Estafette

Ondergetekende heeft met verbijstering kennis genomen...

Er was een petitie rondgestuurd die zo begon en ik begreep dat ik die niet hoefde te ondertekenen, want de waarheid wil ik geen geweld aandoen.

Verbijstering. Geestverduistering kan voorkomen in zeldzame gevallen, maar je moet er niet prat op gaan. De querulant is maar al te graag verbijsterd en ook de dorknoper die wil laten merken dat er in zijn droge ziel wel degelijk emoties kolken. `Mijn fractie, mijnheer de voorzitter, heeft unaniem verbijsterd gereageerd...'

Toen ik de petitie later in de krant zag bleek de tekst verkort en vernuchterd te zijn en de verbijstering was teleurstelling geworden, wat een verbetering was, maar er stond tegenover dat een beroemd citaat van Voltaire een nog prominentere plaats had gekregen: ,,Mijnheer, ik ben het hartgrondig oneens met ieder woord dat u zegt, maar ik zou mijn leven geven voor uw recht die woorden te zeggen.''

Zo leek het er op dat de ondertekenaars zich wilden distantiëren van de man die zij steunden, de Belgische schrijver Herman Brusselmans. Zijn boek was in België uit de winkels gehaald omdat hij een verzonnen personage over een werkelijk bestaand persoon had laten zeggen dat ze een slecht pijpende dwergpoliep met puitogen en haar van haar pruim tot op haar rug was die om het leven gebracht moest worden. Er waren waarschijnlijk mensen geweest die de vrijheid van meningsuiting een warm hart toedroegen, maar dit toch wel een erg gemene streek van Brusselmans vonden. Tegen hen was gezegd: je hoeft het er ook niet mee eens te zijn, denk aan het beroemde woord van Voltaire.

Ik houd niet van dat beroemde woord. Zou ik werkelijk willen sterven voor Brusselmans' recht op belediging? Voltaire liever dan ik, eerlijk gezegd. En was Voltaire echt zo stervensbereid als hij het deed voorkomen? Hij zag er van af om het te bewijzen en overleed op hoge leeftijd aan natuurlijke oorzaken. De Winkler Prins-encyclopedie heeft het over zijn `pogingen om tegenstanders met behulp van een lettre-de-cachet in de gevangenis te werken.' Dat klinkt anders dan zijn nobele woord.

En de ondertekenaars van de petitie, geven ze hun leven niet te makkelijk op? Er stonden namen bij van mensen die ik erg zou missen. Hebben ze hun sneuvelbereidheid met vrouw en kinderen besproken en waren die het er mee eens?

Een schrijver is zelden op zijn best in beroemde citaten. Het zijn bijna altijd de passages waarin hij aan het schmieren was met goedkope effecten. Een schrijver die te vaak in het citatenboek staat, moet gewantrouwd worden. Alleen voor Shakespeare gaat het niet op, maar die schreef voor toneel en dan hoort schmieren erbij.

Maar goed, ik ben er niet voor dat boeken verboden worden en het argument dat de akelige meningen van verzonnen personages niet de schrijver mogen worden aangerekend, vind ik steekhoudend. W.F. Hermans gebruikte het ook, toen hij vervolgd werd voor zijn boek Ik heb altijd gelijk. Er waren er toen die vonden dat hij dapper had moeten zeggen: ,,Mijnheer de rechter, ik sta achter mijn Lodewijk, want ik heb net zo'n hekel aan katholieken als hij.'' Ze hadden ongelijk. Hermans verdedigde de literatuur, niet alleen zichzelf.

Toch heeft het ietst onbevredigends. Anders dan indertijd de katholieken is in dit nieuwe geval de beledigde werkelijk kwaad gedaan, en het zou rechtvaardig zijn als ze iets terug kon doen, maar wat? De blote vuist met kracht in het gelaat van de boosdoener, daar zou ik aan denken, maar ik zou beslist schrikken als dat gewoonte werd. Afwachten tot het over is lijkt het beste dat er opzit.

De rechter helpt niet echt. Met de verkoop van het boek van Brusselmans gaat het nu in Nederland zo goed dat een verslaggever van Het Parool kon melden dat er in Antwerpen gesproken werd over `één-tweetje tussen auteur en aanklaagster.' Dat werd tegengesproken en het is ook vast niet waar, maar het zal in de toekomst zeker een keer gebeuren. Uitgever Mai Spijkers laat op de achterkant van zijn boeken portretten zetten van mooie mensen die niets met het boek te maken hebben, zogenaamde auteurs die in werkelijkheid door een Spaans modellenbureau geleverd worden. Straks levert het modellenbureau een beledigde die naar de rechter stapt.

In het verslag in Het Parool komt de columnist Martin Bril aan het woord, die zegt dat hij voor de Belgische krant De Morgen een stuk heeft geschreven `dat exclusief gaat over de beharing van mevrouw Demeulemeester'. Ook blijkt dat het blad Humo een fake-interview met haar heeft afgedrukt waarin haar de meest obscene teksten in de mond worden gelegd.

Dit maakt een onprettige indruk. Een estafetteploeg die klaar staat om het stokje over te nemen en bereid is om steeds nieuwe wandaden te plegen om aan te tonen dat de meningsvrijheid zich niet onderdrukken laat. Je krijgt de indruk dat hier niet meer de meningsvrijheid wordt verdedigd, maar dat het slachtoffer van die vrijheid moet worden ingepeperd dat ze zich koest had moeten houden.

Die estafette doet denken aan een veel ernstiger en droeviger geval uit het verleden. In 1940 hield de Leidse hoogleraar Cleveringa zijn beroemde rede waarin hij protesteerde tegen het ontslag van zijn joodse collega's. Hij hield er rekening mee dat hij tijdens zijn toespraak gearresteerd zou worden. Voor dat geval stond er iemand anders klaar die de toespraak verder zou uitspreken. En als die ook gearresteerd zou worden, dan was er weer iemand anders. De invallers kwamen niet aan de beurt, want Cleveringa werd pas de volgende dag gearresteerd.

Misschien heeft de actiegroep beharing die nu optreedt zich hierdoor laten inspireren. Er komt me een citaat voor de geest, niet van Voltaire maar van Karl Marx, die schreef dat de geschiedenis zich herhaalt; de eerste keer is ze een tragedie, in de herhaling is ze een klucht. Ik zei het al, in beroemde citaten zijn schrijvers niet op hun best. Ik kon dit citaat nu even goed gebruiken, maar als je er wat meer over nadenkt is het eigenlijk flauwekul, net als dat spierballenvertoon van Voltaire.

    • Hans Ree