net zo goed kan sluiten.

Het rapport van de Rekenkamer bevat overigens de gebruikelijke kritiek over onregelmatigheden bij de besteding van Europese gelden. Daarbij worden in het bijzonder de lidstaten gehekeld. In het door de Rekenkamer behandelde jaar, 1998, was de vorige Europese Commissie nog in functie. De gevolgen van hervormingen bij het financieel beheer, die de huidige Commissie heeft doorgevoerd, zullen pas door de Rekenkamer worden onderzocht in het jaarverslag dat over twee jaar verschijnt.