Armoede op Curaçao maakt moedeloos

Koningin Beatrix bezoekt de achterstandswijken van Curaçao. Drugs, werkloosheid, alleenstaande tienermoeders en dropouts.

Veel huizen ogen als kale garages, gaten in de muur, als het regent lekt het aan alle kanten. Elektriciteit ontbreekt, water wordt getapt uit een kraan aan de weg, een stoffig grindpad. Houtvuurtjes smeulen op de rommelige erven, zieke en graatmagere honden speuren naar iets eetbaars. Nauwelijks een paar kilometer verwijderd van de tropische stranden en de luxe resorts heeft Curaçao veel weg van een ontwikkelingsland.

Honger? Er zijn hier mensen die regelmatig zonder eten naar bed gaan, zegt Franklin Clemencia, hoofd van de Giovannischool in Seru Grandi, een van de achterstandswijken van Curaçao. ,,Ja, ze hebben soms wel een televisie, of de kinderen hebben Nikes. Juist als je arm bent wil je de schijn ophouden. Dat je vandaag niets te eten hebt gehad, hoeven de buren niet te weten.''

Volgens een vorige maand uitgebracht rapport `Pobresa, ban atake' (Armoede, laten we het aanpakken) van de stichting Reda Sosial heerst in wijken als Seru Grandi, Soto en Berg Altena grote armoede. Driekwart van de beroepsbevolking is daar werkloos.

Barber, weliswaar niet onderzocht door Reda Sosial, is ook zo'n achterstandswijk: Koningin Beatrix bezocht de wijk gisteren op de eerste dag van haar bezoek. Deskundigen schatten het aantal probleemwijken op Curaçao op vijftien: drugs, werkloosheid, alleenstaande tienermoeders, dropouts.

Het gaat, aldus onderzoeksbegeleider Dick Kruijt van het Centrum voor Latijns-Amerikaanse en Caribische studies van de Universiteit Utrecht, om een onderklasse van circa 25.000 mensen die leven in min of meer erbarmelijke omstandigheden. ,,Dat lijkt misschien niet veel, maar op een bevolking van 150.000 is het een ernstig probleem'', zegt Kruijt. ,,Niemand komt om van de honger, je kunt hier altijd nog wat bijverdienen.'' Als `mula' – letterlijk muildier, een bijnaam voor drugskoeriers – of met een snoepkarretje, of je neemt een extra vriendje, of een extra kindje, en als laatste mogelijkheid kun je naar Nederland, waar de sociale uitkeringen veel hoger liggen. Volgens het onderzoek geeft een kleine 20 procent van de ondervraagden aan naar Nederland te willen emigreren.

Koningin Beatrix brengt ook een bezoek aan het drugsrehabilitatiecentrum Brasami. Maar volgens Leslie Roosberg, directeur van het Bureau voor Verslavingszaken (FMA), is zo'n afkickcentrum ,,water naar de zee dragen''. Er is geen preventie en geen opvang voor `gewone' jongeren bij wie druggebruik langzaam maar zeker uit de hand loopt, zegt Roosberg. En dat zijn er veel. ,,Iedereen kent wel iemand die in de business zit.''

Volgens rector Clemencia zijn ,,de mensen zelf, de regering in Curaçao en Nederland, in die volgorde'' verantwoordelijk voor de gestage neergang. ,,Maar ik vind het weinig zin hebben om schuldigen aan te wijzen. We moeten zoeken naar een oplossing.''

Clemencia bouwt mee aan huizen voor de armsten, organiseert budgetteringscursussen, voorlichtingsavonden, verzamelt fondsen voor straatverlichting, een clubhuis of een voetbalveldje. ,,Kinderen hebben vaak geen vader thuis, sommige leerlingen noemen mij pappa. Er zijn er ook die in elkaar krimpen van een aai op de bol. Geen greintje liefde gewend thuis.'' Meer Curaçaoënaren doen opbouwwerk, maar volgens Clemencia zijn er deskundigen nodig. ,,Mensen die weten hoe je problemen structureel aanpakt. Ik ben hoofd van een school.'' Zuchtend, ,,Ik ben vijftig, ik doe dit al twintig jaar, ik zie geen verbetering. Soms ben ik moedeloos.''

Ook Kruijt is niet erg optimistisch; ,,Ik zie een mistroostig beeld van over elkaar rollende diensten, dames en heren die elkaar vliegen proberen af te vangen. De dubbele bestuurslaag is een plaag voor het eiland, de hele overheid werkt elkaar tegen. Niet door gebrek aan talent of ervaring, maar door verstikkende sfeer van competentiestrijd.'' Kruijt betwijfelt of het actieplan van Reda Social, om vanaf volgend jaar achttien miljoen gulden te steken in armoedebestrijding, structurele veranderingen zal brengen.

Als Nederland niet structureel met geld over de brug komt krijg je een situatie zoals in Suriname, voorspelt Kruijt. Dat de helft van de Antillianen in Nederland woont en pakketjes opstuurt naar de andere helft in Curaçao. Zijn oplossing: maak van Curaçao een artikel 12-gemeente. ,,Of doe als Frankrijk. Hun eilanden zijn niets meer en niets minder dan overzeese provincies.''

Clemencia rijdt op de terugweg naar Willemstad nog even door de wijk Cas Grandi: Zwitserse chalets, architectonische hoogstandjes, protserige neokoloniale villa's met weelderige tuinen, glanzende dure wagens voor de deur. Hier woont de Antilliaanse elite - artsen, hoge ambtenaren en drugdealers. ,,Ik heb er niks op tegen dat mensen genieten van het geld waar ze hard voor gewerkt hebben'', zegt Clemencia. ,,Maar als je weet hoe het er tweehonderd meter verder aan toegaat, vraag ik me wel af: kan het niet een beetje minder?''

    • Edith Schoots