Steel een boek!

Het mooiste is het als ze bij de kassa liggen. Dat is pas echte kunst, en daar heb je het meest aan. Als je het niet verder lult zal ik je zeggen hoe je het aanpakt. Moet je me wel wat voor betalen. Een meiertje, heb je d'r zo weer uit. Oké, dus je gaat eerst naar de Albert Heijn, voor een rol zilverfolie. Ja, jatten dus. Dan jat je een schaar. Ik weet een winkel waar ze voor het meenemen liggen, zeg maar. Dan met de tram naar huis, zwart, allicht! Het liefst ga ik bij zo'n stempelkast zitten waar die mafkezen d'r kaart instoppen. Dan gaat het van ting! Daar kan ik van genieten, als ik zo'n ouwe lul, of zo'n trut hoor tingen. Zo noem ik dat. Tingen. Leuk hè? Nou, dan knip ik die stroken folie en ik ga naar de boekwinkel. Naast de kassa liggen de beste. Vinden de meeste mensen, maar meestal zijn het kutboeken. Maar poen is poen!''

Zo gaat het verder. Het is een fragment uit de memoires van een boekendief waarop Overpeinzingen de hand heeft weten te leggen, een voorpublicatie uit een boek dat in het voorjaar zal verschijnen. Het wordt een feestelijke bijeenkomst met als hoogtepunt de overhandiging van het eerste exemplaar aan de auteur door de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Uitgevers Bond, de KNUB. ,,Wij van het boekenvak zien het zo'', zei iemand uit zijn omgeving. ,,Van stelen komt schrijven. En bovendien: hoe meer boeken er worden gestolen, hoe sneller de herdruk.''

Niet iedere lezer zal begrijpen waarover het gaat. Ik verklaar het. In Amsterdam worden per jaar tegen de tweehonderdduizend fietsen gestolen. Dat is geen nieuws. Het gesprek van de dag in de Grachtengordel is dat een fietsendief een boek over zijn métier heeft geschreven en dat de woordvoerder van de Amsterdamse politie, Klaas Wilting, bij het verschijnen een feestelijk toespraakje heeft gehouden. Het nieuws zit in deze combinatie.

De uitgever, Vic van der Reijt van Nijgh & Van Ditmar vergelijkt de auteur met William Burroughs en Jean Genet, die ook een slechte levenswandel in literatuur hebben omgezet. Ik kan er niet over oordelen want ik heb het boek niet gelezen. Maar als het zo goed is, waarom dan niet meteen ook De Quincy, Rimbaud, Poe en Sade erbij genoemd. Het standpunt van de heer Wilting is, dat iedere zwijntjesjager die weer op het rechte pad komt, er één is. Schat je deze schrijver in zijn vorig leven op twintig fietsen per week, dan worden er in het jaar 2000 nog maar 198.960 fietsen gestolen. Zo'n vermindering heeft de politie nog niet voor elkaar kunnen krijgen. Deze schrijver is dus de beste vriend van de politie. Geen speld tussen te krijgen.

Ik zou graag een pendant van dit boek zien: de memoires van iemand die tien keer heeft ontdekt dat zijn fiets is gestolen. De eerste keer: het ongeloof, de gedachte die later zo vertrouwd zal worden, het ik weet toch zeker dat ik hem hier heb neergezet! Het wantrouwen, nog eens kijken, desnoods in een andere straat, en het onvermijdelijk bereiken van de enige goede conclusie: gestolen. Dan de vraag: gaan lopen of met de tram? Het mengsel van mistroostigheid en haat, de vergeefse hoop op het terugvinden, de rompslomp van aangifte bij een vermoeide agent achter de balie en de wantrouwende verzekering, en ten slotte de nieuwe fiets met twee sloten. Die wordt ook gestolen. Dat veroorzaakt dezelfde reeks van gevoelens met grotere intensiteit, en zo gaat het verder. Nummer drie stond met olifantsketenen aan een boom bevestigd. Als nummer vier verdwenen is: denk je aan een alarmsirene zoals auto's hebben. Je wordt onmenselijk. Je ontwerpt een zadel waaruit dodelijke pinnen zullen schieten als de onbevoegde erop gaat zitten; handvatten die elektrocuteren. Heb je je tiende fiets gekocht dan lees je dat de dief van de vorige negen een boek heeft geschreven dat door de politie ten doop is gehouden. Terwijl ik het opschrijf, denk ik: het is iets voor een toneelstuk, daar kun je een zaal mee aan het lachen brengen. Modern: een gelaagd stuk, dat zich afspeelt op een feestavond voor de politie. Nog harder lachen. Een stukje echt Amsterdams volkstoneel dat Rick van der Ploeg wel wil subsidiëren.

In een bespreking las ik dat deze Jean Genet van Amsterdam ook wel eens fietsen vernielt in plaats van ze te stelen. Dat doet hij om de vraag te stimuleren. Dieptepunt van stompzinnigheid. Een fiets is Nederlandse poëzie: nut, snelheid en sierlijkheid verenigd. Lees Karel Capek er eens op na, Vic van der Reijt. Het vernielen van een fiets is een gedichtverbranding.

Het is een jaar of twintig geleden, het programma van Sonja Barend. Daar verschijnt Klaas Wilting. Hij is al woordvoerder. Hij krijgt onverhoeds iets bijzonders te zien, een in het geheim opgenomen videotape van de misdadiger Stanley H. die onlangs weer uit de Bijlmer gevangenis is ontsnapt. Stanley zweert dat hij au fond geen misdadiger is, maar zo'n `goeie jongen'. En schietgevaarlijk? Geen sprake van! Ons geboefte bestaat bijna uitsluitend uit zulke goeie jongens. Er is al kleurentelevisie. Klaas Wilting wordt wit van woede, laat weten dat hij geen figurant wil zijn in zo'n uitzending en protesteert, vlammend. De woordvoerder had mijn diepe sympathie. Dat heb ik hem toen nog laten weten.

    • S. Montag