Minachting

Op de opiniepagina van deze krant roerde Rob Knoppert enige tijd geleden een interessant thema aan. Hij deed dit naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad om leerlingen halverwege en aan het einde van de basisschool te toetsen op met name taal en rekenen en vervolgens ook nog eens aan het eind van de basisvorming.

Hij maakt bezwaar tegen de overdaad aan toetsen en ik denk dat, behalve de leden van de Onderwijsraad, maar weinigen het op dat punt niet met hem eens zullen zijn. Interessant in mijn ogen is dat hij dit advies duidt als ``de zoveelste bijdrage aan de algemeen verbreide minachting voor het leraarsberoep''. De leraar, zo meent hij, toetst afdoende en daar moeten we dan maar op vertrouwen. Ik nu vind dat we dat niet moeten doen, en dat dit niets met vertrouwen van doen heeft en zo mogelijk nog minder met minachting.

Tot voor kort liet de maatschappij onderwijs links liggen. Die onverschilligheid maakte dat de ontwikkelingen in die sector noch door de politiek noch door de media werden opgemerkt. Met als gevolg dat het hier en daar goed mis ging zonder dat daar ook maar enige haan naar kraaide. Dat had in de meeste gevallen te maken met regelingen waar leraren part noch deel aan hadden en vaak het slachtoffer van waren. Ter wille van bezuinigingen moesten ze bijvoorbeeld lesgeven aan groepen of in vakken waar ze geen verstand van hadden, en ter wille van de werkgelegenheid werden leerlingen toegelaten tot opleidingen waar ze niet geschikt voor waren. Het werd niet eens opgemerkt. Waardevolle onderwijsvoorzieningen op het platteland werden opgeheven, een onmogelijke Basisvorming ingevoerd, kortom er gebeurde van alles dat op z'n minst discutabel mocht worden genoemd maar waarover niet werd gediscussieerd. Die onverschilligheid betekende ook dat scholen ongecontroleerd hun gang konden gaan, en bijvoorbeeld, om hinderlijke aandacht te ontlopen, ongemerkt de Cito-toets konden afschaffen.

De hernieuwde aandacht voor het onderwijs heeft allerminst geleid tot minachting voor leraren en scholen. Het tegendeel is het geval. Iedereen begint terdege te beseffen hoe cruciaal hun rol is voor het wel en wee van de maatschappij. Economisch, maar zeker ook sociaal. En wat mij nu verbaast, is dat leraren daar niet blij mee schijnen te zijn, maar klaarblijkelijk de voorkeur geven aan de anonimiteit waar het onderwijs tot voor kort in verkeerde.

Wonderlijk genoeg verwijst Knoppert naar Engeland waar leraren, zo meldt hij, gingen staken wegens de toetsverplichtingen die zij kregen opgelegd. In dat land was het onderwijs op `gewone' scholen zo beroerd, dat leerlingen die daarop waren aangewezen hun loopbaan begonnen met een onoverkomelijke achterstand in vergelijking met wie een privé-school kon bekostigen. Inmiddels wordt daar volop getoetst, zijn talloze directeuren vervangen en begint dit kwaliteitsoffensief merkbaar vruchten af te werpen.

Strikte controle op het functioneren van scholen heeft niets te maken met minachting, maar geeft juist blijk van hoe belangrijk we die vinden. De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit van de leraren. Het zal dan ook niet lang meer duren of ook die zullen worden getoetst. Ook dat heeft dan niets met minachting te maken, maar wel met een gezond wantrouwen ten opzichte van functionarissen die een cruciale rol spelen in de maatschappij en in de toekomst van onze kinderen.

    • Leo Prick