INTERNET IN KAART

Op het hierbij afgebeelde kladje uit december 1969 is de configuratie van het Arpa-netwerk te zien. Dit was de voorloper van ons huidige Internet en telde vier knooppunten (servers): University of California Los Angeles, University of California in Santa Barbara, University of Utah en Stanford Research Institute. Om dat netwerkje van een handjevol computers te laten functioneren moest heel wat pionierswerk verricht worden, want protocollen om computers met elkaar te laten praten bestonden nauwelijks.

In vergelijking met het Arpa-netwerk is het Internet onvoorstelbaar groot en complex. Niet alleen is de hoeveelheid gegevensverkeer sinds 1969 exponentieel gegroeid, ook het aantal verschillende media waarover die gegevens verstuurd worden neemt toe (telefoonleidingen, glasvezelkabels, draadloos via satelliet of gsm). Maar hoe groot is het Internet? Hoeveel informatie stroomt er dagelijks rond de aarde? En hoe complex is ondertussen de infrastructuur die alles mogelijk maakt? Niemand weet het.

Dat maakte Martin Dodge nieuwsgierig. Hij is medewerker van het Center for Advanced Spatial Analysis van University College London en begon in 1996 een onderzoek naar cyber geography: het ruimtelijke karakter van computernetwerken. Met name de fysieke infrastructuur, de gegevensstromen, de demografie van cyberspace-gemeenschappen en de manier waarop zulke digitale ruimtes worden waargenomen interesseren hem. Er zijn meerdere methoden om zulke informatie te visualiseren. Zoals de historische methode. Hierbij wordt – zie de Arpa-schets – de omvang en complexiteit van het Internet in steeds grotere en complexere plattegronden weergegeven. Maar het kan ook artistiek, geografisch, naar surfgedrag, met zogenaamde informatielandschappen, etc. De komende drie dagen zullen we steeds een andere manier bekijken waarop het Internet in kaart gebracht kan worden.

(Tekst Rob Smit)

    • Rob Smit