Leed als reclame

Moeten wij dat zien, een Turkse vrouw, op het moment dat ze ziet dat haar kind is gestorven? Niet lang voor de vrolijke reclameblokken over King Chewmints, Gek op Mac en Flexibel? Ze heeft niet om de camera's gevraagd. Maar de aardbeving heeft haar privégevoelens publiek gemaakt. Geen huis meer, zodat de diepste crisis in haar leven voor iedereen is te zien, ook voor de internationale pers die in Düzce een wake hield tot het lichaam van haar dochter werd opgegedolven door reddingswerkers.

Ze had haar hoofddoek op en was dik gekleed tegen de vrieskou maar ze stond rauw en onbeschermd voor de hele wereld. Terwijl vier mensen haar vasthielden toonden de reddingswekers haar in wit plastic verpakte dochter op de lijkbaar. Ze jammerde: ,,Mijn kind. Ik had mijn hoop nooit verloren. Ik ben blijven wachten.'' Kip, ik heb je, dacht de internationale pers. Die had haar vangst gedaan, het verhaal, de emotie die de hele aardbeving samenvatte. Het begin van haar leed was einde karwei voor de televisieploeg. Is het een troost voor haar dat miljoenen mensen vijfien seconden met haar meeleven? Of is het de tegenprestatie die we eisen om mee te doen aan een televisie-actie? Veel kennis over zo'n onvermijdelijke natuurramp doen we er niet mee op. Elke dode laat treurende familieleden achter en toch moeten we het telkens weer zien. De betere fragmenten krijgen de hogere kijkcijfers.

Zo passeert een zondagavond, met menselijke emoties verpakt in nieuws, drama, comedy en reclame. Dit was een van de vele routineus schokkende episodes. Op de meest bekeken tien minuten van de week, het Journaal op zondag – dan zit iedereen thuis voor de buis – maar het had net zo goed een andere nieuwsrubriek kunnen zijn, een andere plaats, een ander moment van persoonlijk leed. Familieleden van de legionella-doden bleven buiten beeld, want zij hadden wel een huis. Maakt het voor de reacties van het publiek veel verschil uit of het beeld waarheid of fictie is? De gevoelens in de Britse dramaserie The Lakes waren ook hevig. Beantwoordend aan de wetten van goede televisie.

Andere culturen, andere gewoonten. Egypt Air had het pakhuis met onderdelen en menselijk resten van het neergestorte vliegtuig verboden voor camera's verklaard. Familieleden konden er gaan kijken zonder dat hun reacties werden gefilmd. Ik miste het niet als kijker. Ik kan me het wel voorstellen, want ik ben al gewend aan tranen en verkoolde lijkresten op televisie, echte en geboetseerde.

Zou de NCRV lijken en treurende familieleden filmen? Deze jubilerende omroep (75 jaar) adverteert met fatsoen en ,,mensen in hun waarde laten''. Wat houdt dat in? ,,Geen pulp'', zegt de campagne voerende Liesbeth List. Het is dus eigenlijk een negatieve campagne, tegen de commerciële omroep. Maar zou de NCRV niet eens moeten invullen wat dat fatsoen dan wél inhoudt? Hoe zou je zo'n ramp anders moeten verslaan? Het is nog niet zo gemakkelijk in de chaos waar iedereen het druk heeft. Ik zou meer hebben willen weten hoe deze Turkse moslims rouwen en begraven. Waarom zoveel buitenlandse reddingsploegen? Het nieuws concentreert zich graag op het herkenbare, op wat het zelfde is als hier, maar heel veel dingen in Düzce zijn anders.

Een coördinerende ,,Turkse reddingswerker'' had wel een erg Amerikaans accent. Toen de mannen in oranje pakken na 38 uur graven een nog levende vrouw in het puin ontdekten – de langst overlevende is een vast nieuwsnummer bij aardbevingen – gaven ze hi fives. Ze sloegen de handen tegen elkaar. Even dacht ik dat ze een treurlied zouden aanheffen, als bij een televisiespel van Dennis Potter.

Rampennieuws, we kunnen niet zonder, maar ik weet ook niet wat ik eraan heb. Even leven we mee. Het is reclame. We moeten reddingsteams sturen en geld. De illusie dat op elk noodsignaal uit de wereld kan worden gereageerd. Het mag niet onopgemerkt zijn gebleven. Als God het niet ziet, dan toch in ieder geval de kijker.

    • Maarten Huygen