Nederlandse politiek is tegen een `octrooi op leven'

Nederlandse politici weren zich in de ogen van de meeste Europese landen stevig tegen de nieuwste generatie genetisch gemanipuleerde producten. Nadat het Europees Parlement een richtlijn voor de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen tien jaar lang had getraineerd, was die op 6 juli 1998 toch een feit. De bio-industrie in heel Europa haalde opgelucht adem, want nu kon de inhaalrace met de Verenigde Staten beginnen. Maar Nederland stapte – samen met Italië – naar het Hof van Justitie in Luxemburg om de richtlijn te laten vernietigen. ,,Octrooieren van leven kan niet'', luidt kortweg de kritiek.

Een schorsende werking heeft het verzoek niet, dus Nederland moet de richtlijn binnen twee jaar gestalte geven door wijziging van de Rijksoctrooiwet en de Zaaizaad- en Plantgoedwet. Voor de PvdA een gruwel: ,,Nederland wordt gedwongen een wet te implementeren, waartegen zij dusdanig grote bezwaren heeft dat zij de richtlijn ter vernietiging heeft voorgedragen bij het Europese Hof.''

Naast de PvdA hebben vrijwel alle fracties tot dusverre met gemengde tot zéér gemengde (SGP) gevoelens gereageerd. Behalve de VVD, die de stap naar het Hof betreurt. Want, zo redeneren de liberalen, zonder octrooi geen onderzoek en zonder onderzoek geen vooruitgang en zonder vooruitgang geen economische groei.