Een overwinning voor de hervormers

China kan, als gevolg van het gisteren gesloten handels- akkoord met de VS en de verwachte Chinese toetreding tot de Wereldhandels- organisatie, in vijf jaar doorstoten tot de vierde handelsnatie in de wereld. De verdere integratie van China in de wereldeconomie betekent een overwinning voor de hervormers in de Chinese topleiding en een versterking van de binnenlandse economische hervormingen met positieve gevolgen voor politieke hervormingen op termijn.

Het moeizaam bereikte Chinees-Amerikaanse akkoord dat de weg moet banen voor China's spoedige toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is een uiterst welkome positieve ontwikkeling in de neergaande spiraal in deze wellicht belangrijkste bilaterale relatie in de wereld. Het nieuws over China's turbulente betrekkingen met Amerika is dit jaar overwegend negatief geweest: het schandaal over nucleaire spionage, escalerende Amerikaanse protesten tegen Chinese mensenrechtenschendingen en heftige Chinese protesten tegen Amerikaanse voornemens om Taiwan nieuwe generaties wapens te leveren, China's obsessieve campagne tegen Amerika's unipolaire hegemonie, culminerend in verbeten Chinese steun voor Miloševic en het `abusievelijke' Amerikaanse bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado, etc.

Op handelsgebied alleen al was het immer stijgende Chinese overschot politiek onhoudbaar geworden in het Amerikaanse Congres, bij de vakbonden en in de textielstaten in het zuiden van de VS. Juist omdat de vooruitzichten voor de algehele relaties zo ongunstig waren, besloot de daadkrachtige premier Zhu Rongji tijdens zijn bezoek aan Washington in april dit jaar met alle risico's vandien zijn nek uit te steken en een spectaculair pakket van concessies inzake marktopening en tariefverlaging, met name op de gebieden van landbouw, telecommunicatie en financiële diensten, auto's, chemicaliën en computers, te doen om de stagnerende economische hervormingen en zijn eigen machtspositie een krachtige injectie te geven.

President Clinton, nauwelijks bekomen van de beproevingen van impeachment en huiverig voor een nieuwe confrontatie met het Congres, zwichtte voor het advies van zijn inmiddels teruggetreden minister van Financiën Rubin en liet premier Zhu in de kou staan. Terug in China werd Zhu het doelwit van conservatieve communisten, die hem van capitulatie en zelfs landverraad beschuldigden. Volgens een maanden durende geruchtenstroom had Zhu zijn ontslag aangeboden en zou zijn machtspositie fataal verzwakt zijn.

In mei volgde het bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado waarmee de betrekkingen met de VS het diepste dal sinds 1989 bereikten. Het leidde Zhu er toe zich bij Amerika's favoriete China-vriend Henry Kissinger te beklagen dat hij twee keer gebombardeerd was, eerst in Washington, later in Belgrado. De Chinezen maakten hervatting van de WTO-onderhandelingen afhankelijk van een bevredigende verklaring voor het bombardement en aangezien zij de Amerikaanse versie dat het een misverstand was geweest verwierpen, was de zaak voor onbepaalde tijd van de baan.

Pas in september, toen de presidenten Jiang Zemin en Clinton elkaar weer ontmoetten voor de top van de APEC in Nieuw Zeeland, bleek het vertrouwen voldoende hersteld om de besprekingen te hervatten. Maar schot kwam er niet in. Daar was andermaal interventie op het hoogste niveau voor nodig. Midden oktober verzekerde Clinton zijn Chinese ambtgenoot Jiang Zemin telefonisch dat het Amerika ernst was en verzocht China om een soortgelijke opstelling. Begin november reisde de Amerikaanse toponderhandelaar Charlene Barshefsky opnieuw naar Peking om er te elfder ure een akkoord door te rammen, maar of het zover zou komen bleef tot het laatste moment onzeker.

