Impuls voor eerbiedwaardig instituut

De Prix de Rome is een oud en eerbiedwaardig instituut. Zo oud en eerbiedwaardig zelfs, dat die status soms wringt met haar uitgangspunt: het stimuleren van jonge kunstenaars. Waar dat toe kan leiden is bijna ieder jaar te zien op de Koninklijke Subsidie voor Schilderkunst, ook zo'n oude prijs voor jonge kunst: matte tentoonstellingen van kunstenaars die nog nauwelijks een eigen stijl hebben ontwikkeld, en niet hun riskantste werk insturen. Daarvoor staat er teveel op het spel. Ook de Prix de Rome had daar soms last van.

Juist in dat opzicht is de Prix de Rome-tentoonstelling van dit jaar een verademing. In de categorieën schilderen en theater/beeldende kunst zijn in totaal zeven kunstenaars genomineerd die niet ouder dan 33 zijn, maar allemaal wel een eigen stijl en toon hebben gevonden. En wat nog aangenamer is: ze zijn daar niet belegen door geworden. In het theater/beeldende kunst-onderdeel (wat in de praktijk neerkomt op video's en installaties) valt dat nog het minste op. Winnaar in deze categorie is Cees Krijnen, wiens performance/installatie over de scheiding van zijn ouders er op papier intrigerend uiziet, maar waarvan op de tentoonstelling, kaal, zonder mensen, te weinig overblijft om indruk te maken. Spannender is het werk van Jennifer Tee, die in Arti een goede, compacte videoinstallatie laat zien. Op drie schermen zien we een gestalte, volledig ingesnoerd in een slaapzak, die kruipt door donkere straten. Het `beest' ziet eruit als een grote verdwaalde rups. Het doet ook denken aan een gevangene uit western, die is verpakt om in het water gedumpt te worden, maar die op het laatste moment heeft weten te ontsnappen - komisch en tragisch tegelijk.

Beter nog is het niveau van de schilderkunst-tentoonstelling, wat vooral blijkt uit het werk van Gé-Karel van der Sterren. Op de Koninklijke Subsidie van vorige maand was hij veruit de beste deelnemer, op deze Prix de Rome is hij de minste. Met zijn felgekleurde, figuratieve doeken balanceert Van der Sterren steeds op de grens van kitsch en goede smaak. Ditv keer tuimelt hij diep de afgrond van de kitsch in. Zijn doeken, van een zwemmer in een apocalyptische zee of een geel-rode eekhoorn, bungelend aan een boomtak, doen nog het meest denken aan Pyke-Koch-on-acid – wat me niet de bedoeling lijkt. Soortgelijke twijfels roept de wandschildering op die Gijs Frieling in W 139 maakte. Het geheel ziet eruit als een verstilde, bijna romaanse poging tot contemplatie, inclusief verwijzingen naar het Laatste Oordeel. Dat maakt indruk door de tegendraadsheid ervan, maar die wordt weer geneutraliseerd doordat Frieling zich iets te vaak laat verleiden tot het laten rondspringen van new-age-achtige, blauwe silhouetten die het geheel weer erg modieus en tijdgebonden maken.

De sterkste zaal op deze Prix de Rome is echter die van Charlotte Schleiffert en Erik van Lieshout, respectievelijk eerste en tweede prijswinnaar schilderkunst. Bij binnenkomst lijkt hun opstelling weinig met schilderkunst te maken te hebben. De vloer wordt gevuld door beelden en een enorme kartonnen `videocabine' die de aandacht van de schilderijen afleidt. Pas als de toeschouwer de chaos overziet, merkt hij dat er een enorme hoeveelheid energie en levendigheid van deze werken uit gaat, en dat het daar bovendien niet bij blijft. In een schijnbaar blokkig, houten bed van Van Lieshout, zit bijvoorbeeld een lieflijke `broedplaats' voor eieren verborgen. En de video die hij toont over twee slecht zwartgeschminkte blanken die twee `echte zwarten' van hun Mercedes en hun trainingspakken beroven mag dan hopeloos politiek incorrect zijn, hij is wel prikkelend en hilarisch.

Ook het werk van Charlotte Schleiffert, dat tussen Van Lieshouts geweld bijna ingetogen lijkt, moet het hebben van een `tweede blik'. Haar schilderijen zijn op het eerste gezicht chaotische combinaties van verf, pakpapier en andere materialen op grote, witte vlakken. Pas later merk je dat die combinaties juist een opmerkelijke `veellagigheid' opleveren waar de toeschouwer zich makkelijk in kan verliezen - waardoor hij bijna vergeet dat de meeste van deze doeken over seks of porno gaan. Het maakt in ieder geval dat ze goed bij de `beeldschilderijen' van van Lieshout aansluiten – en samen geven ze de Prix de Rome een stevige impuls.

Prix de Rome, schilderen en theater/beeldende kunst. In: Arti et Amicitiae, Rokin 112 en W 139, Warmoesstraat 139, Amsterdam. T/m 28 nov.

    • Hans den Hartog Jager