Ten strijde tegen het neo-liberalisme

De Socialistische Partij is de snelst groeiende partij van Nederland. Na de verkiezingswinst van vorig jaar, is de partij nu bezig zich te moderniseren. `We willen lokaal de volgende sprong maken.'

Dinsdagochtend, fractievergadering van de Socialistische Partij in de Marcus Bakker-zaal van de Tweede Kamer. Fractievoorzitter Jan Marijnissen leidt de vergadering met strakke hand en stelt af en toe scherpe vragen aan zijn collega-Kamerleden. Van onderwijs-woordvoerder Harry van Bommel wil hij weten wat er politiek speelt bij de behandeling van de begroting van onderwijs. Als Van Bommel begint over onderwerpen als de verzelfstandiging van scholen, valt Marijnissen hem in de rede. ,,Dat bedoel ik niet. Ik bedoel politiek: hoe ligt Hermans in het kabinet?'' Justitie-woordvoerder Jan de Wit wordt overvallen door de vraag van Marijnissen hoe de SP eigenlijk denkt over camera's in de rechtzaal. Hij weet het niet meteen. Marijnissen vraagt het aan de anderen. Tegen De Wit: ,,Ik zie dat jij er nog helemaal niet over nagedacht hebt.''

In de vorige kabinetsperiode, toen hij alleen met milieu-activist Remi Poppe in de Kamer zat, voerde Marijnissen zelf het woord in de Kamer op belangrijke beleidsterreinen. Maar nu de fractie is gegroeid van twee naar vijf zetels heeft hij terreinen als sociale zekerheid en volksgezondheid overgegeven aan de nieuwkomers Van Bommel, De Wit en Agnes Kant. Achter de schermen, in de coaching, is zijn invloed echter groot. Voor sommige nieuwe medewerkers van de SP-fractie is de directe stijl van Marijnissen even wennen. Zelf zegt hij daarover: ,,Ik neem nooit een blad voor de mond. Dat geeft een hele open, frisse cultuur. Maar het vergt wel weerbaarheid van mensen. Je moet je te weer kunnen stellen tegen mij.''

Het was een bewuste keuze van Marijnissen om ook in de media meer op de achtergrond te blijven, om zo duidelijk te maken dat de SP meer is dan alleen zijn persoon. Van Bommel en Kant, die een vliegende start konden maken als Kamerlid zijn daarin geslaagd omdat ze in de vorige kabinetsperiode al fractiemedewerker waren. Maar de strategie heeft risico's, in een televisie-democratie waarin het gezicht van de politiek leider steeds belangrijker wordt. Marijnissen: ,,Dat gevaar hebben we net op tijd onderkend. We gaan daar nu ook wat meer ontspannen mee om. Ik wijs nu niet alle aanvragen van de media meer door naar de nieuwe Kamerleden.''

Achter de schermen bleef Marijnissen ook in zijn partij een belangrijke rol spelen. Zo was hij de afgelopen maand vijf weekenden op rij in touw om het kader van de SP bij te scholen over de vraag hoe je een afdeling opzet en hoe je effectief actievoert. Voor de oudgedienden in de SP is dat gesneden koek, maar voor de vele nieuwkomers niet. Sinds 1994, toen de SP in de Tweede Kamer kwam, is het ledenaantal van de partij met 10.000 gestegen tot 25.500, terwijl de meeste andere partijen te kampen hadden met een sterk dalend ledenaantal. In omvang is de SP nu de vierde partij van Nederland.

De SP staat nu voor de opgave al die nieuwe leden ook daadwerkelijk in de partij te integreren. In plaatsen als Emmen en Leeuwarden kregen de socialisten na de raadsverkiezingen te maken met dissidente SP'ers, die uit de partij stapten. Marijnissen zegt geschrokken te zijn van de staat waarin de partij verkeerde. ,,Als je zo snel groeit, krijg je toch allerlei rare eilandjes in je partij.''

