Poppen als contrapunt voor oorlogshetze

In het monolitisch oorlogsfront van Rusland tekenen zich de eerste haarscheuren af. Een kentering in het Tsjetjenië-beleid of een loos gebaar om de Westerse kritiek te smoren?

In de studio's van het droomstadje Mosfilm, gelegen op de Lenin-heuvels aan de Moskva-rivier, brengt premier Poetin verslag uit aan president Jeltsin.

,,Wat betreft de verliezen aan de zijde van de Tsjetsjeense terroristen kan ik u zeggen: die zijn compleet. Onze strijdkrachten hebben alle bandieten uitgeschakeld, inclusief de baby's onder hen.''

,,En in onze geledingen?'' vraagt de president. ,,Hoeveel doden en gewonden?''

,,Wij hebben een gewonde. Een sergeant. Hij wordt momenteel behandeld aan zijn pink.''

Deze dialoog – tussen rubberpoppen met gezwollen trekken – wordt zondag in Rusland in het tv-programma Koekli (Poppen) uitgezonden. De wekelijkse satire, naar analogie van het Britse Spitting Image, is misschien wel de laatste horzel in de pels van het Russische omroepland. Vrijwel over de volle breedte van het mediaspectrum wordt de Russische strafexpeditie tegen Tsjetsjenië goedgepraat en toegejuicht. Russische rakketen treffen alleen trainingskampen van internationale terroristen, de markt van Grozny heet wapenmarkt, en het leed onder burgers wordt door de Westerse pers opgeblazen.

Onderdirecteur Igor Malasjenko van de landelijke zender NTV vraagt zich vertwijfeld af of premier Poetin zijn macht en populariteit uitsluitend op ,,leugens en desinformatsija'' wil bouwen. Ook zijn kanaal zendt een hoop oorlogspropaganda uit, maar heeft als contrapunt Koekli. ,,Alleen via de satire kunnen we nog een afwijkend standpunt uitdragen'', legt Ivan Kiasasjavili uit, de 54-jarige scenarioschrijver.

De Koekli-poppen produceerden de afgelopen weken zowat de enige dissonant in het door de ex-KGB'er Poetin gedirigeerde media-orkest. Maar deze week gebeurde er iets opmerkelijks: voor het eerst tekenden zich haarscheurtjes af in het monolithische oorlogsfront. De tweede man van de presidentiele staf, Igor Sjabdoerasoelov, gaf donderdag onverwacht toe dat het Russische leger niet onfeilbaar is, en dat het af en toe ,,fouten'' maakt waarbij ,,burgerslachtoffers'' vallen. Hij sprak van empathie en medeleven met Tsjetsjeense en Russische families, wat de krant Novije Izevstija tot een artikel inspireerde onder de kop: ,,Het Kremlin vraagt voor het eerst om vergiffenis.''

Minstens zo opmerkelijk: Sjabdoerasoelov liet doorschemeren dat het Kremlin de tijd rijp acht voor onderhandelingen. Onder meer met de Tsjetsjeense leider Aslan Maschadov, die in Russische ogen nog steeds ,,de legitieme president van Tsjetsjenië'' zou zijn. Deze opmerkingen staan op gespannen voet met de oorlogsretoriek van Poetin, voor wie Maschadov een misdadiger onder de misdadigers is. Net als zijn minister van Binnenlandse Zaken stuurt de premier aan op een militaire oplossing, domweg ,,omdat er niemand is om mee te onderhandelen''.

Het is nog te vroeg om te beoordelen of er zich een kentering aftekent in het Russische Tsjetsjenië-beleid, of een verschil van inzicht tussen het Kremlin en de regering. De binnenlandse oppositie tegen de oorlog is vooralsnog verwaarloosbaar: alleen de pro-Westerse partij Jabloko roept op tot een bombardementspauze van dertig dagen. De generaals willen daar niets van weten en dreigen de epauletten van hun uniformjasjes te scheuren als ze hun offensief niet mogen doordrukken. De enige storende factor voor Moskou is de aanzwellende kritiek van het Westen, dat aandringt op een politieke oplossing en hulp aan de 200.000 vluchtelingen.

Sceptici geloven dan ook dat de goodwill-geste van het Kremlin uitsluitend is bedoeld ,,voor buitenlandse consumptie'', om het Westen te paaien. De aanhoudende luchtaanvallen en de inname vrijdag van de tweede stad van Tsjetsjenië, Goedermes, duiden erop dat de militairen nog lang niet klaar zijn. Anderzijds wil Moskou voorkomen dat het op 18 en 19 november tijdens de top van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) in Istanbul in de beklaagdenbank komt te zitten. Onder Westerse druk moest Rusland dezer dagen een OVSE-missie toelaten bij de Tsjetsjeense vluchtelingenkampen, en uiteraard rapporteerde die over ,,alarmerende humanitaire condities''.

Volgens tal van waarnemers, inclusief de makers van Koekli, is Jeltsins grote angst dat de Tsjetsjeense tragedie de top in Istanbul zal gaan beheersen. Vandaar dat hij zijn plaatsvervangend stafchef namens het Kremlin een olijftak heeft laten aanreiken. Het is nog niet bekend of Jeltsin de Russische delegatie persoonlijk aanvoert, maar Russen die zondag naar het poppenprogramma kijken zullen begrijpen dat hij er flink mee in zijn maag zit. ,,Wat moet ik in Istanbul zeggen als Clinton weer over die vluchtelingen begint?'' vraagt het rubberen staatshoofd zich af. ,,Maar Boris Nikolajevitjs'', zeggen zijn adviseurs. ,,Er zijn toch helemaal geen vluchtelingen!''

Zijn staf herinnert hem aan de juiste formulering. Spreek over `displaced persons'. ,,Bovendien verplaatsen ze zich zo snel heen en weer dat het lijkt of het er 200.000 zijn. U weet toch ook wel dat het er in werkelijkheid maar 38 zijn?'' Met die raad in zijn achterhoofd durft Jeltsin de ontmoeting aan, en aan het eind van de Koekli-uitzending waggelt hij met uitgestrekte hand op Clinton af.

    • Frank Westerman