Toeval en noodlot

Als een RAF-piloot na een bombardement in de Tweede Wereldoorlog niet op zijn basis in Engeland terugkeerde, was de meest gehoorde reactie van de andere vliegers dat hij een navigatiefout moest hebben gemaakt en dáárdoor door de vijand had kunnen worden neergeschoten. Het is een indrukwekkend voorbeeld van het menselijk verlangen – althans in ons soort cultuur – naar redelijkheid en rechtvaardigheid. Het is kennelijk een onverdraaglijke gedachte dat dingen zomaar kunnen gebeuren, volkomen buiten de eigen invloedssfeer om. Een heftig verzet tegen het idee speelbal van toeval en noodlot te zijn. Een ramp die anderen treft moeten zij op een of andere manier over zichzelf hebben afgeroepen, zodat wij kunnen blijven geloven veilig te zijn, zolang wij hun fouten maar niet maken.

Deze behoefte greep te hebben op het eigen leven als bescherming tegen onheil, lijkt in de moderne tijd een alledaagsere tegenhanger te hebben gekregen in het gepropageerde geloof dat ook succes en geluk in eigen handen kunnen liggen. Het is in de tweede helft van deze eeuw begonnen met de maakbaarheid van de samenleving. De ideologie dat maatschappelijke processen zich ten goede laten sturen, zodra men weet welke oorzaken tot welke gevolgen leiden en op basis daarvan de juiste politieke keuzes worden gemaakt. Sociale processen kunnen onder controle worden gehouden, zodat de samenleving niet hoeft te worden overvallen door onverwachte dynamiek. En als dat wel gebeurt, wordt het gezien als een fout in het besturingsmechanisme die moet kunnen worden hersteld.

Inmiddels is duidelijk geworden dat het misschien toch niet helemaal zo werkt. De onvoorspelbaarheid houdt stand. De werkelijkheid ontsnapt regelmatig aan de planning. Maar mettertijd is het begrip toch zo ingeburgerd dat het zich ook heeft genesteld in de moderne individuele levensstijl. De maakbaarheid van de samenleving is geworden tot maakbaarheid van het eigen leven. Dat wordt althans gesuggereerd.

En het zijn vooral jonge mensen die daar de last van hebben te dragen. In de eenvoudigste vorm uit zich dit in de aan hen meegegeven notie dat je je alleen echt kunt inzetten voor datgene waarvan je zelf de zin inziet, waar je achter kunt staan, dan wel voor kunt gáán. Dat wreekt zich met name in het voortgezet onderwijs. Leerstof is op de korte termijn nu eenmaal niet altijd interessant, het nut vooralsnog ondoorzichtig. Leerstof en leraren zijn ook vaak saai. Leerlingen van vroeger verwachtten niet anders, beidden hun tijd en leerden ondertussen wat kennelijk nu eenmaal moest. Die van nu hebben een ander verwachtingspatroon aangeleerd gekregen. Zij ontberen de motivatie voor het tot zich nemen van kennis en vaardigheden die niet onmiddellijk toepasbaar zijn. En zij hebben niet geleerd verveling te verdragen. Door middel van de moderne informatie- en communicatietechnologie is er altijd wel iets te beleven, vooral ook iets nieuws. Terwijl het echte leven, op school en daarbuiten, veel van hetzelfde geeft. Er zijn meer eentonige dagen dan opwindende. Dat steekt pover af bij de virtuele wereld. Vandaar misschien de behoefte dat er altijd iets moet gebeuren, moet worden georganiseerd, tijd gevuld. En als dat niet lukt, wordt dat ervaren als niet normaal en raakt men van slag. `Er is hier in de buurt voor de jeugd ook niks', is een veel gehoorde verklaring voor jongeren die op straat rotzooi trappen.

Daarenboven krijgen jonge mensen in toenemende mate zowel impliciet als expliciet de boodschap dat zij de architecten zijn van hun eigen leven. Er ligt niks vast, je kunt alle kanten uit. Vooral de succesvolle, goed verdienende, zorgeloze, met mooie vrienden en vriendinnen omgeven kant. Als je maar wilt. En wie wil dat niet?

De bouwstenen voor die eigen levensstijl waaruit je ogenschijnlijk kunt kiezen, worden in de moderne media aangeboden. Het is een baaierd, zo niet chaos aan mogelijkheden. De 24-uurs televisie en de reclameslogans doen daar hard aan mee. Of het nu gaat om een beroep, een vakantiebestemming, modestijl, relatie of muziekvoorkeur. Het is een letterlijke embarras du choix.

Daar komt bij dat het de moderne media lukt die werelden misleidend dichtbij te laten komen. De beurs, het sportfestijn, de filmpremière, de Tweede Kamer, de ministerraad, het strandfeest, het trendy advocatenkantoor vormen het virtuele decor.

Alle varianten van de wereld van Peter Stuyvesant worden uit de kast getrokken. Men zegt dat jonge mensen daar wel doorheen kijken. Ik weet het niet. Daarvoor zijn met name reclamemakers te slim. Neem alleen al de laatste slogan van Nescafé: Open your mind, don't stay behind. Het wordt er in de bioscoopzaal muzikaal ingehamerd, samen met een wervelwind aan aantrekkelijke trendy situaties. En dat al voor niets anders dan oploskoffie.

Die wervelende werelden waren er vroeger ook, maar bleven buiten het doorsnee gezichtsveld. Daardoor konden het referentiekader en het ambitieniveau van jonge mensen toch wat meer dan nu blijven binnen de reële begrenzing van het eigen milieu, het ons soort mensen en de aanwezige talenten. Nu is er een aanhoudende confrontatie met het onbereikbare. Reportages zowel als reclameboodschappen wakkeren een illusie aan: jij kan daar ook deel van gaan uitmaken. Maar dat is niet zo. Het is een appel op wat de meeste jonge mensen niet kunnen waarmaken, want om aan dat nieuwe ideaal als schepper van je eigen succesvolle leven te voldoen, moet je wel lef hebben en slim zijn en flexibel en ondernemend en charmant en sexy en wat niet al.

Geeft dat geen gevoel buitengesloten te zijn? Al naar gelang het temperament leidend tot apathie of agressie?

`Uitdaging' is een modern sleutelbegrip. Maar zijn de meeste jongeren wel toegerust om zo veel uitdaging aan te gaan? Wie het in zich hebben, worden gestimuleerd en breken uit de beperkingen van hun milieu. Maar de overigen leren vooral de omgeving de schuld te geven in plaats van de eigen tekortkomingen te accepteren. In de psychologische attributietheorie wordt dat verschijnsel beschreven. Andermans ongeluk wordt zo veel mogelijk aan de persoon toegeschreven, eigen ongeluk liever aan omstandigheden.

    • Rita Kohnstamm