De SP heeft zich dit jaar dan ook vooral beziggehouden met de interne structuur van de partij. Op een congres in mei in Nijmegen is een groot aantal organisatorische maatregelen genomen. Zo is het hele land nu opgedeeld in SP-afdelingen, waar de kaart van Nederland eerst nog veel witte plekken vertoonde. Er is een ambitieus scholingsprogramma opgezet voor kaderleden, de afdelingsondersteuning van het partijbureau is uitgebreid, en de afdelingen krijgen er ook fors geld bij. Partijsecretaris en tweede man van de SP, Tiny Kox: ,,De afgelopen vier jaar was alle aandacht gericht op de landelijke politiek. Nu willen we lokaal de volgende sprong voorwaarts maken.''

Het aantal volksvertegenwoordigers van de SP is de afgelopen twee jaar fors gegroeid: van 2 naar 5 Kamerleden, van 140 naar 223 raadsleden, van 12 naar 19 Statenleden, van 1 naar 2 zetels in de Eerste Kamer, en voor het eerst een vertegenwoordiger in het Europees parlement. Dat betekent ook een financiële injectie voor de SP van enkele miljoenen, want volksvertegenwoordigers van de SP staan hun vergoeding in zijn geheel af aan de partij. Full time volksvertegenwoordigers krijgen daar een modaal salaris voor terug van de partij.

Het betekent dat het toch al forse ondersteuningsapparaat van de SP flink uitgebreid kon worden. Inmiddels werken er 34 mensen op het partijkantoor in Rotterdam en 15 voor de fractie in de Tweede Kamer. Kamerleden van andere fracties moeten zich meestal behelpen met één persoonlijk medewerker. Met een begroting van ruim 9,5 miljoen in 1998 heeft de SP een budget dat te vergelijken is met de grote partijen. De SP weet zo een professioneel apparaat te koppelen aan een groot reservoir van vrijwilligers. Zo'n veertig procent van de leden is actief in de SP, tegenover gemiddeld tien procent in andere partijen.

In de statuten van de SP, artikel 2, staat nog altijd: ,,De vereniging stelt zich ten doel het verwezenlijken van een socialistische maatschappij in Nederland, een maatschappij waarin de menselijke waardigheid, de gelijkwaardigheid van mensen en de solidariteit tussen mensen daadwerkelijk gestalte krijgen.'' Maar ideologisch maakt de SP zich steeds meer los van de beginperiode van de partij. De SP buigt zich over een nieuw beginselprogramma, dat in december door het congres van de partij moet worden vastgesteld.

De directe aanleiding om de beginselen te herzien was een praktische. Tijdens de verkiezingscampagne vorig jaar kreeg Marijnissen lastige vragen van journalisten over radicale uitgangspunten, zoals de bepaling dat het hoogste inkomen niet meer mag bedragen dan het drievoudige van het laagste. Marijnissen: ,,Dat heeft ons misschien wel één of twee zetels gekost. Je moet als partij je zaak ideologisch op orde hebben.''

In de concept-versie van het beginselprogramma kiest de partij, die begin jaren zeventig ontstond als revolutionaire, maoïstische splinterpartij, voor het eerst onomwonden voor de parlementaire democratie als ,,het beste middel om de wil van het volk tot uitdrukking te brengen''.

De SP wil de democratische zeggenschap over de economie vergroten, maar van het streven naar een genationaliseerde plan-economie is geen sprake meer. De partij blijft fundamentele kritiek hebben op het kapitalisme - nu `neo-liberalisme' genoemd - maar Marijnissen erkent inmiddels het belang van het particulier initiatief. ,,Het staatssocialisme is dodelijk voor de creativiteit. Dat is precies wat we niet meer willen.''

Zo komt de SP steeds meer los van haar oorsprong. Jonge SP'ers als Agnes Kant hebben minder affiniteit met het radicale gedachtengoed dan de SP'ers van het eerste uur. Kant: ,,Ik heb het allemaal wel gelezen. Maar emotioneel ben ik er veel minder bij betrokken, omdat ik die tijd niet heb meegemaakt. Als er meteen met het Rode Boekje van Mao was gezwaaid, toen ik me bij de partij aanmeldde, was ik snel weg geweest.''

