't Hart, Bach en De Aansprekers bijna in de hemel

Een stikdonkere kerk, waarin het bijna vriest en je je vingers kunt warm spelen op een orgel met vijftig sprekende stemmen. Zo zou, volgens Maarten 't Hart in De ortolaan (1984), de hemel eruit moeten zien. Alleen het lichtje van de orgelbank mag aan, alle muziek van Bach ligt binnen handbereik, en `niemand, helemaal niemand mag de kerk in', behalve zijn geliefde.

Maarten 't Hart en `Du holde Kunst', maar meer nog Maarten 't Hart en Bach, vormen al decennia lang een onafscheidelijk duo. In de Amsterdamse Rode Hoed-kerk ging het gisteren in de literaire serie van de Amsterdamse IJsbreker om de muzikale voorkeuren en het van muziek doordrongen werk van 't Hart.

Aanvankelijk onzichtbaar voor het publiek, manifesteerde 't Hart zich op het orgel met een hopselig muziekje, dat een eigen bewerking van de aria `Mein gläubiges Herze, Frohlocke...' uit de Cantate 68 van Bach bleek te zijn. Het resultaat van deze spontane, onvoorbereide actie klonk niet bepaald hemels, maar wel vurig en heel wonderlijk.

Volgens 't Hart hebben hebben de meeste dichters weinig met muziek, terwijl componisten vaak hevig in tekst zijn geïnteresseerd. Met hun muziek kunnen ze er een meerwaarde aan verlenen, zélfs wanneer het om drakerige melodrama's als `Flickan kom ifran sin älsklings möte' gaat (een meisje loopt een blauwtje en trekt zich dat zo aan, dat er bloed vloeit). Deze stelling werd bewezen door de met een virus worstelende sopraan Ingrid Kapelle en de prima bij stem zijnde bariton Charles van Tassel in toonzettingen van Flickan... door Stenhammer en Sibelius.

Er volgde een prachtig fragment uit De Aansprekers (1979), waarin 't Hart op indringende wijze de dood van zijn vader heeft beschreven. Caroline Ansink selecteerde deze roman uit 't Harts omvangrijke oeuvre, en componeerde er in opdracht van de IJsbreker aangrijpende muziek bij. Kris kras uit het boek citerend concentreert Ansink zich in Aangesproken op de drie hoofdpersonages: de zoon, de vader en God. Met deze `heilige driehoek' als uitgangspunt, schreef ze een stuk voor sopraan, bariton, althobo en piano, waarin de nerveuze sopraan en de onstuimige pianopartij de zoon suggereren, en het penetrante maar melancholieke geluid van de althobo de godsvruchtige, zelfs op zijn sterfbed nog hopeloos dominante vader.

Met hersenspinsels over God als ijkpunt, laat Ansink een schitterende dialoog opklinken tussen de verwarde zoon en de betweterige vader, eindigend in diens onvermijdelijke `reis naar onbekende zee.' Door passages uit de tekst met de loep uit te vergroten en uiterst geraffineerd naast en onder elkaar te zetten, vertaalde Ansink de dramatiek van De Aansprekers op hartverscheurende wijze in klank.

Uit liederen van Debussy, Fauré, Korngold, Tsjaikovski, Strauss, Chausson en Roussel bleek 't Harts voorliefde voor mijmerende lyriek, waarna de voormalige bioloog zijn concert toepasselijk liet besluiten met Poulencs Le bestiaire.

De muzikale wereld van Maarten 't Hart. Ingrid Kapelle (sopraan), Charles van Tassel (bariton), Anja Schmiel (althobo), Marien van Nieuwkerken (piano), Marleen Stolz (tekst). Gehoord: 14/11 De Rode Hoed Amsterdam.

    • Wenneke Savenije