De Oekraïne

HET OEKRAÏENSE VOLK heeft gekozen voor continuïteit. President Leonid Koetsjma mag van ruim 56 procent van de massaal opgekomen kiezers aan een tweede ambtstermijn beginnen. Het lag voor de hand. Zijn tegenstander in de tweede ronde gisteren was de leider van de communisten, die het moest hebben van het electoraat met heimwee naar het grote Sovjet-rijk. Alle andere kandidaten waren twee weken geleden al afgevallen. Daardoor had Koetsjma het westen van de Oekraïne (dat tot 1939 eeuwenlang bezit was van de Habsburgers en zich daardoor Europees en dus beter voelt) al in zijn zak en hoefde hij zich alleen nog te concentreren op het gerussificeerde oosten met zijn uitgewoonde zware industrie en mijnbouw. Koetsjma – een apparatsjik die is groot geworden in de industriestad Dnjepropetrovsk, waar ooit kernraketten werden gefabriceerd, en die beter Russisch dan Oekraïens spreekt – heeft daar met succes de anticommunistische kaart gespeeld. Zijn succesvolle politiek om de tegenstellingen tussen het chauvinistische westen, het gerussificeerde oosten en het onuitgesproken midden te sussen en het conflict over de Russische vloot op de Krim tot bedaren te brengen, was daarbij een steun in de rug.

DOET HET ERTOE dat de Oekraïne een nieuwe president heeft? De aandacht voor het land is tot nu toe gering geweest. Toch is de Oekraïne, als we het tot Europa rekenen, qua oppervlakte ná Rusland het grootste land van dit werelddeel en qua bevolkingsaantal met ruim vijftig miljoen inwoners de vijfde macht. De redenen zijn militair én economisch van aard. Naar deze twee criteria gemeten is de Oekraïne een onbetekenende factor. De nucleaire energiecentrales zijn weliswaar halve doodskisten. Maar de kernwapens, die er tijdens de Sovjet-Unie waren gestationeerd, zijn met dollars grotendeels ontmanteld en dus geen bedreiging meer. En de Oekraïense economie bestaat amper. Volgens officiële cijfers is het nationaal inkomen sinds de onafhankelijkheid in 1991 alleen maar gedaald. Zelfs vorig jaar kromp de economie nog met bijna twee procent. Voorzover er sprake is van stabilisering, dan is het de stabiliteit van de evenwichtsbalk. Zelfs de dienstverlening, een sector die in alle socialistische landen na 1990 een vlucht heeft genomen ten koste van de agrarische en industriële sector, heeft zich daaraan niet kunnen onttrekken. Eenderde van de bevolking leeft aldus in armoede.

In feite onttrekt de economie zich aan de Europese normen, alle privatiseringsprojecten en IMF-programma's ten spijt. Naar schatting zestig procent van de economie ontwikkelt zich in de schaduw. De zieltogende industrie – de buitenlandse investeringen belopen een armzalige zes miljard gulden – kan alleen via ruilhandel in leven blijven en is zo uitgeleverd aan semi-overheidscredieten. Dit systeem wordt in de Oekraïne ook wel het `schaakbord' genoemd. Wie geen pionnen op het bord heeft, is uitgeschakeld. Dit economische cliëntelisme lijkt op het Russische, zij het nog een graadje radicaler. President Koetsjma is de ongekroonde patroon in deze piramide. Hij en zijn schakers bepalen welke economische sectoren goedkoop of duur kunnen lenen, wie zijn vermogen `off shore'in veiligheid mag brengen.

DE HERVERKIEZING van Koetsjma is daarvan het logische gevolg. Maar de schimmigheid van zijn presidentschap dwingt wel tot enige zelfreflectie aan Westerse zijde. Uit angst Rusland voor het hoofd te stoten, is de Oekraïne sinds 1991 op kousenvoeten benaderd. Verder dan een `partnerschap voor de vrede' wilde de NAVO om begrijpelijke redenen nooit gaan. Maar die terughoudendheid is niet zonder risico's. Ook met Koetsjma blijft de Oekraïne een kwakkelend `grensgebied' zo groot als Duitsland en Groot-Brittannië samen, ingeklemd tussen het Westen (de Balkan) waar het instabiel blijft en het oosten (de Kaukasus) waar het instabieler wordt.

De Oekraïne

In het hoofdartikel De Oekraïne (in de krant van maandag 15 november, pagina 7) stond dat het westen van deze republiek tot 1939 onder Habsburgs

gezag stond. In staatkundige zin is dat onjuist. Na de ontmanteling van Oostenrijk-Hongarije in 1919 werd het grootste deel van de West-Oekraïne bij Polen gevoegd. Twintig jaar later werd het gebied, dankzij het Molotov-Ribbentroppact, deel van de Sovjet-Unie.