Kon ik ook eens een luiertje verwisselen

,,Mijn hoofdtaak bij wat toen nog de Dienst der Publieke Werken heette was in die tijd de organisatie van voldoende bouwterrein voor de drie à vierduizend woningen die er per jaar in Amsterdam gebouwd moesten worden. Ik coördineerde het hele proces van onteigening tot de overdracht aan de Dienst Volkshuisvesting. We werkten ontzettend hard. Je lette echt niet op een uurtje meer of minder. Je had ook wel aandacht voor wat je verdiende, maar we werden gedreven door eh... nou ja, idealisme is een groot woord, maar zoiets was het wel. In de oorlog waren we jarenlang tegengehouden en nu hielpen we het land er weer bovenop. Je kunt er om lachen, maar zo was het. De woningnood moest weg. Ik had zelf twee jaar ingewoond in Rotterdam en toen we naar Amsterdam verhuisden kreeg ik geen recht op een vierkamerwoning omdat we toen nog maar met z'n tweeën waren. In dit licht verbaast het me achteraf dat de invoering van de vijfdaagse werkweek zo geruisloos is verlopen. Het hele leven was erop ingesteld dat je op zaterdagochtend naar je werk ging. Alles was normaal, overzichtelijk. En opeens ging die halve dag er af zonder dat het tot grote schokken leidde.

Mijn vrouw herinnerde me er wel aan dat de prijs van dit huis waar we nu in wonen omhoog ging. We kochten het in 1960, de oplevering was in 1961 en de aannemer zei: ik moet meer mensen aannemen, mijn kosten zijn gestegen. In theorie had hij gelijk. Maar voor het gemak vergat hij even dat het werk ook efficiënter kon.

Zelf heb ik altijd hard gewerkt – te hard, denk ik weleens. In ieder geval zegt mijn dochter dat. Het zal wel waar zijn. Ik liet mijn dagen gemakkelijk uitlopen. Toen de zaterdagochtend wegviel, nam ik het werk mee naar huis. Tassen vol papier nam ik mee. Wat wel heerlijk was: in 1961 kregen we net ons eerste kind en toen had ik mooi tijd om dat eens wat meer te bekijken. En om ook eens een luiertje te verwisselen zodat je vrouw even een dutje kon doen. Door de week zag ik niet veel van het gezin, maar dat was normaal in die tijd. Als ik thuis kwam, gingen zij al ongeveer naar bed. Nee, mijn vrouw klaagde er nooit over. Tot 1959 was ze maatschappelijk werkster geweest bij de reclassering. Maar toen de kinderen kwamen, hield er mee op. Dat was normaal. Later, toen de kinderen naar school gingen, is ze rechten gaan studeren. Maar daarvóór deed zij het hele huishouden. Ze vond het prettig om alles klaar te hebben als ik vrij was. Ik hoefde op zaterdag nooit boodschappen te doen, dat vond zij zonde. We wandelden en we fietsten, we gingen op familiebezoek, we deden eens een spelletje. Veel anders was er toen nog niet. En we waren een heel huiselijk gezin. Rond die tijd kreeg ik van het stadhuis toestemming om kilometers te declareren. Dus toen kocht ik mijn eerste auto – een Renaultje. Zetten we op zaterdag een reiswiegje op de achterbank en dan gingen we een stukje rijden.

Later is het allemaal heel anders geworden. Ik ging in 1984 met pensioen. Mijn vrouw was toen inmiddels advocaat. Zij is blijven werken tot 1992. In al die jaren heb ik het huishouden gedaan.''

    • Jannetje Koelewijn