Echte bedreiging van Wad is commercie

De Waddenzeecontroverse waarin het kabinet-Kok is terechtgekomen is een grote koek van eigen deeg. Milieutechnisch gesproken staat het allang vast dat proefboren naast en onder de Waddenzee geen schade oplevert voor de natuur. Alles wat de NAM in dit opzicht nog eens zou moeten aantonen is al bewezen en het verwijt dat dit bewijs is betaald door de NAM zelf slaat nergens op. Er zijn in dit land waarschijnlijk niet veel deskundigen meer te vinden, die de conclusies uit de door iedereen becommentarieerde Integrale Bodemdaling Studie Waddenzee niet onderschrijven. De stelling van het kabinet dat er nog wat meer gestudeerd moet worden, is dan ook een luchtballon. Alles is al gezegd. Ook het standpunt van de Waddenvereniging en Greenpeace dat ander onderzoek het tegendeel zou hebben aangetoond, is niet houdbaar. Strikt technisch gesproken zal eventuele bodemdaling worden gecompenseerd door zandsuppletie en de ecologische dynamiek van zulke getijdengebieden, en ook verder zul je van alle booractiviteit en van de latere gaswinning niet veel merken. Toch lopen de Kameremoties hoog op, naar te vrezen valt veeleer omdat het politiek correct is om tegen te zijn, dan dat men weet waarover men het heeft.

Dat de Waddenzee onaangetast moet blijven staat vast, maar de vraag is wat we daarmee bedoelen. Als inwoner van Terschelling erger ik mij aan de betutteling van de natuurbeschermingsorganisaties. In onze eilander ervaring kun je tot vlakbij de zeehondenbanken varen zonder dat de dieren er last van hebben. Integendeel, ze klappen in hun vinnen, dankbaar voor zoveel aandacht. Maar het is streng verboden, zoals het ook verboden is om met platbodems bij eb op allerlei plaatsen droog te vallen. Aantasting is in het beste geval een optelsom of een kwestie van smaak. De kokkelvisserij en de geplande windmolens op de Afsluitdijk scoren in mijn definitie vele malen hoger dan proefboringen. Veel belangrijker is echter het argument dat er ergens een halt moet worden toegeroepen aan alles wat er elders zo mis gaat. De Waddenverdedigers zouden er eer mee inleggen als ze hier hun grenslijnen trekken: het zijn niet de onderszoeksgegevens en de getallen die tellen, want die zijn er toch niet, het is veeleer een kwestie van principe en ethiek.

Terwijl we in de rest van het land alles opofferen aan de economische heksenketel wordt bij de Waddendijk de grens getrokken tussen gekte en evenwicht. Achter de dijk begint het onthaastingsland. Omdat het paarse poldermodel zowat alles heeft laten liggen wat ooit door de partijprogramma's van D66, PvdA en in zekere zin ook door de VVD is beloofd, zou deze dijkengrens een symbool moeten zijn, de zandwal die we moeten opwerpen tegen de hebzucht en het commerciële karakter van (paarse) liberaliserings-ideologen. In de milieubeweging is dit besef inmiddels wijd verbreid en het is daarom dat men de hakken in de genoemde waddenzandwal zet, opdat op een dag eindelijk eens tot het autistische Paars doordringt, dat de stoomwals gestopt moet worden.

Wouter van Dieren is directeur van het Instituut voor Milieu- en Systeemanalyse en lid van de Club van Rome.

    • Wouter van Dieren