Jeugdcriminaliteit

Een officieel wereldkampioenschap voor kinderen onder de tien jaar wordt niet door iedereen pedagogisch verantwoord geacht, maar daarover gaat het hier niet. In het Spaanse stadje Oropesa werden tien wereldkampioenschappen tegelijk gehouden: tot en met tien, twaalf, veertien, zestien en achttien jaar, steeds voor jongens en voor meisjes. Nederlands grootste troef was Daniel Stellwagen, twaalf jaar.

Het was spannend in de categorie `onder de twaalf'. Voor de laatste ronde stond Stellwagen gelijk met de Chinees Wang, ze hadden 8 uit 10. Als ze allebei remise zouden spelen of allebei winnen, zou Stellwagen wereldkampioen zijn. Hij moest met wit tegen de Rus Tomasjevski, Wang met zwart tegen zijn landgenoot Huang.

Met zwart, met wit, met rood of met groen, er kon aan getwijfeld worden of het voor Wang iets uit zou maken, want de Chinezen hebben de reputatie dat ze elkaar onbehoorlijk behulpzaam zijn als het goed uitkomt.

Wat gevreesd werd, gebeurde. Stellwagen speelde remise. De twee Chinezen hadden weinig uitgevoerd in hun partij, ze hadden hun stukken een beetje heen en weer gespeeld. Huang had steeds iets beter gestaan, in de laatste paar zetten was dat omgekeerd en nu stond Wang een tikje beter, maar in feite maakte het niet uit hoe het stond.

Binnen een minuut nadat Stellwagen remise had gemaakt, gaf Huang de partij op. Van tijdnood was geen sprake, hij had nog een half uur voor twee zetten. Wang was wereldkampioen.

De Nederlandse delegatie protesteerde natuurlijk, maar het protest werd, met omstandig vertoon van sympathie voor het Nederlandse standpunt, afgewezen omdat een hard bewijs van vals spel ontbrak. Dat is er natuurlijk nooit.

De Chinese jongens kan je weinig kwalijk nemen. Ze zijn twaalf jaar of jonger en ze hadden oudere begeleiders mee die hun ongewijfeld op hun plichten jegens het vaderland gewezen hebben. Voor Stellwagen is het zuur om zo een wereldkampioenschap te missen. Helemaal zonder schuld is hij niet, want hij had door moeten spelen tegen Tomasjevski, niet alleen omdat hij had kunnen vermoeden welke loer hem gedraaid zou worden, maar ook omdat hij beter stond.

Opdat u zichzelf kan overtuigen, hier is die schandelijke partij tussen de twee Chinezen.

Wit Huang-zwart Wang

1. e4 e6 2. d3 c5 3. Pf3 d5 4. Pbd2 Pf6 5. g3 b6 6. Lg2 Lb7 7. De2 Le7 8. 0-0 0-0 9. Te1 Pc6 10. c3 a5 11. e5 Pd7 12. a4 Te8 13. Pf1 Pf8 14. h4 Dc7 15. P1h2 La6 Tot hier valt er niets op deze partij aan te merken, maar nu gaan ze vrij doelloos heen en weer schuiven, wachtend op de dingen die komen gaan. 16. Dd1 Pg6 17. De2 Pf8 18. Lf1 Teb8 19. Pg4 Db7 20. Lg2 b5 21. axb5 Dxb5 22. Lf1 Db3 23. Ta3 Db6 24. Ta2 Lb7 25. Dc2 Dc7 26. h5 d4 27. Pd2 Pd7 28. Pc4 Pb6 29. Lf4 Pd5 30. Ld2 Pb6 31. Lg2 Pxc4 32. dxc4 Pd8 33. Lxb7 Dxb7 34. Tea1 Df3 35. Dd1 Dxd1+ 36. Txd1 Pc6 37. Tda1 Ta7 38. f4 Rab7

En hier gaf wit het op.

Het is al eens eerder voorgekomen dat Nederland een soort wereldkampioenschap miste op een manier die tot groot wantrouwen leidde. Dat was op de olympiade van Haifa in 1976. De Oosteuropese landen deden niet mee, omdat ze het er niet mee eens waren dat Israel een olympiade mocht organiseren, en zo kon het gebeuren dat Nederland en de Verenigde Staten voor de laatste ronde samen bovenaan stonden. Als het zo zou blijven, zou Nederland de olympiade winnen door het systeem van weerstandspunten.

