Kok zoekt marge tussen niet en nog niet boren

Het kabinet houdt vast aan nader onderzoek naar eventuele milieuschade bij nieuwe gasboringen in de Waddenzee, zo deelde premier Kok gisteren mee.

Stil maar, wacht maar. Premier Kok laat zich door niemand nerveus maken: niet door een overweldigende meerderheid van 111 Tweede-Kamerleden (150 minus 39 VVD'ers), niet door zijn partijgenoten in de Kamer, niet door collega-minister Pronk (`explosieve situatie'), niet door publicitaire druk, niet door ruim twintig milieuorganisaties die de `Red de Waddenzee'-affiches al op alle stations hebben hangen.

Het Waddengebied mag en zal geen enkele schade ondervinden van nieuwe gasboringen, zo onderstreepte de premier ook gisteren na afloop van de wekelijkse ministerraad. Maar geruststellend klonk het nauwelijks. Want, ook dat moest de minister-president erkennen: ,,Er is sprake van een gecompliceerde politieke situatie.''

En dat terwijl de feiten betrekkelijk overzichtelijk zijn. Enerzijds is er de Tweede Kamer, die naar verwachting komende dinsdag een PvdA-motie zal aannemen waarin het kabinet wordt verzocht `geen nieuwe mijnbouwactiviteiten in het Waddengebied toe te staan'. Anderzijds is er het kabinet dat eerst nog eens rustig met betrokkenen en deskundigen wil praten over eventuele milieuschade en pas daarna dwingende uitspraken wil doen over gasboren in het Waddengebied. Het kabinet wil de tijd z'n werk laten doen – in verschillende opzichten. Om te beginnen heeft het kabinet tot omstreeks 8 december de tijd gevraagd om de feiten over gaswinning nog eens op een rij te zetten. De PvdA en de VVD, samen een Kamermeerderheid, geven het kabinet die ruimte. Teleurstelling van coalitiepartner D66 en scherpe veroordeling van oppositiefracties als GroenLinks (`non-reactie op non-besluit') en SP (`arrogant') kunnen daaraan weinig veranderen.

De vier studieweken lijken op het eerste gezicht slechts een verplaatsing van het probleem op te leveren. Immers, er komt een dag dat een keuze niet meer te omzeilen valt. Maar die keuze hoeft niet louter te gaan tussen wel boren en niet boren. Het kan ook de keuze worden tussen niet boren en nog niet boren.

Premier Kok gaf gisteren voorzichtig aan dat de boorpijpen wat hem betreft niet onmiddellijk de Waddenbodem hoeven te worden ingejaagd. Hij sprak over eventuele winningsboringen ,,op welk moment in de tijd dan ook''. Milieu-minister Pronk liet zich donderdag in vergelijkbare bewoordingen uit. Ook hij hamerde erop dat in deze kwestie ,,niet alles tegelijk kan en hoeft''.

Het kabinet ontbindt de kwestie in factoren: eerst het principe, dan de praktische uitvoering. Het schema van niet-boren versus nog-niet-boren biedt daarbij veel meer politieke manoeuvreerruimte dan het digitale niet versus wel waarop het politieke en maatschappelijke debat zich de afgelopen dagen leek toe te spitsen.

Als nader onderzoek van het kabinet mocht uitwijzen dat winningsboringen onmogelijk zijn zonder milieuschade, dan is de politieke druk voor alle betrokken fracties snel van de ketel. De Kamermeerderheid kan tevreden zijn en de VVD-fractie kan met opgeheven hoofd meebuigen. Nu al ondersteunt de VVD het uitgangspunt dat het milieubelang van de Wadden voorop moet staan. Als het komende feitenonderzoek twijfel laat, zou de VVD die niet eenvoudig kunnen wegwuiven.

Maar niet te verwachten valt dat de kabinetsstudie tot een eenduidig beeld zal leiden. Deskundigen kunnen elkaar tegenspreken, het zeemilieu is betrekkelijk onvoorspelbaar en 100 procent zekerheid valt als regel zelden te geven. In dat complex van verschillende grootheden zal het kabinet in laatste instantie tot een politiek oordeel moeten komen. Ook in dat oordeel zou de factor tijd wel eens een beslissende rol kunnen spelen. Een veilige conclusie zou kunnen zijn dat gaswinning zonder milieuschade nog niet mogelijk is, maar dat technologische ontwikkeling op een termijn van vijf of tien jaar wel eens uitkomst zou kunnen bieden. In dit voorschot op de toekomst schuilt niet alleen de politieke uitweg voor de paarse colitiepartners PvdA en VVD, maar ook voor de NAM die wellicht nog enkele jaren geduld moet opbrengen voordat nieuwe gasvelden nabij het Lauwersmeer tot exploitatie kunnen worden gebracht. In de tussentijd zou het kabinet aan de NAM allerlei compensatie kunnen bieden, zoals een andere verdeling van de gasopbrengst dan de 70 procent voor de Staat en 30 voor de NAM die nu geldt. Hoe die afspraken zullen uitpakken, valt nog niet te overzien. Maar onderhandelingsruimte is er volop — als politieke druk en tijdsdruk wegvallen.

    • Gijsbert van Es