Japan: negende prikkel in tien jaar betwijfeld

`Maatregelen voor een Wedergeboorte van de Economie', zo noemde de Japanse regering deze week haar negende stimuleringspakket in tien jaar. `Leugens', zo kwalificeerde het invloedrijke Japans Economisch Dagblad die maatregelen.

Oude wijn in nieuwe zakken of verandert er werkelijk iets? Dat is weer de vraag nu de Japanse regering donderdag het negende stimuleringspakket van dit decennium aankondigde onder de mooie titel `Maatregelen voor een Wedergeboorte van de Economie'. De invloedrijke Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad) reageerde direct met een hoofdredactioneel commentaar onder de titel: `Leugens in het Uithangbord van Maatregelen voor een Wedergeboorte'.

Minister Taichi Sakaiya, hoofd van het Economisch Planbureau meende gisteren in een toelichting dat het plan ,,stoutmoediger" is dan eerdere plannen omdat de regering duidelijk streeft naar structurele hervorming. Maar het ,,stoutmoedig'' deel van het pakket over ,,verandering van concepten en stereotypen" in de Japanse economische structuur is niet meer dan een lijst van ,,enkele thematische ideëen die zijn voorgesteld''. Direct na de uitleg over structurele hervorming komt Sakaiya met een lijst Millennium Projecten (onderzoek naar nieuwe technologie) die juist een intensivering lijken van de oude structuur van staatsgeleid industriebeleid.

Het pakket bevat veel uitgaven aan publieke werken die juist een versterking van de oude economische structuur met zich meebrengen, zo stelt ook het bovengenoemde commentaar `Leugens in het Uithangbord'. De bouwindustrie neemt 10 procent van de beroepsbevolking voor zijn rekening en is de sterkste achterban van de regerende Liberaal Democratische Partij, zowel qua stemmen als financiële bijdragen.

Daarnaast komt er nog een extra bedrag van 200 miljard gulden aan garanties voor leningen van het worstelende midden- en kleinbedrijf, bovenop een eerder bedrag van 400 miljard dat vorig al is vergeven. Econoom Heizo Takenaka betitelt dit beleid als ,,socialisme'' omdat de staat zo risico's van de particuliere sector overneemt terwijl de val van de Sovjet-Unie juist bewezen heeft dat dat niet werkt. Dit overheidsbeleid leidt eerder tot het verlengen van het leven van ten dode opgeschreven, oude bedrijven dan tot creatie van nieuwe ondernemingen in groeisectoren.

Minister Sakaiya erkent indirect dat de regering met zijn hoge uitgaven een afhankelijkheid van de overheid creëert die gevaarlijk kan zijn. De overheid kan het zich nu niet permitteren om geen grote uitgaven te doen, meent Sakaiya, dan zou de economie direkt weer terugvallen in een recessie. Maar als de economie eenmaal aan werkelijk herstel begint ,,zal de regering moed nodig hebben om de juiste maatregelen te nemen''. Ofwel, de regering zal de moed moeten hebben niet langer toe te geven aan alle wensen van constructiebedrijven en anderen die afhankelijk zijn van de overheid. Een groot probleem want de politici van de LDP zijn juist weer afhankelijk van de donaties van die bedrijven. Daarom wenst Sakaiya zijn opvolgers ,,moed'' toe.

De Japanse schulden – van centrale regering èn lokale overheden – komen momenteel op een bedrag van 12.000 miljard gulden, ofwel 120 procent van het bruto binnenlands product. Sommige commentatoren menen dat de schuld in werkelijkheid nog veel groter is. De publieke cijfers ,,bevatten geen van de off-balance verplichtingen van de staat'', zegt bijvoorbeeld Kenneth Courtis, strateeg van de Deutsche Bank in Tokio. Deze verplichtingen bevatten onder meer schulden van publieke pensioen- en verzekeringsfondsen en semi-overheidsinstellingen.

De Japanse overheid doet een groot deel van haar uitgaven via budgetten die buiten de nationale begroting vallen. Zo beheert het ministerie van Financiën de rijkspostspaarbank en sommige commentatoren menen dat de investeringen die hiermee zijn gemoeid nog wel enkele minder prettige verrassingen zullen opleveren.

De hoge staatsschuld ligt ook achter het gevecht tussen de centrale bank enerzijds en het ministerie van Financiën en LDP-politici anderzijds over interventies in de valutamarkt. Er is sterke druk op de centrale bank om meer yens in de markt te pompen om de recente stijging van de yen tegen te gaan. Maar het gaat niet alleen om de koers van de yen. ,,De autoriteiten zullen zich gedwongen zien de enig overgebleven strategie te gebruiken om zich uit hun val te bevrijden, dat wil zeggen een agressieve monetarisering van een groot deel van de staatsschuld die momenteel als een kankergezwel groeit", meent Courtis. Hij voorziet daarom op de langere termijn een ommekeer van de koers van de yen: een groot waardeverlies. Ook het economische weekblad Toyo Keizai constateerde vorige week dat een ,,verlies van begrotingsdiscipline'' de oorzaak van ,,een sterke daling van de yen'' kan worden.

Het begrotingstekort van de regering bedroeg begin dit jaar 38 procent en zal nog groeien door het laatste pakket. De rentelasten van de centrale regering bedragen jaarlijks 11 biljoen yen (220 miljard gulden), ruim een achtste van de begroting. Maar de centrale regering draagt slechts de helft van de totale publieke schuld met zich mee. De rest ligt onder meer bij lokale overheden die groeiende problemen hebben. De hoofdstad Tokio staat aan de rand van hetfaillissement en heeft eerder dit jaar de salarissen met 4 procent verlaagd.

    • Hans van der Lugt