Architect Rijksmuseum snapt reden breuk niet

De architect Hans Ruijssenaars legde de basis voor de grootscheepse renovatie van het Rijksmuseum, waarover directeur Ronald de Leeuw enthousiast is. Onlangs nam hij ontslag wegens een `botsing van karakters' met De Leeuw.

,,Op een dag in augustus vorig jaar werd plotseling eenzijdig het vertrouwen in mij opgezegd. Ik had me enthousiast voorbereid op een nieuwe bespreking over het Masterplan, en ineens hoefde het niet meer. Ik stond te trillen op mijn benen.''

Prof. ir. Hans Ruijssenaars (55) kan nu in alle rust terugkijken op zijn plotselinge vertrek als architectonisch supervisor van het Rijksmuseum in Amsterdam. Vorige week pas werd bekend dat hij uiteindelijk zelf ontslag nam wegens een `botsing van karakters' met Ronald de Leeuw, sinds december 1996 hoofddirecteur van het museum. Inmiddels is Ruijssenaars' bouwbureau, binnen het museum, opgeheven. Voor twee van de zes full-time medewerkers van het Rijksmuseum-project volgde ontslag. ,,Een aanzienlijk verlies van know-how, want zij kenden het museum heel goed.''

Dat laatste geldt nog méér voor Ruijssenaars zelf. Hij was het, die onder het bewind van De Leeuws voorganger Henk van Os de basis legde voor de grootscheepse renovatie van het Rijksmuseum ten koste van honderden miljoenen guldens, waarmee de Tweede Kamer tijdens de begrotingsbehandeling in september j.l. in principe akkoord ging.

De weg terug naar de oorspronkelijke, ruimtelijke helderheid van architect P.J.M Cuypers (1827-1921), het openbreken van de binnenhoven ter weerszijde van de onderdoorgang, een gestroomlijnde `routing' door de zalen, de vrije toegang van wisselend daglicht - het zijn stuk voor stuk ideeën die Ruijssenaars vanaf 1995 heeft gelanceerd en neergeschreven. Ronald de Leeuw heeft ze vorige maand in deze krant zonder Ruijssenaars te noemen enthousiast gepropageerd.

,,Zowel het ministerie van OC&W, de Rijksgebouwendienst als het Rijksmuseum gingen in 1994 unaniem akkoord met mijn benoeming'', aldus Ruijssenaars. ,,Aanvankelijk werd me gevraagd de garderobe en entree uit te breiden. Door die vraag ben ik me grondig in de geschiedenis van het gebouw gaan verdiepen. En toen ontdekte ik hoe verstikt het is geraakt. Je kunt je er volstrekt niet meer oriënteren. Daarom ben ik gaan pleiten voor een grootscheepse opschoningsoperatie.''

Ruijssenaars ontwierp eind jaren tachtig onder meer het Amsterdamse winkelcentrum Magna Plaza bij de Dam. In 1995 kreeg hij de Nationale Renovatie Prijs voor de uitbreiding en modernisering van het ministerie van economische zaken in Den Haag. De afgelopen jaren werkte hij in het Rijksmuseum aan herstel van onzichtbare, bouwtechnische problemen, zoals een nieuwe meldkamer voor de beveiliging, en aan het nu bijna gereedgekomen depot, onder het net heringerichte Museumplein. ,,Veel voorwerpen lagen in hoeken en gaten van het museum verstopt. 's Winters was het er te koud, 's zomers te vochtig. In de tijd van Cuypers werd geen rekening gehouden met depots en restauratieateliers. De operatie Museumplein bood de kans om zowel ruimte te creëren in het museum zelf als de opslag en de transporten veilig en efficiënt onder de grond af te wikkelen.''

Om de verkokering van verschillende afdelingen op te heffen en synergie te bewerkstelligen, suggereerde Ruijssenaars ook om deelcollecties, zoals kunstnijverheid en schilderkunst, op zalen te vermengen. Een voorstel dat Ronald de Leeuw, zo bleek uit een ander interview in deze krant, kort na diens aantreden in juni 1997, eveneens heeft overgenomen.

,,De Leeuw heeft mijn Masterplan omarmd. Hij werd op eigen verzoek niet voor zes, maar voor tien jaar benoemd om het te kunnen uitvoeren. De directie zou voor een programma van eisen zorgen en de uitwerking van onderdelen van mijn ruimtelijke studies moest uiteraard wachten totdat dat zelfde programma klaar was. De reden, waarom het vertrouwen in mij is opgezegd, is nog steeds onduidelijk. Eerder al had men een soort zwartboek over mij willen samenstellen, maar dat is niet gelukt. Ik heb wel gemerkt dat De Leeuw een andere smaak heeft, en smaak is een zeer tijdgebonden fenomeen. Hij wil het museum de Pei-achtige allure van het Louvre geven, mogelijk een grote naam verbinden aan een grote ingreep. Een dergelijk standpunt kan ik best begrijpen, want het vergemakkelijkt de financiering. Maar de taak van een architect is om verder te komen dan smaak en emotie, deze zoveel mogelijk te onderzoeken. Een belangrijk monument verdient zorg, en ook die zorg gaat ver voorbij de smaak.

,,Ik buig me liever over meer fundamentele en inhoudelijke facetten, over ruimtelijkheid, daglicht en beweging, ook van mensen in een specifieke ruimte. Het is je vak als architect om dan uitvoerig uit te leggen waarom je tot bepaalde visies op die terreinen bent gekomen. Vaar je blind op smaak, dan stokt de communicatie.''

Inmiddels zijn de financiën in goed overleg met de Rijksgebouwendienst (RGD) afgewikkeld. De RGD zegde het vertrouwen in Ruijssenaars niet op. De architect deed afstand gedaan van het auteursrecht op zijn Masterplan, ,,want daarmee voorkom ik dat kapitaal verkwist wordt en dat een ander straks helemaal opnieuw moet beginnen. Nee, ik ben niet rancuneus, ik heb geen haatgevoelens, dat is verspilling van energie. Ik hoop alleen dat mijn opvolger als supervisor het gebouw, dat veel achterstallig onderhoud heeft, vanuit een generaal, visueel totaal en vanuit continuïteit gaat bewaken, en dat er niet gekozen wordt voor dezelfde ad hoc-oplossingen die het Rijksmuseum de afgelopen decennia hebben verstikt.''

    • Marianne Vermeijden