Dorp

Elke vrijdagmiddag rijdt het tot magazijn omgetoverde busje van de zelfbenoemde Kaaskeizer stapvoets door de desolate hoofdstraat. Aan de meeste deurknoppen hangt het bekende tasje van de leesportefeuille. Bij de kerk parkeert op woensdag en vrijdag een viskraam – specialiteit: gefrituurde rolmops. Er is een aan leegloop lijdende kazerne, twee minisupermarkten plus een heuse Kwalitaria (friettent).

Sinds jaar en dag arriveert mijn post in de Tabakorie, gemoedelijk rookwaarwinkeltje annex postagentschap van Joke en Bertus Snellenberg. Tot innige tevredenheid. Sinds kort heerst er echter spanning in het dorp. Adriaan van Dis verklapte tijdens zijn publicitaire veldtocht ten behoeve van zijn nieuwe dames- en herenboek in de Völkische Beobachter (17 september) dat de adel in `prachtige buitens rondom Zutphen en Eefde woont'. Voor de tweede keer dit jaar haalt mijn dorp de landelijke pers: in het voorjaar stak onze kersverse prins Carnaval pardoes zijn gade dood.

In Eefde kun je elke dag op elk tijdstip een kanon afschieten. Hoogstens sneuvelt zo'n belachelijke sierkalebas. Even dreigde de noordtak van de vermaledijde Betuwelijn onze idylle te verstoren; het binnenkort tot bedevaartsoord uitgeroepen woonhuis van de steile dichteres dr. Ida Gerhardt zou dan dagelijks op de grondvesten trillen – mij een biet, godlof werk ik in het buitengebied. Zeker, de adel woont prachtig. Zo stel ik de riante zolder van mijn onderkomen zonder toilet en douche 's winters om niet ter beschikking van een eekhoorn, zorg voor des zoldergasts verwarming en laat zijn voorraad hazelnoten en tamme kastanjes ongemoeid. Weliswaar weet ik mij beroofd maar honoreer met plezier de plaatselijke krachtverdeling.

Tussen dorp en hanzestad heeft het nimmer geboterd, al waren ze in het begin van deze eeuw via een tram verbonden. In 1921 werd het Eefdese strijdlied gezongen:

`Te willen annexeren/ Staat Zutphen lang niet mooi/ en dan te willen kiezen/ Ons Eefde als haar prooi! (...) We willen Eefde houden,/ Dat is ons aller leus./ We kunnen ons best redden/ Zonder Zutphen, dat is heusch'.

Voor literair vermaak zijn we helaas afhankelijk van Zutphens smaak. In groten getale luisterde de Achterhoekse adel zondagochtend 26 september in het pand van het Leger des Heils naar de illustere dichteres Nel Benschop, genoot 's middags in de Burgerzaal van de presentatie van Ida Gerhardts Verzamelde Gedichten en verduurde maandagavond Benschops poëtische evenknie Jean Pierre Rawie. Hij sprak net als zij recht uit het hart: het publiek werd overspoeld door een ziedende zee vol clichés. Meer dood dan levend voegde ik mij in de pauze bij de verstokte rokers en braakte kersen, druiven, peren. Alle hooggeborenen waren, noblesse oblige, natuurlijk eveneens aanwezig op `Vlegelpop', in een tent te Loerbeek gehouden lawaaifestival met optredens van Jovink en de Voederbietels, Boh Foi Toch, de Pergola's en het altijd weer spannende spel `Waar schijt de koe'. De Voederbietels waren dan ook zo snugger 52 kratten bier onder het adellijke publiek te verloten.

    • Peter Yvon de Vries