Verder in Kosovo

VIJF MAANDEN IS het geleden dat er in de Joegoslavische provincie Kosovo een einde kwam aan de oorlog die officieel geen oorlog mocht heten. Herstelwerkzaamheden zijn sindsdien in de plaats gekomen van de blinde geweldsuitbarsting die Kosovo daarvoor teisterde. Vanuit het hoofdkantoor van de KFOR-vredesmacht in Priština worden optimistische statistieken de wereld ingezonden. De curve met dodelijke geweldsslachtoffers laat, vergeleken met de eerste weken van de buitenlandse aanwezigheid, een neerwaartse trend zien.

Goed nieuws is bovendien dat de beruchte Balkan-winter langer op zich laat wachten dan in andere jaren. Het is het spreekwoordelijke geluk bij een ongeluk voor de tienduizenden ontheemden in Kosovo voor wie letterlijk elk uur telt. De bouwwerkzaamheden zijn er op gericht dat als de winter echt begint alle Kosovaren kunnen rekenen op iets van een dak boven hun hoofd. De ravage in het land is weliswaar nog immens, maar tussen de puinhopen verrijzen dagelijks meer provisorische onderkomens. Inmiddels is de huisvestingssituatie dermate genormaliseerd dat het hoofd van de OVSE-missie in Kosovo, de Nederlander Daan Everts, vorige week tijdens een bijeenkomst in Den Haag de voorspelling aandurfde dat er de komende winter meer mensen in New York van de kou zullen sterven dan in Kosovo.

SINDS DE internationale gemeenschap in juni het grotendeels verlaten gebied binnentrok is er al veel bereikt. Met name op het terrein van de humanitaire opvang is er de afgelopen maanden in Kosovo geen geringe prestatie geleverd. De hulpverleningsorganisaties hebben zich bewonderenswaardig goed weten aan te passen aan de snel wisselende omstandigheden. Veel sneller dan voorzien keerden de honderdduizenden vluchtelingen terug naar Kosovo – in de hoofdstad Priština lopen nu meer mensen rond dan voor de oorlog – maar tot extreme problemen heeft deze grootste volksverhuizing in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog niet geleid.

Veel van het succes is te danken aan het improvisatietalent van de hulpverleners ter plekke. Door zich niet al te veel te conformeren aan de aan VN-vergadertafels in New York opgestelde stringente regelgeving, hebben zij vaart weten te houden in de eerste, cruciale, fase van wederopbouw. Hierbij komt dat er geleerd is van de operaties in landen als Bosnië of Somalië. In Kosovo is de samenwerking tussen de internationale militaire poot, gevormd door de KFOR-troepenmacht, en het VN-interimbestuur (UNMIK) van het begin af aan goed verlopen. De Duitse KFOR-commandant Reinhardt en de Franse UNMIK-directeur Kouchner worden als gevolg van hun intensieve onderlinge contact al de tweelingbroers genoemd.

TOCH KUNNEN de eerste positieve resultaten niet verhelen dat zich in Kosovo een aantal acute problemen opdringt. Allereerst is er de kwestie van het geld. Conform resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad is de afgelopen maanden een begin gemaakt met het opbouwen van een bestuur en een aantal noodzakelijke instituties: een ambtelijk bestuursapparaat, een politiemacht, een opbouwkorps, scholen enzovoort. Financiële middelen om de lokale mensen die hierin te werk worden gesteld salaris uit te betalen, zijn er echter nauwelijks. De internationale gemeenschap blijkt wel bereid voor de programma's te betalen, de `hardware', maar niet voor de mensen die deze ter plekke moeten uitvoeren, ofwel de `software'. Er zal zekerheid moeten komen van een gegarandeerde geldstroom. De internationale gemeenschap bestuurt Kosovo momenteel. Dit betekent dat die gemeenschap ook een financiële verantwoordelijkheid heeft.

Een systeem waarbij normaal salarissen worden betaald zal ook ten goede komen aan de noodzakelijke stabiliteit. De grote profiteur van de nu heersende naoorlogse anarchie is de (georganiseerde) misdaad die zich steeds meer manifesteert. Amerikaanse diplomaten in Kosovo beschouwen crimineel geweld op dit moment als een groter probleem dan het etnische geweld waarom het allemaal was begonnen.

DAT NEEMT NIET weg dat het etnische geweld nog steeds een van de grote obstakels vormt voor een normalisering van de toestand in Kosovo. Er is sprake van een constante bedreiging van minderheden. Het enige antwoord hierop is een zeer stevig optreden van de in Kosovo aanwezige buitenlandse troepen. Duidelijk is dat zolang de explosieve situatie tussen verschillende bevolkingsgroepen blijft voortbestaan er geen begin kan worden gemaakt met de bestuurlijke opbouw van Kosovo. Hiermee is tevens het punt van de toekomstige status van Kosovo aan de orde. De huidige massale buitenlandse bestuurlijke aanwezigheid kan niet anders dan van zeer tijdelijke aard zijn. Het is uitgesloten dat de Kosovaren, die immers tot 1989 een zeer grote mate van autonomie kenden, een status als VN-protectoraat zullen aanvaarden. Dit is bovendien in strijd met de resolutie van de Veiligheidsraad waarin de bestaande grenzen worden geëerbiedigd en Kosovo – zij het met een grote mate van autonomie – deel uitmaakt van de Federale Republiek Joegoslavie.

Maar wat dan wel? In Griekenland, dat vasthoudt aan een zeer strikte naleving van de Veiligheidsraadresolutie, wordt niet ten onrechte opgemerkt dat de huidige ontwikkelingen in Kosovo sterk tenderen naar een feitelijke onafhankelijkheid van de provincie. De Duitse mark fungeert als officiële munt, er wordt gewerkt aan een eigen postsysteem, er komt een eigen ministerie van financiën, etc. Het kan weliswaar allemaal onder de noemer van autonoom bestuur worden geplaatst, maar tegelijkertijd zijn het stuk voor stuk ingrediënten voor een totale onafhankelijkheid.

HIERBIJ KOMT dat voor alle Albanese politieke leiders een volledige onafhankelijkheid van Kosovo de enige uitkomst is. Of, zoals een van hen, Bujar Bukoshi, onlangs zei: het is een gelopen zaak. Slechts het tijdstip is onderwerp van gesprek. Maar voor alle politieke leiders is een weg terug naar Miloševic uitgesloten.

De internationale gemeenschap gaat de vraag over de definitieve status van Kosovo vooralsnog uit de weg. Een alternatief voor deze gedwongen passieve opstelling lijkt ook niet voorhanden. Maar dit heeft wel een consequentie voor de buitenlandse aanwezigheid in Kosovo. Die zal zeer langdurig zijn.