Allochtonenonderwijs

Als het aan Zeki Arslan ligt (NRC Handelsblad, 27 oktober) zitten binnenkort bewindslieden, schooldirecteuren, leerkrachten, medewerkers van adviescentra, en vele anderen in het beklaagdenbankje voor een enquêtecommissie. Zij zijn er verantwoordelijk voor dat allochtone kinderen er niet in slagen hun aanvankelijke tweejarige leerachterstand in te lopen en dat 25 procent van deze kinderen het voortgezet onderwijs zonder diploma verlaat ondanks het feit dat de overheid jaarlijks zo'n 600 miljoen extra investeert om achterstanden van allochtone kinderen in het onderwijs weg te werken. Om de schuldigen te traceren moet, aldus Arslan, twintig jaar onderwijsbeleid bekeken worden. Pas dan kunnen `effectieve maatregelen' worden genomen.

Ergens in het beleidsverloop moeten dus fatale fouten gemaakt zijn en is valse voorlichting gegeven. Alsof twintig jaar onderwijsbeleid te vergelijken zou zijn met het manipuleren van gegevens over een neergestort vliegtuig op een flatgebouw. Slaagt men er bij de Bijlmerenquête in de onderste steen boven te krijgen, dan is dat via een parlementair onderwijsonderzoek ook mogelijk, moet Arslan gedacht hebben.

Een vreemde gedachtegang, maar stel dat zo'n onderzoek tot resultaat heeft dat personen of instellingen schuldig worden bevonden als verantwoordelijk voor het vermeende wanbeleid. Moeten die schuldigen dan aan de schandpaal worden genageld? Bovendien, wat schieten allochtone kinderen daarmee op – zullen zij daardoor hun achterstand inlopen? Dat valt zeer te betwijfelen.

Arslan stelt dat het hem zou verbazen als de Tweede Kamer het nalaat op zijn voorstel in te gaan om via een parlementair onderzoek het gevoerde onderwijsbeleid van de afgelopen twintig jaar onder de loep te nemen. Op geen enkele manier maakt hij aannemelijk hoe op grond van een parlementair onderzoek `een nieuwe richting' kan worden ingeslagen. Die vernieuwing is slechts mogelijk als verantwoorde intercultureel-pedagogische argumenten worden gehanteerd.

    • Siep Kooi
    • Wijsgerig Pedagoog