Hulpeloosheid

De hulpeloosheid waarmee scheidsrechters, coaches, de politiek, de KNVB en de media reageren op beledigende spreekkoren in voetbalstadions is bijna komisch. De heren lopen in een stoet van treurmaskers achter elkaar aan, zetten hun weeshuisblik op en komen gezamenlijk tot de vaststelling dat het zo niet verder kan.

,,Wat te doen, meneer Beenhakker?''

,,Het probleem zit in de maatschappij.''

,,Welke maatregelen overweegt de KNVB, meneer Van Eijden?''

,,We zullen over deze problematiek gaan praten.''

,,Doet de politie wel genoeg, mevrouw Vliegenthart?''

,,Als staken van de wedstrijd niet helpt, zal de politie desnoods moeten overgaan tot het ontruimen van het vak waar de spreekkoren vandaan komen.''

Als, desnoods, misschien... Spreekkoren zijn al dertig jaar oud, zo oud als de Waddenzee, en nog steeds weet niemand hoe de grievende supporters de mond te snoeren. Wie zegt dat het de laatste tijd erger wordt, heeft een selectief geheugen. Toen Marco van Basten in 1985 's nachts thuiskwam, lag zijn moeder in een ziekenhuis. Een dubbel herseninfarct had dertig jaar van haar geheugen weggebliksemd. De zondag na het drama speelde Van Basten in Utrecht. Op de staantribune werd gezongen: `Marco van Basten, je moeder is gek.'

De spreekkoren tot Ajax-coach Louis van Gaal, in de dagen dat zijn vrouw haar laatste gevecht voerde tegen kanker, waren van een zelfde grofheid. Niemand greep in, Michael van Praag niet, de spelers niet en het ereterras al helemaal niet. Alleen de cabaretier maakte zich boos. Ik zie nu nog de verbijstering in het gezicht van Van Gaal toen het gebral hem in de oren trof. De coach die het fulmineren tot orgastische hoogte wist te brengen, was sprakeloos.

Met de bananenverzen die Stanley Menzo in zijn eerste Ajax-periode naar het hoofd kreeg geslingerd, kun je een boek van duizend pagina's vullen. Ik kan me niet herinneren dat de geplaagde doelman ooit publiekelijk in bescherming is genomen door bestuur en medespelers. Er werd aan de koffietafel wat gregoriaans gemompeld over plaatsvervangende gêne en daar bleef het bij.

Ik beledig dus ik besta, dat is de existentiële logica van een aantal voetbalsupporters. Niemand spreekt hen tegen. Ik heb Jorien van den Herik wel vaker in opgewonden toestand zien dampen van moordzucht, maar niet als reactie op beledigende spreekkoren. Idem dito voor Van Praag en Van Raaij. Bij de KNVB hebben ze überhaupt geen gehoor voor de scanderende kliek: problemen zijn er om genegeerd te worden, is een Zeists adagium. En ach, voetbal is nou eenmaal geen sport voor saletjonkers.

Scheidsrechters worden alleen gelaten in hun quasi rituele protest tegen demente scheldkanonnades. Niet alle arbiters blijken even standvastig te zijn in die eenzaamheid. Ik hoorde John Blankenstein deze week zeggen dat er geen behoefte is aan een index van goede smaak. Hondenlul mag want dat is een geuzennaam geworden. Hoezo, meneer Blankenstein? Ik heb altijd gedacht dat geuzen binnen de contouren van de mens vielen. Van de hond komt de aap en van de aap de banaan. De zingzang van het oerwoud is onuitputtelijk.

Echt droevig word ik van de zwijgzaamheid van de spelers. Zij zijn de miljonairs om wie het gaat, zij hebben de macht. Het tuig dat de laffe spreekkoren aanheft, ontleent zijn verbale heroïek aan de gekoesterde helden op het veld. Natuurlijk schelden ze namens zichzelf, maar ook een beetje namens het vormverlies of een slechte dag van Machlas, Kreek en Dudek. Het is een plezier om zien hoe Peter van Vossen de vlam kan jagen in de Kuip. Met grimassen en gebaren bespeelt hij de legioenen. De dag dat van Vossen het veld verlaat uit protest tegen de verbale grofheid van de tribunes zal het zeker stil worden in het stadion. Maar Peter wil de beledigingen en de oerwoudgeluiden niet horen. Hij schaamt zich liever ná de wedstrijd.

Voetballers schitteren in collectieve doofheid zolang de punten niet binnen zijn. Daarom KNVB: laat de wedstrijden een tijdlang achter gesloten deuren spelen. Tenslotte verdient u meer dan genoeg aan Canal+

    • Hugo Camps