`Nederlands toneel mist eigen repertoire'

Het Nederlandse toneel mist maatschappelijke relevantie omdat het de theatermakers aan oorspronkelijk repertoire, aan grote Nederlandse thema's en aan vakkundige traditie ontbreekt. ,,Met een uiterst schamele klassieke toneelbibliotheek hebben de Nederlandse toneelmakers weinig in handen om in deze tijd nog een nationale identiteit, laat staan een nationale ziel te boetseren, waarin het grote publiek zich kan herkennen.''

Dat zei regisseur Theu Boermans gisteravond in het Theaterinstituut te Amsterdam, in de jaarlijkse Marga Klompélezing. De lezing ging vooraf aan de presentatie van het Nederlands Theater Jaarboek 1998-1999.

De artistieke leider van theatergroep De Trust ging nauwelijks in op de beleidsplannen van staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) om een breder publiek naar het theater te krijgen. Boermans zei alleen dat de plannen `de autonomie van de kunstenaar op onaangename wijze aantasten' en `ongetwijfeld een averechts effect sorteren'. Hij was het echter met Van der Ploeg eens dat het toneel maatschappelijke relevantie mist, al ligt die relevantie niet in het aantal bezoekers, maar in `het thema en de uitspraak' in een toneelstuk, en de `werking daarvan op de samenleving'.

Om dit aan te tonen, sprintte Boermans op vermakelijke en eigenzinnige wijze door de toneelgeschiedenis heen: ,,We kunnen de brand in de Amsterdamse Schouwburg op 11 mei 1772 opvatten als de feestelijke afsluiting van de donkere dagen van de Gouden Eeuw.'' Om dit eeuwen omspannende verhaal in een half uur te persen, praatte hij met een vervaarlijke snelheid. Boermans stelde dat de Nederlands theatermakers al eeuwenlang op buitenlands repertoire teren, vooral uit Duitsland. Boermans' gezelschap De Trust heeft zelf veel Duitse stukken op het repertoire staan.

Boermans zegt dat de zaak erger is gemaakt door de `autonome kunstenaars' uit de jaren zeventig en tachtig die naast het repertoire ook de vaktechnische vorm overboord zetten. Het toneel als toegepaste kunst, als uitvoering van een toneeltekst, raakte op de achtergrond. Een groot nadeel van de persoonlijke, autonome kunst is dat het slechts gedijt in kleine zalen.

Om het toneel te redden, moet de muur tussen `autonome' en 'toegepaste' toneelmakers worden geslecht. Hiervoor is `solidariteit van de hele sector' noodzakelijk. ,,Wanneer het toneel versnipperd blijft in artistieke fracties die elkaar naar het leven blijven staan, bestaat er een grote kans dat de overheid zich bij het volgende Kunstenplan geroepen zal voelen het toneel in zijn geheel onder curatele te stellen en een troepenmacht vers opgeleide culturele ondernemers de kooi in te sturen. God behoede ons daarvoor. Ze zullen het toneel op een artistiek verantwoorde manier, diner voor, dansen na dus, uitleveren aan de principes van de markt.''

    • Wilfred Takken