MANNELIJK HAAR NAAR VOORARM VAN VROUW GETRANSPLANTEERD

Engelse biologen hebben met succes haarzakjes uit de hoofdhuid van een man getransplanteerd naar de arm van een vrouw. De geplaatste haarzakjes vormden binnen enkele weken nieuwe bij, waardoor tussen de donsachtige beharing van de vrouwenarm ineens een plukje stevig hoofdhaar verscheen (Nature, 4 nov). Afstoting trad niet op. De onderzoekers noemen dat opmerkelijk omdat man en vrouw niet dezelfde bloedgroep en sterk verschillende weefselkenmerken hadden.

Haar groeit vanuit zogenaamde haarzakjes of -follikels. Deze ontstaan al vóór de geboorte als cellen van de opperhuid een buisje vormen dat tot in de daaronder liggende lederhuid reikt. Op de bodem van het zakje ontstaat een verdikking van bindweefsel, de papil, waar de haar uit groeit. Voor haargroei en het vervangen van verloren gegane haarzakjes is een nauwkeurige interactie tussen de bodem van het haarzakje en de omringende lederhuid vereist. Dit maakt ook zogenaamde haartransplantaties à la Dick Advocaat mogelijk, al is de term transplantatie hier wat misplaatst, omdat de haarzakjes alleen van plaats, maar niet van hoofd veranderen. De onderzoekers wilden echter weten of de interactie met de lederhuid ook tot stand komt als een haarzakje terechtkomt in de lederhuid van iemand met een andere genetische constitutie en van het andere geslacht

Uit een klein stukje hoofdhuid van de mannelijke onderzoeker werd het onderste deel van de haarzakjes dat in de lederhuid ligt vrijgeprepareerd. Nadat de resten van andere weefsels waren verwijderd werden de preparaten in de lederhuid van de arm van de vrouwelijke onderzoekster geplaatst. Dit werd vijf maanden later nog eens herhaald, maar nu werd ook de papil meegenomen. In een derde experiment, identiek aan het eerste, trad een andere man op als donor. In alle implantaten bleek dat na drie tot vijf weken nieuwe haarzakjes gevormd waren. Dat deze vanuit de geïmplanteerde haarzakjes waren gevormd bleek toen in de cellen van de nieuwe haarzakjes ``mannelijke Y-chromosomen'' werden gevonden. Op één twijfelgeval na, was er geen spoor van een afstotingsreactie tegen de nieuwe haarzakjes, ondanks de grote verschillen in weefselkenmerken tussen donor en ontvangster. Hieruit concluderen de onderzoekers dat de cellen aan het uiteinde van de haarzakjes een speciale geprivilegieerde immunologische status hebben, een soort vrijgeleide dat hen vrijwaart van aanvallen door vreemde immuunsystemen. Dit type cellen lijkt daarom bruikbaar als uitgangsmateriaal bij echte haartransplantaties en bij het kweken van vervangende weefsels en organen (Huup Dassen).

    • Huup Dassen