`Hele dag bezig met de dienstlijst'

De overspannen arbeidsmarkt leidt overal tot problemen. Wie lost ze op en hoe gaat dat? Deel 1 van een serie: De gezondheidszorg.

Voor het rooster van januari komt Janny de Jager nog 25 diensten te kort. Ze leidt in het Amersfoortse verpleeghuis De Lichtenberg tijdelijk twee afdelingen in plaats van één, omdat er een vacature is voor een manager. Op haar afdelingen heeft ze drie vacatures voor verzorgenden en zijn vier mensen met zwangerschapsverlof. ,,Het is frustrerend'', zegt ze. ,,Ik ben de hele dag bezig om de dienstlijst op orde te krijgen en het lukt niet.''

Eerst vraagt ze haar eigen personeel om een extra dienst. Lukt dat niet, dan schakelt ze een uitzendbureau in, maar die kunnen ook niet genoeg mensen leveren. ,,En bovendien is dat heel duur.'' Werkelijk schrijnende situaties probeert ze te voorkomen door zelf in te springen. ,,Soms denk ik: `Dit kan niet'. Het komt voor dat ik 's morgens een paar uur meehelp met wassen. De bewoner is toch nummer één.''

Vooral in de Randstad, maar in toenemende mate ook elders, krijgen verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorginstellingen hun vacatures niet of nauwelijks meer gevuld. Toch valt het personeelsgebrek in de gezondheidszorg mee. Vorig jaar bedroeg het aantal vacatures er 1,4 procent, tegen 2,3 procent in Nederland als geheel. De echte problemen staan de komende decennia op stapel, als het aantal 65-plussers verdubbelt en het aantal jongeren slinkt. Op elke 80-plusser zijn er nu nog bijna twintig personen tussen de 20 en 65 jaar; in 2030 nog maar tien en in 2050 nog maar zeven.

Er zijn optimisten en pessimisten onder de arbeidsmarktverkenners. Het onderzoeksinstituut Nzi voorziet een tekort van 30.000 verplegenden en verzorgenden in 2003. Maar de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) gaat ervan uit dat werkgevers en werknemers niet stilzitten, zodat er niet daadwerkelijk 30.000 vacatures zullen zijn. Toch verwacht ook de OSA tekorten, vooral aan hoger opgeleide verzorgenden en verpleegkundigen. Een overschot is er juist in zeer laaggeschoold personeel (basisschoolniveau). Om die reden wordt binnenkort een korte opleiding tot `zorghulp' ingevoerd. Verder is er nog veel `onbenut arbeidspotentieel', constateert de OSA. Van de 629.000 mensen die een zorgopleiding hebben gevolgd werkt een kwart niet en een vijfde in een andere sector. In totaal zijn er nu zo'n 400.000 verplegenden en verzorgenden.

Werkgevers hameren erop dat de gezondheidszorg een slecht imago heeft. Om dit te bestrijden komen er dure tv-spotjes, zoals die er al zijn voor het onderwijs en de politie. Uit onderzoek blijkt echter niet dat schoolverlaters een negatief beeld hebben van het werk in de gezondheidszorg.

Integendeel, in 1997 zei een op de zes jongeren er wel belangstelling voor te hebben. Wel is mede door een hervorming van het opleidingstelsel het aantal leerlingen sterk gedaald. In 1992 begonnen 24.743 mensen aan zo'n opleiding, in 1998 nog 18.224. Uit de voorlopige cijfers over dit jaar blijkt wel weer een toename van 10 procent.

De werkelijke problemen lijken op de werkvloer te liggen. Het ziekteverzuim stijgt, het verloop stijgt en het aantal mensen dat in deeltijd werkt neemt toe. Dat alles leidt tot verlies van personeel waar groei gewenst is. Volgens de OSA moeten instellingen het verloop beperken met onder meer speciaal beleid voor oudere werknemers, moeten ze meer personeel werven onder allochtonen, het ziekteverzuim bestrijden, meer mensen zelf (bij)scholen, meer herintreders aantrekken en personeel aanmoedigen meer uren te werken.

Hier en daar zijn al maatregelen genomen. De werkgevers hebben GOBnet opgezet, een beroepengids op Internet met onder meer 200 e-mail-adressen van hulpverleners die desgevraagd informatie kunnen geven over hun werk (www.gobnet.nl). Verscheidene regio's hebben `mobiliteitsbureaus' opgericht om mensen die van baan willen veranderen te behouden voor de gezondheidszorg. Directeur Ad van Elzakker van SIGRA, een samenwerkingsverband van de gezondheidszorginstellingen in Amsterdam, probeert bij B en W huisvesting en vervoer voor het personeel te regelen. ,,Zowat de helft van onze mensen moet van buiten Amsterdam komen. Zolang de wethouder hier laat doorschemeren dat hij wel wat voelt voor rekeningrijden, verliezen wij mensen aan de wijde omgeving.'' Het Amsterdamse VU-ziekenhuis heeft onlangs besloten zijn parkeergarage alleen nog open te stellen voor personeel en niet meer voor bezoekers van patiënten.

In het hele land richt men zich verder op voorlichting en imagocampagnes. Directeur Van Elzakker vindt die ,,met alle respect een beetje meer van hetzelfde. Mooie brochures, mooie advertenties. Waar je ontzettend voor op moet passen is dat je je personeel niet gewoon rondpompt. Nu al wordt 75 procent van de vacatures opgevuld door mensen die toch al in de zorg werkten. Dat schiet niet echt op.''

De verschillende zorginstellingen beconcurreren elkaar fors op de secundaire arbeidsvoorwaarden. ,,Wij reserveren voor volgend jaar voor het eerst geld voor kinderopvang'', zegt hoofd Personeel en Opleiding Peter Andriessen van de Amersfoortse stichting Keizorg - twee verzorgingshuizen en een verpleeghuis met 406 patiënten. In navolging van onder meer Thuiszorg Eemland, dat onlangs bekendmaakte het aanbrengen van nieuwe medewerkers te gaan belonen met een weekend Parijs of een auto, overweegt ook de stichting Keizorg `aanbrengpremies' uit te loven, zij het gewoon in geld. ,,Je kunt niet achterblijven.'' Andriessen vindt het wel een zwaktebod. ,,Je bent steeds meer met z'n allen op zoek naar dat ene personeelslid dat ergens op de wip zit.'' De actie van Thuiszorg Eeemland heeft inmiddels 72 nieuwe aanmeldingen opgeleverd, meldt directeur Onland. Hij is verbaasd over dit resultaat. ,,Op een advertentie krijg je doorgaans niet meer dan drie of vier reacties.''

Ook bij de stichting Keizorg zijn ziekteverzuim en verloop ,,aan de hoge kant'', maar de zwaarte van het werk is daarvan volgens Andriessen niet de grootste oorzaak. ,,Meestal gaat het om positieverbetering, of verhuizen met de partner mee.''

Alleen jongeren knappen soms af op het onregelmatige werk. Zorgcoördinator Janny de Jager: ,,Dan krijgen ze een vriendje en willen ze uit in het weekend.''

Hoewel hij spreekt van een ,,extreme situatie'' ziet Andriessen de toekomst toch niet al te somber in. ,,We zijn er allemaal bij gebaat dat de zorgverlening goed is. De politiek kan nooit zeggen: Daar doen we even niets aan. Dat maakt mij optimistisch voor de lange termijn.''

    • Joke Mat