De Amerikaanse nullijn was dat het aanbod van premier Zhu van april basis voor een akkoord zou worden, maar de Chinezen hadden er vier, vijf maanden intern over geruzied dat zulke vergaande concessies een ,,opgeschort doodvonnis voor China's staal-, auto- en hightech industrieën en banken zou betekenen''. De Amerikanen hadden in april eenzijdig details inzake Zhu's aanbod gepubliceerd, zonder dat die in China bekend waren, hetgeen Zhu verder in verlegenheid had gebracht. De Amerikaanse taktiek was om daarmee indruk op het vijandige Congres te maken en aan te geven dat China wel degelijk zijn markten verder zou openen. Chinese woordvoerders zetten in oktober keer op keer uiteen dat er tien, vijftien fouten in de Amerikaanse versie van China's aanbod hadden gezeten en dat dat teruggeschroefd moest worden. Kennelijk om indruk op de binnenlandse oppositie te maken zei de Chinese woordvoerder begin november nog dat China al dertien jaar op toetreding had gewacht en dat het, als de nationale trots en belangen het vereisten, nog wel dertien jaar kon wachten. Afgelopen zaterdag leek het nog alsof de Amerikanen onverrichterzake naar huis zouden reizen. Het was premier Zhu Rongji, die tijdens het weekeinde de Chinese onderhandelaars opdracht gaf de laatste punten op de i te zetten en het uitputtende welles-nietes spel af te ronden. Het was het zoveelste staaltje van Chinees-Amerikaans brinkmanship, voortdurend tot de rand van de afgrond gaan maar er nooit invallen.

De Amerikanen waren steeds de eisende partij geweest die handelden vanuit de overtuiging dat China een tweede Japan was, dat vanwege zijn irrationele economische structuur systematisch zijn eigen markten gesloten hield en de Amerikaanse markt had bedolven onder een eindeloze lawine van exporten. Oppervlakkig gezien is de handel inderdaad overweldigend in China's voordeel. Het bilaterale handelsvolume in 1998 was 89 miljard dollar, waarvan 75 miljard aan Chinese exporten – 40 procent van China's totale exporten – richting Amerika ging en slechts 14 miljard Amerikaanse exporten naar China, minder dan naar Taiwan. Bij een aandachtiger blik blijkt echter dat het overgrote deel van wat China exporteert geen Chinese producten zijn maar producten van multinationals waarvan de onderdelen en grondstoffen eerst geïmporteerd worden. Wat China aan de wereldeconomie levert zijn geen producten, maar productiecapaciteit in de vorm van goede en goedkope arbeid: 54,6 procent van China's importen en 41 procent van de exporten komen voor rekening van bedrijven met buitenlandse investeringen, grotendeels filialen van multinationals, die hen in staat stellen te produceren voor een fractie van de kosten thuis.

Wanneer de Amerikaanse vakbonden roepen dat China Amerikaanse banen steelt is dat demagogie, want zelfs een zwarte arbeider in een zuidelijke staat kost 10 of 15 dollar per uur. Een Chinese arbeider daarentegen kost 50 dollarcent of minder. Het zijn multinationals, met name Amerikaanse, die thuis zonder enige hinder van de regering grootschalig banen liquideren en naar China verplaatsen. Zij optimaliseren daarmee hun winstmarges en de Amerikaanse consument krijgt goede producten voor de laagst mogelijke prijzen. Chinese exporten dragen zo aanzienlijk bij aan Amerika's voortdurende hoge economische groei en lage inflatie. Het verhaal dat China de Amerikaanse economie schaadt is dan ook een mythe die zwaar gepolitiseerd wordt door de diverse anti-China lobbies. Premier Zhu zei tijdens zijn Amerika-reis in april onder andere dat China slechts 2 dollar verdient op een paar Nike-schoenen die voor ongeveer 100 dollar verkocht worden in Amerikaanse warenhuizen. De rest gaat naar de schoenenfabrikanten en vooral naar de expediteurs uit Hongkong en Taiwan die traditioneel de handelskanalen beheersen en de exporten uit China's zuidelijke kustgebied domineren.

Voor hightech bestaat een soortgelijk patroon. Motorola bijvoorbeeld produceert mobiele telefoons in de noordelijke havenstad Tianjin maar de meest hoogwaardige onderdelen worden eerst vanuit Amerika geëxporteerd naar China. China weigert daarom om de waarde van het eindproduct in zijn handelsstatistieken op te nemen. Dat is slechts een van de vele redenen waarom de handelsstatistieken van de beide landen zo wild uiteenlopen. De belangrijkste reden voor de enorme afwijking is dat Amerika de Chinese exporten via Hongkong boekt als Chinese exporten en daarvoor de veel hogere douanecijfers van Hongkong gebruikt.

