Oplossingen voor de komende zestien uur

Albert Heijn en de Nederlandse Spoorwegen beginnen samen `gemakswinkels' op NS-stations. Als het lukt, wil 's lands grootste supermarktketen het concept ook loslaten op scholen, binnensteden, ziekenhuizen en grote evenementen.

Albert Heijn en de Nederlandse Spoorwegen openen maandag hun eerste `gemakswinkel' op het station in 's-Hertogenbosch. Formulemanager E. Consenheim van de supermarktketen, die het concept ontwikkelde, verklaart het fenomeen: in de gemakswinkel doe je geen boodschappen, je haalt er `oplossingen' om de komende zestien uur te kunnen overleven. Dat is wat anders dan een supermarkt. Daar ga je immers heen voor de wekelijkse boodschappen, terwijl de zogeheten mini-supers buurtbewoners voorzien van hun behoeften voor de eerstvolgende 48 uur.

Een gemakswinkel verkoopt dus geen wasknijpers, wel toiletpapier. En éen soort pindakaas, in plaats van drie. Bestaat het assortiment in de grote supermarkten van Albert Heijn uit 22.000 artikelen, in de gemakswinkels zijn het er 1.200. In de ochtenden is het voedselassortiment er gericht op ontbijt en lunch. Tegen het middaguur staat de avondmaaltijd in de schappen en 's avonds zijn de pakken melk weer volop verkrijgbaar.

Albert Heijn richtte de gemakswinkel zo in dat haastige treinreizigers er binnen vijf minuten hebben gewinkeld en afgerekend. Klanten moeten door het beperkte assortiment en een rigide scheiding tussen direct te consumeren producten (voorin de zaak) en producten om mee naar huis te nemen (achterin) snel kunnen vinden wat ze nodig hebben.

In de eerste helft van volgend jaar openen AH en NS gemakswinkels op de stations in Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam Sloterdijk, Breda, Haarlem en Maastricht naar het voorbeeld van Den Bosch. Het zijn stuk voor stuk stations waar tot vorig jaar de Master-winkels van de Hermans Groep (bekend van de A&P-supermarkten) zaten.

De samenwerking tussen de spoorwegen en Hermans liep spaak omdat het winkelbedrijf zich alleen op grote stations wilde vestigen. Renderende supermarkten achtte Hermans op kleinere stations niet haalbaar, terwijl NS zijn reizigers ook daar winkels had willen bieden.

Inmiddels is NS weer terug bij Albert Heijn, waarmee het drie jaar eerder al in gesprek was over de stationswinkels. NS Stations heeft voor de samenwerking dochter Stationsfoodstore opgericht, die zorgdraagt voor de exploitatie van de winkels. Albert Heijn levert formule, naam en waren. Zodra de Master-winkels zijn veranderd in Albert Heijn, zal Stationsfoodstore, aldus directeur J. Huurdeman, bezien of het zin heeft uit te breiden. Hij denkt de komende jaren nog tientallen AH-winkels op grote en kleinere stations te vestigen.

G. Rutte, retail-deskundige bij adviesbureau Adaptive Services, heeft daar zijn twijfels over. Winkels op de kleinere stations zijn niet rendabel, meent hij, wegens de beperkingen van de formule. Voor de verkoop van verse levensmiddelen is een grote omloopsnelheid nodig, en die mis je op kleinere stations. Bovendien mogen de gemakswinkels niet aanbieden wat hun stationsburen al verkopen. Zo zijn hardlopers als boeken, cd's en krasloten in de nieuwe filialen uit den boze. En dat zijn juist producten waar de grootste marge op zit.

Rutte wijst erop dat andere winkelketens een voorbehoud maken bij vestiging op NS-stations. Zo heeft Etos bedongen dat de huurprijs op stations gerelateerd is aan de omzet van zijn drogisterijen. ,,Dat geeft aan dat ze eerst willen zien of het lukt, voordat ze in samenwerking met NS geloven.''

Als de gemakswinkels onvoldoende renderen, is het NS die de de financiële gevolgen draagt. Zo gebeurt dat ook met Shell-stations die AH-producten verkopen. Als het misgaat, is het enkel de naam Albert Heijn die schade lijdt.

En als de gemakswinkels succesvol blijken? ,,We denken erover na om zelf dit soort winkels in de binnensteden te vestigen'', zegt AH-formulemanager Consenheim. Hij noemt de stations een `speelveld' voor de gemakswinkels.

Na de binnensteden volgen mogelijk meer gemakswinkels: in ziekenhuizen (in Groningen zit er al een), hogescholen en universiteiten, bejaardentehuizen, transferia en – in een mobiele variant – op grote manifestaties. Het assortiment wordt toegespitst op de bezoekers.

Volgens Consenheim is het grote voordeel van de gemaksformule dat deze winkels de supermarkten niet kannibaliseren. Ze halen hun omzet vooral weg bij de horeca- en speciaalzaken.

,,In de Verenigde Staten zie je dat consumenten van hun uitgaven aan voeding meer dan de helft buiten de supermarkten besteden. Hier is dat nu nog iets minder dan 30 procent. Dat moeten we zien vast te houden.''

    • Esther Rosenberg