Toen er na veertig zetten werd afgebroken stonden de Verenigde Staten met 3-0 voor op Wales, maar de vierde partij stond verloren voor hen. Nederland stond met 1,5-0,5 voor tegen Finland. In de afgebroken partijen had Jan Timman behoorlijke winstkansen en Frans Kuijpers had een voordeeltje dat weinig voorstelde. Anderhalve punt uit die twee partijen was een redelijke verwachting, en zo gebeurde het ook. Het zou genoeg zijn geweest als Wales die laatste partij inderdaad gewonnen had.

Wit Cooper(Wales)-zwart Commons(VS)

Dit was de stelling waarin de partij was afgebroken. Toen die twee uur later hervat werd, bleek wits afgegeven zet 41. Tc5-f5 te zijn, een goede zet. Commons antwoordde 41...Kd6-e7, ook een goede zet, waarmee hij zijn toren ruimte geeft om schaak te geven, maar zijn remise-aanbod was toch wel erg brutaal, want hij staat duidelijk verloren.

Wat deed Cooper? Hij deed niets. Hij deed geen zet en liet zijn klok bijna drie kwartier lopen. Toen was hij in tijdnood en kon hij met goed fatsoen remise aannemen.

Helemaal zeker ben ik niet dat het hier om vals spel ging. Het is denkbaar dat Cooper door de dreiging van zwarts tegenspel de kluts kwijtraakte. Maar erg waarschijnlijk is het niet.

Hij stond gewonnen en wat er ook zou gebeuren, hij liep geen enkel verliesgevaar. Hij had twee uur gehad om de afgebroken stelling te analyseren. Kon hij werkelijk geen enkele behoorlijke zet vinden?

De Verenigde Staten hadden goud, wij hadden zilver. Na de prijsuitreiking kregen we bezoek van een paar muntenverzamelaars die onze medailles wilden kopen. Donner verkocht hem, want hij vond dat munten bij muntenliefhebbers thuis hoorden.

De anderen hielden hun medailles en daar hadden we groot ongelijk in, want iedere keer als ik mijn ellendige zilveren plak weer zag, moest ik knarsetandend aan Cooper-Commons denken. Waar is dat ding eigenlijk? Geen idee. Ik heb het heel diep weggeborgen.

Tot slot iets verheffenders, een aardige partij uit Stellwagens wereldkampioenschap.

Wit Stellwagen-zwart Alavi (Iran)

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pg8-f6 3. Pf3xe5 d7-d6 4. Pe5xf7 Dat heeft hij waarschijnlijk van Dimitri Reinderman geleerd, die een van de secondanten was van de Nederlandse ploeg. 4...Ke8xf7 Zelfs op het hoogste niveau komt wits stukoffer voor. In Topalov-Kramnik, Linares 1999, volgde nu 5. Pc3 c5. Wit bereikte na hard werken remise. 5. d2-d4 Lf8-e7 In Reinderman-Van der Sterren, Lost Boys Amsterdam 1999, speelde zwart het vreemde 5...Pxe4 6. Dh5+ g6 7. Dd5+ Kg7, om niet met een stuk voor, maar met een pion achter te spelen. 6. Pb1-c3 Th8-e8 7. Lf1-c4+ Kf7-f8 8. 0-0 c7-c5 9. d4-d5 Pf6-d7 10. f2-f4 Le7-f6 Dit lokt een geweldige aanval uit. 11. e4-e5 d6xe5 12. Dd1-h5 Dreigt vooral 12. d6 12...Kf8-g8 Na 12...Pb6 zou 13. fxe5 Txe5 14. Dxe5 Pxc4 wel gaan voor zwart, maar 13. Lb5 is sterker. 13. d5-d6+ Kg8-h8 14. Lc4-f7 e5xf4 Geeft alles terug. Na 14...Tf8 of 14. Tg8 zou wit zeker een winnende aanval hebben. 15. Lf7xe8 Lf6-d4+ 16. Kg1-h1 Pd7-f6 17. Tf1xf4 Dd8xd6 18. Tf4xf6 Dd6xf6 Materieel staat het weer gelijk, maar wits enorme voorsprong in ontwikkeling beslist snel. 19. Lc1-g5 Df6-f5 20. Le8-b5 g7-g6 21. Dh5-h4 Pb8-d7 22. Ta1-e1 a7-a6 23. Te1-e8+ Pd7-f8 24. Lb5-d3 Df5-f7 25. Te8-e7 Df7-f2 26. Dh4xf2 Ld4xf2 27. Lg5-f6+ Kh8-g8 28. Te7-g7+ Zwart gaf op.

    • Hans Ree