EU steeds dichter bij gezamenlijk defensiebeleid

De eerste vergadering van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie is een teken dat een gemeenschappelijk beleid contouren krijgt.

Voor het eerst in de geschiedenis vergaderden gisteren de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie van de Europese Unie officieel gezamenlijk. Ze bespraken met voormalig NAVO-secretaris-generaal Javier Solana, die nu de hoge functionaris voor het EU buitenlands- en veiligheidsbeleid is, voorstellen voor een Europese defensie. Het is een onderwerp waarover de Europese regeringsleiders volgende maand in Helsinki een aantal knopen moeten doorhakken.

In de eerste plaats was er het Britse voorstel voor een Europees legerkorps dat binnen zestig dagen operationeel kan zijn. ,,De uitdaging is om een EU te maken die in staat is om te handelen wanneer de NAVO als geheel er niet bij betrokken is'', zei de Britse minister van Defensie, Hoon, in een toelichting. De per geval samengestelde militaire macht zou binnen het kader van de NAVO moeten opereren.

Ook keurden de ministers officieel goed dat Solana wordt benoemd tot secretaris-generaal van de West-Europese Unie (WEU). Deze slapende defensieorganisatie zou volgend jaar in de EU moeten opgaan. De neutrale EU-lidstaten – Oostenrijk, Zweden, Finland en Ierland – hebben met Solana's dubbelfunctie ingestemd hoewel er nog geen oplossing is gevonden voor hun bezwaar om te voldoen aan de verplichting van WEU-lidstaten om elkaar te verdedigen.

De ministers bespraken tevens de plannen om ten behoeve van een Europese defensie in Brussel een permanent politiek en veiligheidscomité op te zetten. Wat precies de bevoegdheden van dit comité worden, is nog niet duidelijk.

Nederland wil de bevoegdheden van de comité's regelen bij de komende onderhandelingen over wijziging van het Verdrag van de EU. Het wil ook de banden tussen de EU en de NAVO in het gewijzigde verdrag vastleggen. Het wil pas over het voorzitterschap van de comité's praten als de Europese regeringsleiders het over de taken eens zijn. Minister Van Aartsen zei gisteren dat zolang er geen gedetailleerde afspraken zijn gemaakt, het Europese defensiebeleid na een beslissing van de regeringsleiders volgende maand voorlopig met interim afspraken kan werken.

De Nederlandse regering heeft gisteren in een nota aan de Tweede Kamer geschreven dat de opzet van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid moet worden vastgelegd in het Verdrag van de EU. De meeste landen willen volgend jaar bij de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over wijziging van het Verdrag zo weinig mogelijk over de defensiestructuur onderhandelen. Ze vrezen dat anders de ratificatie van een gewijzigd Verdrag door de nationale parlementen van sommige lidstaten problemen kan opleveren.

,,Een belangrijke dag'', zei Solana gisteren na afloop van de gesprekken, ,,maar we hebben nog een lange weg te gaan.''

    • Ben van der Velden