Wat het Amerikaanse handelstekort verder vergroot is dat China aan verschillende sanctieregimes onderhevig is, deels vanwege de Tiananmen-repressie van 1989, deels traditionele (COCOM) sancties tegen communistische landen. Restricties gelden op nucleaire technologie voor kerncentrales, satelliettechnologie, supercomputers en wapensystemen.

Het akkoord dat nu gesloten is komt in grote lijnen overeen met het aanbod van Zhu in april. De zes ministeries die zich tegen Zhu's WTO-strategie keerden, de Staatscommissie voor Ontwikkeling en Planning (SDPC), verantwoordelijk voor staatsbedrijven, de ministeries van Financiën, Informatie-industrie (Telecommunicatie), Arbeid en Sociale Verzekeringen en Landbouw zijn voor een goed deel bijgetrokken. Een voorbeeld: een vice-minister van de SDPC zei onlangs dat China's staatssector na WTO-toetreding weliswaar aan verhevigde internationale concurrentie bloot zou komen te staan, maar dat China's lidmaatschap tot een nieuwe golf van buitenlandse investeringen zou leiden. De minister van Financiën voegde eraan toe dat tariefverlagingen weliswaar een verlaging van de staatsinkomsten zouden veroorzaken, maar dat lagere tarieven ook tot een vermindering van de grootschalige smokkel zouden leiden. Zhu's krachtigste opponent, minister Wu Jichuan van Informatie-industrie, lijkt de grootste verliezer. Hij draaide Zhu's toezeggingen inzake 49 procent aandeel van buitenlandse partners in de telecomindustrie terug en sprak nog enige weken geleden zijn veto uit over alle buitenlandse investeringen in de Internetindustrie. Op beide punten hebben de Amerikanen hun zin gekregen. Dit is trouwens ook een van de hoofdpunten op de verlanglijst van de Europese Unie, die haar eindonderhandelingen volgende week begint.

De dienstensector zal binnen vijf jaar volledig geopend worden en daar zullen met name banken, verzekeringsmaatschappijen, advocaten- en accountantskantoren en jonge goed opgeleide Chinezen baat bij hebben. De verwachting is dat China's tariefverlagingen en de versoepeling van restricties tot een versnelde groei van de importen en daardoor tot een vermindering van het Amerikaanse handelstekort zal leiden. Onderzoek van Goldman Sachs heeft aangetoond dat de unilaterale Chinese liberaliseringen de komende vijf jaar tot een verdubbeling van China's buitenlandse handel zullen leiden tot ongeveer 600 miljard dollar. Dat zal China wellicht de vierde grootste handelsmogendheid in de wereld maken na de VS, Duitsland en Japan. China zal sowieso zijn graanimporten aanzienlijk verhogen, niet alleen uit de VS maar uit de hele wereld omdat het de politiek van autarkie op graangebied heeft opgegeven vanwege de schadelijke milieu-effecten: watertekort en uitputting van het land. China zal in 2010 40 procent van zijn oliebehoeften importeren, tegen 20 procent nu.

De voordelen van toetreding tot de WTO voor China zullen zijn dat het betere toegang tot de markten van WTO-lidstaten zal krijgen, dat textielquota's in 2005 zullen worden afgeschaft en dat er een eind komt aan het jaarlijkse anti-Chinacircus in het Amerikaanse Congres. Het Congres moet immers China vóór de officiële toetreding permanent de status van `Normale Handelsrelatie' (NTR), voorheen `Meest Begunstigde Natie' (MFN) toekennen. Dit zal nog heel wat gekrakeel kunnen opleveren maar een veto van het Congres is vrijwel uitgesloten omdat de Republikeinen uiteindelijk de partij van big business zijn en de captains of industry zijn unaniem euforisch over het akkoord dat zij het beste economische Chinanieuws in 20 jaar noemen.

De verdere integratie van China in de wereldeconomie betekent verder een overwinning voor de hervormers in de Chinese topleiding en een versterking van de binnenlandse economische hervormingen met positieve gevolgen voor politieke hervormingen op termijn.

Het is ook vooral goed nieuws voor Taiwan, dat klaar is voor toetreding tot de WTO maar om politieke redenen op China moest wachten. Gezamenlijke toetreding van de twee is een positieve draai in de neerwaartse spiraal in de betrekkingen tussen het grote en het kleine China.

    • Willem van Kemenade