MINDER EMBRYO'S BIJ IVF RESULTEERT IN GEZONDERE KINDEREN

Reageerbuisbaby's zijn gemiddeld 90 gram lichter dan baby's die op natuurlijke manier zijn verwekt. Dat geldt niet alleen voor meerlingen, die altijd al lichter zijn dan gemiddeld, maar ook voor eenlingen. Daarnaast brengt een reageerbuisbevruchting vaker een vroeggeboorte en een buitenbaarmoederlijke zwangerschap met zich mee, evenals bloedingen tijdens de tweede helft van de zwangerschap. Dat blijkt uit het onderzoek van de gynaecoloog Jan Koudstaal, die deze week in Utrecht promoveerde op het verloop en de uitkomsten van reageerbuiszwangerschappen in Nederland.

Die hebben sinds de geboorte van Louise Brown in Engeland in 1976 een enorme vlucht genomen: ongeveer 1,5% van alle kinderen in Nederland wordt momenteel na een in-vitro-fertilisatie (IVF) geboren. Tot dusverre had de Nederlandse overheid alleen oog voor de kwantitatieve effecten van de reageerbuisbevruchting: een IVF-centrum moet een succespercentage van minstens 10% per behandeling behalen om zijn vergunning te behouden. Waarschijnlijk is dat de reden dat veel klinieken twee embryo's terugplaatsen, om de kans op een zwangerschap te vergroten. Het percentage meerlingen van 30,8% bij Nederlandse IVF-zwangerschappen is dan ook hoger dan in de meeste buitenlandse onderzoeken. Daarmee wordt het risico voor IVF-kinderen verhoogd, want juist meerlingen hebben een verhoogd risico op vroeggeboorte, een groeiachterstand in de baarmoeder en sterfte rond de geboorte.

De kans op een zwangerschap na een IVF-bevruchting hangt overigens niet alleen af van het aantal embryo's dat wordt teruggeplaatst, maar ook van de leeftijd van de vrouw (Journal of the American Medical Association, 17 nov). Hoe ouder de vrouw, hoe kleiner de kans op een succesvolle uitkomst van de IVF, en hoe kleiner ook de kans op een meerlingzwangerschap nadat er meer dan één embryo is teruggeplaatst. Omdat de kans op succes afneemt met de leeftijd, hebben oudere vrouwen baat bij het terugplaatsen van meer bevruchte eicellen.

Het succespercentage van IVF was groter in maanden waarin veel eicellen waren gewonnen, waarvan er, na bevruchting en als embryo, enkele waren ingevroren. Wellicht bood die situatie de mogelijkheid om te selecteren, waardoor de beste embryo's zijn gebruikt. Het kan ook zijn dat alle embryo's tijdens zo'n `rijke' cyclus van betere kwaliteit zijn. De conclusies van Koudstaal en van de Amerikaanse onderzoekers zijn gelijkluidend: bij IVF zou het aantal teruggeplaatste embryo's beperkt moeten worden.

(Mariël Croon)

    • Mariël Croon