Een eeuw Diepput

Het roemruchte HVV speelde vorig jaar 100 jaar onafgebroken aan de Diepput, het unieke complex midden in 's-Gravenhage – altijd noemen we Den Haag Den Haag, maar niet als het om HVV gaat. Er is, alweer een poosje geleden, een fraai gedenkboek over de grote Haagse voetbalclub en zijn fameuze behuizing verschenen. Ik haal daaruit, enigszins bekort, een verhaal aan dat in 1968 speelde. Het heet `Het Paard van Troje'.

,,Het was tijdens een algemene vergadering bij de rondvraag. De situatie van de vereniging was uitgebreid besproken en de oplossing van alle problemen simpel: de bal moest vaker bij de vijand in het net. Dan staat P. op, een verdienstelijk lid, geen groot voetballer, een aardig cricketer, maar een allround clublid. Altijd bereid om op zondagochtend 10 uur ergens in Delft met het negende te spelen. Hij legt de vergadering een kleine rekensom voor: als wij de afrastering tussen de velden slopen, hier en daar grasstroken rechttrekken, de velden wat beter rollen en de goals weghalen, dan kunnen wij met gemak zes hockeyvelden aanleggen. Het resultaat zal zijn dat we niet naar de derde klasse kunnen degraderen, een mixed club kunnen worden en de gezelligheid de angst dat de punten niet binnenkomen, zal verdrijven. Wat denkt meneer de voorzitter hiervan?

,,Er treedt een ijzige stilte in. Er is geen geroep van `eruit', niemand grijpt P. vast, niemand krijgt een woedeaanval. Naast mij zit de oude Knook. Rond de eeuwwisseling heeft hij in ons eerste elftal gespeeld. Hij was gevreesd. Het was geen genoegen om tegen hem te spelen, maar zo was het in die tijd. De vijand over de zijlijn en de bal tussen de palen. Langzaam wordt Knook rood, de aderen in zijn hals zwellen op, zijn wangen kleuren zich, het is door zijn grijze hoofd heen te zien, zijn blik is op P. gefixeerd. En ik hoor een zachtjes mompelen: `Hockey met zo'n klein balletje, twee keer 35 minuten met zo'n krom stokje, met dames'. Het is duidelijk: zijn tachtig jaren verhinderen hem niet een driftaanval te krijgen. Ik maan hem tot kalmte. De stilte duurt voort. Dan ineens het geluid van brekend glas. Het blijkt een klein fotolijstje te zijn, een afbeelding van ons kampioenselftal van 1898. Een eenvoudige herinnering uit een groot verleden zomaar op de grond gevallen. Diepe symboliek, zult u zeggen. Metaalmoeheid denken anderen, maar de spijker had geen beter moment kunnen vinden om af te breken.

,,Langzaam staat P. op. Hij loopt naar zijn jas, doet bij de deur een vertwijfelde poging om te groeten, maar vindt zijn hoofdknik onbeantwoord. Wij zien zijn schim langs de beslagen ramen van het clubhuis verdwijnen en dat is het laatste wat wij van hem gezien hebben. Men zegt dat hij nu in Zuid-Amerika of daaromtrent een gelukkig leven leidt en vooral het voetbal daar nauwlettend volgt. Het zij zo. Het was slechts om u te schetsen dat ook in het verleden niet iedereen even vast in de leer was. Ook toen heeft het paard van Troje achter het hek gestaan, misleidend in de Diepput starend. Wij weten al wat er uit het dier zijn buik zal rollen: tennisballen, maar misschien ook hockeysticks, korfbalmanden, volleybalnetten en wie weet al niet wat. De geschiedenis schijnt zich veelvuldig te herhalen.''

    • Herman Kuiphof