Bod verworpen voor dwangarbeider-fonds

De Duitse regering heeft het bedrag voor een fonds om dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog schadeloos te stellen, verhoogd tot drie miljard mark. Tot nu toe wilde de regering niet verder gaan dan twee miljard, maar onder de druk van joodse organisaties en advocaten van de slachtoffers is het bedrag nu verhoogd. Samen met het bedrag dat Duitse bedrijven beschikbaar stellen, zou het fonds inmiddels ongeveer zes miljard mark bedragen.

Het nieuwe voorstel gaat de joodse organisaties en de advocaten echter lang niet ver genoeg. Zij eisen een bedrag van bedrijven en overheid dat boven de tien miljard ligt. ,,Wie mocht denken dat we dicht bij een akkoord zitten is gek'', aldus Edward Fagan, een van de advocaten.

Vandaag worden de onderhandelingen tussen beide partijen voortgezet. Eerder waren ze gestaakt omdat duidelijk was dat de standpunten nog veel te ver uiteen liggen voor een akkoord. Aanvankelijk had het fonds al op 1 september van dit jaar, precies zestig jaar na de Duitse invasie in Polen, in werking moeten treden.

Otto Lambsdorff, die namens de Duitse regering de onderhandelingen leidt, is bang dat de aarzeling van bedrijven en overheid om tot een akkoord te komen slecht is voor het imago van Duitse bedrijven. Sommige bedrijven vrezen nog een boycotactie in de VS. Lambsdorff heeft daarom het bedrijfsleven opgeroepen om hun bijdrage eveneens te verhogen. Maar hij verwacht niet dat dit gebeurt zonder dat nieuwe bedrijven zich aanmelden om aan het fonds bij te dragen. Tot nu toe hebben ongeveer vijftig bedrijven – waaronder Bayer, BMW, Hoechst en Siemens – gezegd mee te zullen betalen.

De Duitse regering heeft berekend dat er nog ruim 700.000 dwangarbeiders in leven zijn. Joodse organisaties gaan er echter van uit dat er nog zeker 2,3 miljoen mensen leven die recht hebben op een bijdrage. Advocaat Fagan en zijn Duitse collega Michael Witti hebben laten berekenen dat Duitse bedrijven, omgerekend naar de huidige maatstaven, ongeveer 180 miljard mark hebben verdiend aan de dwangarbeid. Maar ze erkennen dat het onrealistisch is om zo'n hoog bedrag van de bedrijven te eisen. (Reuters, AP)