Het einde van de huisvrouwenacademie

De Open Universiteit moet veranderen om te kunnen overleven in de eenentwintigste eeuw.

Een portier bedient vanuit zijn glazen huisje de slagboom van het bedrijfsterrein van de Open Universiteit (OU) in Heerlen. Het terrein heeft niets studentikoos. Dat hoeft ook niet, want studenten komen niet in de grijze kantoorgebouwen aan een uitvalsweg. Als Peter Sloep, docent natuurwetenschappen aan de OU, contact met zijn studenten wil, klikt hij zijn computer aan.

Vandaag viert de Open Universiteit haar derde lustrum met het symposium `Het nieuwe leren'. Dat nieuwe leren gaat via de computer en behelst meer dan cursusmateriaal op een floppy en het beantwoorden van vragen via e-mail. De universiteit heeft daarvoor een `elektronische leeromgeving', een virtuele OU op Internet, ontwikkeld. Daarmee kunnen studenten teksten en software ophalen, met elkaar en de docent discussiëren en online presentaties houden.

Maar `het nieuwe leren' is meer: ook de inhoud van veel cursussen wordt vernieuwd. De studenten krijgen niet allemaal een standaardpakket, maar een cursus die precies biedt wat ze willen. ,,Het onderwijsaanbod in de elektronische leeromgeving is eindeloos flexibel'', zegt Sloep. ,,Een boek is statisch, maar in die leeromgeving kun je kennis die de cursist al heeft weglaten en eventuele lacunes opvullen met extra studiemateriaal. Dat is precies waar moderne werknemers die zich willen her- of bijscholen, om vragen.''

Op die werknemer is de OU zich de afgelopen jaren steeds meer gaan richten. Ze moet wel, want haar belangrijkste doelgroep – volwassenen die geen hoger onderwijs hadden genoten – wort kleiner. Toen de OU in 1984 haar deuren opende, meldden deze zogenoemde `tweedekansers' zich in groten getale aan voor een enkele cursus of een volledige HBO- of universitaire opleiding. Ongeacht de vooropleiding kon iedereen – huisvrouwen, gepensioneerden, werknemers en werklozen – een doctorandustitel bemachtigen.

Nu, vijftien jaar later, is het aantal studenten fors afgenomen, van 40.000 in 1994 tot 22.000 vorig jaar. Minder dan de helft van de cursisten is nog een tweedekanser, want steeds meer mensen volgen direct na de middelbare school een HBO- of universitaire opleiding. Het gros van de studenten geeft aan slechts geïnteresseerd te zijn in één of enkele cursussen, meestal met het oog op hun carrière.

De terugloop van studenten is ook minister Hermans (Onderwijs) niet ontgaan. Hij kondigde in september in het Hoger Onderwijs- en Onderzoekplan (HOOP) aan de OU vanaf 2001 met 15 miljoen gulden per jaar te korten, op een budget van 75 miljoen gulden per jaar. Hij vindt het geen overheidstaak studenten te subsidiëren die al een hogeronderwijsdiploma op zak hebben en zich willen laten her- of bijscholen.

Doemdenkers zouden uit die bezuinigingen kunnen opmaken dat de minister de OU een stille dood wil laten sterven. Niets is minder waar, benadrukte Hermans toen hij eind september de OU bezocht. Wel moet de universiteit zich bezinnen op de toekomst, vindt hij. Naast onderwijs voor tweedekansers zou de OU haar voorsprong op het gebied van afstandsonderwijs verder moeten ontwikkelen. Volgens hem heeft deze vorm van onderwijs-op-maat in de huidige kennismaatschappij de toekomst. Dan zou ze zich grotendeels zelf kunnen bedruipen.

Fijn dat de minister zo met ons meedenkt, reageert collegevoorzitter Cees Datema. ,,Dat is precies waar we al vijf jaar mee bezig zijn.'' Volgens hem heeft zijn universiteit grote mogelijkheden als onderwijsvernieuwer. ,,Wij lopen voorop met het gebruik van computers en we zijn na vijftien jaar zeer bedreven in het maken van cursussen die ook zonder uitleg van de docent begrijpelijk zijn.'' Datema verwacht op de particuliere markt voor een deel de bezuinigingen te kunnen compenseren. Toch vindt hij de korting die hem boven het hoofd hangt een paradox. ,,Als Hermans de OU wil zien als voorloper in onderwijsvernieuwing, zodat andere universiteiten en hogescholen ervan kunnen profiteren, moet hij zeker niet bezuinigen.''

Ook zonder bezuinigingen wordt de OU bedreigd. De concurrentie op de markt van het online-afstandsonderwijs neemt hand over hand toe. Particuliere aanbieders, zoals de Leidse Onderwijs Instellingen (LOI), bieden hoogwaardige cursussen. Een beetje bedrijf heeft zijn eigen opleidingencentrum. De OU participeert in het Vespucci-project waarbij de Fontys-hogescholen en Wolters Kluwer zijn betrokken. Maar er zijn meer van dergelijke initiatieven zoals de online-universiteit EuroCampus. Ook ontwikkelen universiteiten en hogescholen steeds vaker zelf onderwijs via Internet.

Het zal overigens nog een tijd duren voordat alle cursisten van de OU via de computer kunnen studeren, geeft OU-docent Sloep toe. Trots zapt hij langs de sites waarop zijn studenten hun informatie halen, zelf materiaal toevoegen en online met elkaar vergaderen. ,,Het kost veel tijd, moeite en deskundigheid om onderwijsprogramma's geschikt te maken voor online-studie'', weet hij.

Naast zijn kantoor staat dus nog steeds een grote loods waar de studieboeken op tien meter hoge, vijftig meter lange stellages liggen opgeslagen. Medewerkers rijden met steekwagentjes af en aan. Anderen zijn druk bezig het cursusmateriaal te verpakken in stevige bruine enveloppen zodat het per post kan worden verstuurd.

    • Sheila Kamerman