Dromen van een bad

In Ingoesjetië, de buurrepubliek van Tsjetsjenië, komen nog steeds elke dag gemiddeld 4.500 Tsjetsjeense vluchtelingen aan. De opvangstmogelijkheden zijn beperkt: de vluchtelingen worden ondergebracht in een trein, in tenten en in veestallen waar de sneeuw naar binnen waait. De temperatuur is gedaald naar vijftien graden onder nul. Alleen ouden van dagen worden door de Russische autoriteiten geholpen – met brood (als de bakkerij meel heeft én niet met defecten kampt), en met ovens en pannen. ,,Maar waarom geven ze ons die als we geen voedsel hebben om te koken?'' vraagt een van de vluchtelingen zich af.

De Russische minister van Noodsituaties, Sergej Sjoigoe, sprak gisteren tegen dat de 212.000 Tsjetsjeense vluchtelingen in Ingoesjetië zich in een noodsituatie bevinden. Morgen zal Sadako Ogata, de VN-commissaris voor vluchtelingen en chef van de hulporganisatie UNHCR, zich ter plekke op de hoogte stellen; ze komt vandaag in Moskou aan.

De vluchtelingen zijn het met Sjoigoe in elk geval niet eens. Ze zeggen dat ze door de Russische autoriteiten alleen worden geholpen als er weer een missie van de Verenigde Naties of de OVSE in aantocht is. ,,Alsof ze ons willen vertellen: pas op, klaag niet over de omstandigheden'', aldus een 69-jarige man. ,,We dromen van een bad'', zegt een bejaarde vrouw. ,,Maar'', zo voegt ze er haastig aan toe, ,,ik klaag niet. We willen niet terug naar de bommen.'' (AP, Reuters)