Tegelijkertijd is de huidige SP niet te begrijpen zonder de wortels van de partij in beschouwing te nemen. De grote nadruk die de partij nog altijd legt op activisme en contact met `gewone mensen', komt rechtstreeks voort uit de beginperiode. De SP onderscheidde zich toen van andere radicale groeperingen door het niet alleen bij marxistische theorie te laten, maar daadwerkelijk de wijken in te gaan om concreet iets te bereiken, van het aanleggen van speeltuinen tot strijden tegen huursverhogingen. Dat was toen conform de `massalijn' van Mao, die stelt dat ,,de revolutionair zich in de massa moet bewegen als een vis in het water''. Mao is verdwenen, maar de SP is een actie-partij gebleven.

De SP is ook nog altijd een sterk doelgerichte organisatie, die de nadruk legt op strijdbaarheid. ,,De politiek is voor ons geen theekransje'', heet het in een recent congres-stuk. De partij voert wel intern debat, maar hecht bovengemiddeld aan eenheid van opvattingen. ,,Ik vind het niet zo vreemd dat je als partij eerst intern je standpunt bepaalt, voordat je het maatschappelijke debat aangaat. Gelukkig hebben wij niet zo'n debatcultus als de PvdA'', zegt Harry van Bommel. ,,We zijn het in grote lijnen wel met elkaar eens'', zegt Kox. ,,Je hebt in de SP nu eenmaal weinig sociaal-liberalen, zoals in de PvdA.''

Ook in de partijcultuur zijn nog invloeden van het verleden te bespeuren. De SP was van oorsprong een centraal geleide kaderpartij, met alleen actieve leden en steunleden die geen stemrecht hadden. Dat is begin jaren negentig veranderd, toen de steunleden stemrecht kregen. Maar nog steeds heeft de partijtop een dominante rol. Marijnissen is behalve fractievoorzitter sinds 1988 ook partijvoorzitter. Dat voorkomt volgens hem competentiestrijd tussen partij en fractie. Maar het is tegelijk een constructie waarbij erg veel macht komt te liggen bij één persoon. Voor andere politieke partijen is dit ondenkbaar.

Marijnissen is de kracht en de zwakte van de SP. Onder zijn leiding groeide de SP uit tot een politieke factor van betekenis. De SP werd onlangs in deze krant zelfs geprezen door hoogleraar Elzinga, voorzitter van de staatscommisie die zich buigt over het functioneren van de lokale democratie, als een type partij dat de toekomst heeft, omdat de SP niet is verbureaucratiseerd zoals veel andere partijen. Maar het succes van de SP is nu wel erg afhankelijk van één persoon. Het is de vraag hoe het de SP zal vergaan als Marijnissen weg zou vallen.

In politiek Den Haag gaat de aandacht momenteel vooral uit naar de electorale concurrent van de SP, GroenLinks, en de speculaties over regeringsdeelname van die partij. In een recente opinie-peiling van bureau Interview staat GroenLinks op 15 zetels (een winst van vier zetels), terwijl de SP blijft steken op het huidige aantal van vijf. Maar op termijn biedt de ontwikkeling van GroenLinks ook kansen voor de SP. Als GroenLinks met de PvdA zou gaan regeren en onvermijdelijk verder naar het midden opschuift, zou de SP als enige linkse oppositie-partij overblijven. ,,Dan moeten we twee partijen in de gaten gaan houden'', zegt Marijnissen.

Ondanks alle ideologische aanpassingen mag je de SP nog steeds geen reformistische partij noemen, die alleen streeft naar hervormingen binnen de bestaande maatschappij. Marijnissen: ,,Een reformistische partij betekent dat je zegt dat de kapitalistische produktiewijze het hoogst haalbare is en dat die nog wel zal meegaan tot het jaar 3000. Dat geloof ik helemaal niet. We houden fundamentele kritiek op de neo-liberale variant van het kapitalisme. We zijn alleen veel minder pretentieus geworden over hoe een alternatief er uit zou moeten zien.''

    • Peter de Bruijn