Angst, angst, overal is angst

Het boek Angst en Bevrijding telt ruim vijfhonderd bladzijden. ,,Een dikke pil'' bekent de schrijver, Anthonie F. Verheule. Maar wat hem betreft had het nog dikker mogen zijn – hij had de lezer nog wel meer informatie willen aanreiken.

Verheule, hervormd emeritus-predikant, `supervisor klinisch pastorale vorming' en 25 jaar lang pastor in een psychiatrisch centrum, is morgenavond te zien in De Jacobsladder van de IKON. Hij is de gast van presentator-theoloog Job de Haan in de eerste aflevering van een achtdelige serie, waarin De Haan en een genodigde ,,op zoek gaan naar het religieuze in onze samenleving''.

Angst en Bevrijding, zo schrijft de IKON in een persbericht, is ,,een theologisch en psychologisch handboek voor pastorale werkers''. Maar dominees, priesters en pastors die, zittend op het puntje van hun stoel, benieuwd zijn naar praktische ideeën, aanbevelingen en andere wijsheden uit het boek, worden morgenavond niet veel wijzer. Gek genoeg vraagt De Haan niets over de inhoud. Het gesprek gaat voornamelijk over het onderwerp `angst'. Een merkwaardige keuze.

,,Angst is een van de voornaamste drijfveren van het menselijk bestaan'', zo begint Verheule zijn verhaal. Hij heeft de angst ,,niet opgezocht'', hij heeft haar ontmoet. ,,Ik ben aangesproken door de angst van anderen'', maar zijn belangstelling voor het onderwerp komt óók voort uit ,,mijn eigen angst'', vertelt hij. Als negen- of tienjarig kind was hij, in de oorlog, getuige van razzia's. ,,Vader kroop dan achter een gordijn weg. (...) De atmosfeer in huis werd bepaald door de geur van angst. Ze was slecht en beklemmend. Ik had het besef: vader liep gevaar.''

Het vraaggesprek vindt, op verzoek van Verheule, plaats in het Techniek Museum Delft, tegen een achtergrond van allerlei oude apparatuur. ,,Al die geweldige machines vormen het antwoord op angst en verlangen'', meent Verheule. Hij bedoelt bijvoorbeeld, dat dankzij die machines de mensen beveiligd zijn tegen de gevaarlijke zee. Maar die machines zorgen ook voor angst, ,,want ze brachten werkloosheid mee''.

De Haan vraagt Verheule of er in een psychiatrische inrichting méér angst heerst dan elders. ,,Dat is moeilijk te kwantificeren'', antwoordt Verheule. ,,Ieder ziektebeeld wordt door angst bepaald. (...) In zo'n inrichting uit men zijn angst opener dan in het maatschappelijke verkeer, waar je je angst niet laat merken. Daar trek je een pokerface.''

Angst kan ertoe leiden dat een psychiatrische patiënt zijn leven volstrekt zinloos vindt. ,,Ik geloof niet in de absurditeit van het bestaan'', zegt Verheule, ,,maar ik zie haar wél. Ik zie haar in mensen wier leven geen leven meer is. Ik ontken hun absurditeit niet. Als ze zeggen: `ik maak een einde aan mijn leven', dan zeg ik dat ik daarin met hen meevoel.''

Predikant Verheule laat op zo'n moment nimmer de naam van God vallen. ,,Kom ik verder met het begrip God? Nee. Het zou een dooddoener zijn, eerder een vloek.'' Interviewer De Haan kijkt ervan op; hij is eveneens verbaasd bij de woorden die Verheule daar aan toevoegt: ,,Wat moet ik denken bij het woord God? Heel weinig.''

Deze opmerkingen roepen tal van vragen op: hoe precies is Verheule God bijna kwijtgeraakt? Is dat in de kliniek gebeurd? Was deze Verheule dan wel de juiste man om een handboek voor pastorale werkers te schrijven? En staat hij nog wel eens op de kansel? Interviewer De Haan stelt de vragen niet. Jammer.

De Jacobsladder, dinsdag, Ned.1, 21.54-22.18u.

    • Guido de Vries