Drie zusters

De Nationale Reisopera geeft vanaf 29 november tien voorstellingen van Tri Sestri. De Hongaar Peter Eötvös (1944) schreef zijn opera naar Drie zusters van Anton Tsjechov, een Russisch toneelstuk uit 1901. Het werd bewerkt door de Duitse librettist Claus C. Henneberg, strak geënsceneerd als Japans Nó-theater met slechts mannen op het podium: countertenoren vertolken de vrouwenrollen. Hongaars temperament, Russische inertie, Duitse complexiteit en Japanse soberheid: kan het kosmopolitischer en kan het vervreemdender?

Tri Sestri, waarvan de wereldpremière in 1998 in Lyon nu op cd is verschenen, is van alles, maar in ieder geval geen gewone opera. Tsjechov ging uit van vier aktes, hier zijn er drie `Sequenzen', voorafgegaan door een korte proloog. In elke sequenz wordt hetzelfde verhaal verteld vanuit steeds weer een ander perspectief. Er is de zienswijze van de twee jongste zusters Irina en Masja en hun broer Andrej.

Vanuit de orkestbak klinken slechts achttien instrumenten. Daarmee worden de protagonisten getypeerd, ook waar nodig wanneer ze niet op de planken staan. Soljony is de agressiefste figuur en krijgt slagwerk mee, voor militairen liggen instrumenten uit de militaire kapel voor de hand. Zo is er voor de commandant de Flügelhorn en klinken bij baron Tuzenbach twee hoorns. Uitgezonderd de dienster, die conform de operatraditie een contrabas meekreeg, typeren de houtblazers de overige figuren. Voor Olga is dat de fluit, voor Irina de Engelse hoorn, voor Mascha en haar man de klarinet, voor Andrej en zijn vrouw fagot en saxofoon.

Eötvös had met Radamès (1975) al eens een kameropera geschreven, maar Tri Sestri is een `grote' opera, want er zijn nog eens vijftig musici benodigd die onzichtbaar voor publiek off-stage musiceren. Wie in oktober in het Concertgebouw Eötvös' groots opgezette cantate Atlantis beluisterde, weet dat de componist woekert met klankkleuren in rijke contrasten, hij zal de vele verglijdende tonen herkennen, zoals de glissandi in het hout, de krachtige staccato-impulsen in koper, het karakteristieke slagwerk en de quasi-elektronische lange klankslierten, hoewel in de opera de elektronica zelf ontbreekt.

De vijftig musici achter het podium functioneren als in Bartóks Hertog Blauwbaards Burcht, wanneer de deuren in het kasteel zich openen voor een onvergetelijk muzikaal vergezicht. Als in de eerste sequenz Natasja haar winterjas haalt en de deur achter zich dichtslaat, bevinden we ons opeens in een tuin, als bij Bartók. Russische weemoed is gestold in een statische trekharmonica, zoiets als Schuberts lied Der Leiermann in troosteloze muziek uit niemandsland. Terwijl het instrumentarium blijft huilen, zingen de zusters `welk een vrolijk lied'. Ook het slot is navenant met zijn snijdende strijkersglissandi, `láát dat fluiten!' roept Olga, de laatste woorden van de opera. Daartussen is er veel afwisseling, veel scherts zelfs, zij het niet zelden in een ioniserende betoogtrant.

De componist zelf typeert de opera als een madrigaal voor dertien stemmen. Eötvös heeft in 1963 met zijn Madrigalkomödien voor twaalf stemmen zoiets als een standbeeld opgericht voor de Renaissance-compinist Adriano Banchieri. Typerend is voorts dat als er geciteerd wordt dit niet uit een twintigste-eeuws muziekstuk is, maar uit Tsjaikovski's Jevgeni Onjegin.

Van Atlantis, gebaseerd op het getal vijf, weten we dat Eötvös graag vanuit een numerieke gedachte een centrale sturing geeft. Hier is dat uiteraard het getal drie. De drieklank in een ambigue vormgeving stuurt het verhaal, zoals er ook steeds driehoeksverhoudingen op het podium spelen.

Het cd-doosje bevat een driehoek op de kaft met in drie talen daarop de naam van de drie zusters. Na de opname van de opera volgen nog drie gesproken toelichtingen met luistervoorbeelden in het Engels, Duits en Frans. Kent Nagano dirigeert het de voorstelling op podium, de componist het orkest achter de bühne.

Peter Eötvös: Tri Sestri. Solisten en orkest van de Opera van Lyon onder leiding van Kent Nagano en Peter Eötvös. DG 459694-2.

Tri Sestri door de Nationale Reisopera: 29/11 en 1/12 Stadsschouwburg Utrecht; 4/12 Danstheater Spui Den Haag; 7/12 Twentse Schouwburg Enschede; 9/12 Schouwburg Einhoven; 11/12 Theater aan de Parade Den Bosch; 14/12 Schouwburgf Rotterdam; 15/12 Theater aan het Vrijthof Maastricht; 17, 18/12 Stadsschouwburg Amsterdam.

    • Ernst Vermeulen