Levensgenieter

Met de dood van trainer Bert Jacobs verliest het Nederlandse voetbal een markante persoonlijkheid. Hij was de uitvinder van het begrip `hotseknotsbegoniavoetbal', waarmee hij oppportunisch spel typeerde. Deze term werd later gemeengoed in het nationale trainersgilde.

Jacobs was afkomstig van de sportdocentenopleiding CIOS en deelde met zijn studiegenoten Leo Beenhakker en Fritz Korbach de typische `voetbalhumor'. Zo reed hij wel eens een discotheek binnen op de fiets. Hij hanteerde regelmatig de brandslang in een hotel, ook als er geen rook te signaleren viel. In communistisch Moskou verkleedde hij zich ooit als generaal. Jacobs was een levensgenieter en verwoordde zijn levensinstelling op treffende wijze. ,,Hoe kan ik nou van de aardbol verdwijnen zonder te hebben gelachen?''

Net als zijn collega's Beenhakker en Korbach was hij een kettingroker. In 1986 onderging Jacobs drie zware kaakoperaties als gevolg van kanker. Zijn gezicht kreeg door deze ingrepen een totaal ander uiterlijk. Na een korte onderbreking keerde hij terug op de voetbalvelden.

Jacobs vierde na zijn terugkeer met Vitesse een persoonlijk succes en promoveerde met de Arnhemse club in 1989 naar de eredivisie. Een jaar later hielp hij Vitesse aan een plaats in het UEFA-Cuptoernooi. De club van voorzitter Karel Aalbers bivakkeert sindsdien in de subtop van het Nederlandse voetbal.

Jacobs begon zijn trainersloopbaan in 1964 bij het Amsterdamse DWS. Verder was hij werkzaam bij ADO, De Volewijckers, Velox, FC Utrecht, Roda JC, Willem II, Fortuna Sittard, Seiko Hongkong, Sporting Gyon, Sparta en RKC. Met relatief beperkte middelen behaalde hij bij zijn meeste werkgevers goede resultaten. Hij leefde vaak in onmin met bestuurders, die hij desnoods fysiek te lijf ging. Volgens Jacobs hadden de bestuurders meer aandacht voor commerciële zaken dan voor het sportieve aspect.

Jacobs moest in november 1997 vertrekken bij RKC. In Waalwijk kon hij de spelersgroep niet langer motiveren. Jacobs kreeg geen club meer onder zijn hoede, maar hij was nog regelmatig in de stadions aanwezig. Hij was en bleef een liefhebber van de voetbalsport, die hij ,,als een eenvoudig spelletje'' bleef bestempelen.

Jacobs was ook actief als plaatselijk politicus in de gemeente Zandvoort. Als kind keek hij op het strand altijd in dezelfde richting en deze zienswijze heeft hij later in zijn sociale leven toegepast. ,,Ik heb met deze instelling misschien een hoop vijanden maar ook een hoop vrienden gemaakt'', sprak Jacobs anderhalf jaar voor zijn dood.